Eric Schneider in De Toneelmaker van Thomas Bernhard in de regie Aus Greidanus (1996).

Foto Pan Sok

Acteur Eric Schneider: Toneel, je knipt met je vingers en het is weg

Afscheid Na bijna zestig jaar zet Eric Schneider een punt achter zijn lange toneelcarrière. „Als je de tekst juist zegt en scherp analyseert, dan komt de rol vanzelf.”

‘Gehoorzaamheid”, dat is het antwoord van Eric Schneider op de vraag hoe hij sinds zijn debuut in 1960 meer dan een halve eeuw het toneel wist te overleven. „Absolute gehoorzaamheid aan de regisseur, aan de tekst, aan de medespelers en ook gehoorzaamheid aan je eigen intenties.”

Zondagmiddag 19 mei neemt Schneider afscheid in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag met een voordracht in de De Indië Monologen, een theaterreeks met wisselende gasten over de voormalige Nederlandse kolonie. Schneider leest verhalen en gedichten voor over zijn geboorteland Nederlands-Indië, waar hij op 30 augustus 1934 in Batavia werd geboren.

Eric Schneider (84) is ook televisie- en filmacteur. Met zijn titelrol in Bernhard, schavuit van Oranje (2010) verwierf hij grote lof. Sinds de jaren negentig legt hij zijn toneelervaringen vast in tekeningen. Als schrijver debuteerde hij in 2013 met het prachtige Een tropische herinnering, een ooggetuigenverhaal over Indië en zijn kamptijd in Bandoeng. Ook schreef hij tal van toneelstukken, waaronder Nocturne over een oude acteur die King Lear speelt.

Eric en zoon Beau Schneider in Levenslang theater (Wallis Producties, 2013).

Foto Piek

Met zijn zoon Beau Schneider trad hij op in Levenslang theater (2013) van David Mamet. Scheider was getrouwd met actrice Will van Kralingen. In zijn appartement in Den Haag, met schilderijen aan de muren en overal boeken, wijst hij op een witte doos waarop met zwarte letters „Definitief” staat. Het betreft zijn nieuwe roman Relaas van een liefde. Relaas van een vriendschap die op 30 augustus, zijn 85ste verjaardag, verschijnt.

U zegt ‘gehoorzaamheid’. Maar uw beroemdste rol is die van de nozem-Hamlet uit 1966. Een opstandige prins in kabeltrui en leren broek.

„Een acteur moet vertrouwen hebben in een regisseur en zijn medespelers, dat noem ik het ‘toneelvertrouwen’. Ik ben opgeleid met regisseurs die een idee hebben over de voorstelling, hoe die eruit moet zien en wat die wil zeggen. Daar past een toneelspeler in. Nieuw aan de nozem-Hamlet in de regie van Richard Flink was dat alle spelers op de bühne stonden: iedereen was getuige van het drama, als medeplichtige.

„De ‘ongehoorzaamheid’ in dat stuk is eerder de vertwijfeling van Hamlet over wat waarheid is. Waarom werd zijn vader vermoord? Wat is de betekenis van zijn bestaan? Als ik de beroemde claus ‘to be or not to be’ zeg, doe ik dat alsof ik de woorden in een weegschaal leg. ‘Zijn’ in de ene hand en ‘niet zijn’ in de andere. En ja, de nozemtijd. Vanuit Engeland kwam de roep om hedendaags theater. De voorstelling ging bij het Nieuw Rotterdams Toneel en daar had je technici die niets omhanden hadden, maar wel de stad onveilig maakten. Dat was mijn inspiratiebron.

„Met deze Hamlet kwam het herkenbare, alledaagse leven in de schouwburg. De toneelrevolutie van Actie Tomaat verlangde maatschappelijk engagement. Dat was goed. Gezelschappen waren fabrieken en gesloten bastions, eindelijk brak alles open. We kregen het verwijt dat het niet echt was wat we deden, nu, met deze Hamlet was alles zo echt als het leven op straat.”

Eric Schneider als de nozem-Hamlet. Bekroond met Louis d’Or (1966).

Foto Maria Austria

Het grote gebaar en de perfecte dictie: dat zijn uw stijlkenmerken.

„Tekst is het begin van alle theater. Engelse acteurs hebben daarvoor een mooie uitdrukking: ‘The character is in the words’. Als je de tekst juist zegt en scherp analyseert, dan komt de rol vanzelf. Neem dat ene zinnetje uit Who’s Afraid of Virginia Woolf? waarin George zegt: ‘Ik wil nu een whisky’. Dat betekent veel. Hij zegt dat telkens op momenten dat Martha dreigt door te draaien. Of hij zegt het om haar te sussen. Als je de tekst analyseert hanteert George dat glas whisky als wapen om de situatie te veranderen of om de confrontatie met de tragische Martha te vermijden. Bij de interpretatie van het whiskyglas begint de rol van George.

„Toneel is de kunstvorm van het grote gebaar, zo ben ik opgegroeid, in de grote zalen van het land. In die tijd waren er geen microfoons, dus je moest uitvergroten. Echte theatertragedies horen bij de grote zaal.

„Neem Macbeth die op een gegeven moment de zon aanroept en zegt: ‘O zon, kom omlaag en doof opdat ze mijn kwade inborst niet zien’, dan is dat een groots gebaar. Regisseur Hans Croiset van het Publiekstheater, die het stuk destijds regisseerde, zei dat ik het licht echt uit de nok van de schouwburg omlaag moest trekken, met de handen omhoog en dan naar beneden. Tragediehelden als Macbeth of Oedipus zijn nu eenmaal groter dan groot, die moet je niet gewoon willen maken. Met ‘gewoon’ is heel veel toneel verpest.”

Valt het afscheid nemen van theater u zwaar?

„Wat me vooral zwaar valt is dat er al zoveel mensen met wie ik gewerkt heb dood zijn, Annet Nieuwenhuyzen, Ko van Dijk, Coen Flink, Guido de Moor, Han Bentz van den Berg. De laatste zei altijd dat ‘toneel lucht is, het is rook’, je knipt met je vingers en het is weg. Daarom ben ik mijn rollen gaan vastleggen in tekeningen, die zijn blijvend. Wat ik het meeste zal missen is het werkelijke métier van toneelspelen, en dat is de omgang met de taal, de analyse van tekst, de heldere zegging van woorden. Mij is vaak verweten dat ik met mijn dictie een ouderwets acteur ben. Dan vergeet men dat ik ook heel klein kan spelen, in de vele Pinters bijvoorbeeld of in De Profundis van Oscar Wilde.

Zelfportret Eric Schneider als Oedipus in het drama van Sophocles (Regie Erik Vos, De Appel, 1996).

„Dat grote spel en de juiste dictie komen trouwens voort uit één aspect van theater, dat vaak wordt veronachtzaamd: de ruimte, het decor. Ik beschouw decorontwerpers eigenlijk als de echte regisseurs. Ik herinner me ontwerper Nicolaas Wijnberg, die tijdens repetities de rol van regisseur Ton Lutz overnam. Hij zat dan in de zaal en gaf aanwijzingen. Als je voorstellingen ziet van Toneelgroep Amsterdam dan heb ik sterk het idee dat Jan Versweyveld de werkelijke regisseur is en niet Ivo van Hove. Dat klinkt misschien onaardig, maar ik zie altijd eerst de betoverende schoonheid van Versweyvelds decor, pas dan de acteurs. Toneel is een spel met taal en gebaar in de ruimte van het decor. Dat decor bepaalt je entree, je aanwezigheid.”

U was verbonden aan vele gezelschappen, waaronder Theater uit Arnhem, Nieuw Rotterdams Toneel, Globe, De Appel van regisseur Erik Vos, Publiekstheater. Hoe deed u dat?

„Het ging me altijd om de rol en de regisseur, meer dan om het gezelschap. Ik ben altijd gevraagd voor rollen. Die las ik en daarna volgde de confrontatie met de regisseur en zijn ideeën, het decor, de medespelers. Dit alles moet passend zijn en in harmonie met elkaar, dan is theater de prachtigste kunstvorm.”

Als u uw levenslange bemoeienis met theater in een enkel woord wilt vangen, wat zou u dan zeggen?

„Lot. En noodlot. De verschrikkelijke afhankelijkheid van goden in het Griekse theater en de even verschrikkelijke afhankelijkheid nu van de regering. Oedipus is de noodlotstragedie bij uitstek: de goden beslissen dat Oedipus zijn vader doodt, met zijn moeder slaapt en tot slot zich de ogen uitsteekt. Allemaal godenbeschikking.”

U heeft tal van theaterontwikkelingen meegemaakt, is er iets wat u betreurt?

„De teloorgang van het repertoiretoneel. Waar zijn de Griekse tragedies? De grote Shakespeares, Tsjechovs? Hier in Den Haag zie ik ze niet. Theater is een belangwekkende internationale cultuur met Pinter, Schiller, Goethe, Kleist, Thomas Bernhard. Als je die stukken niet meer opvoert, dan haal je voor de jonge mensen een wezenlijk onderdeel van hun ontwikkeling weg.

Eric en Beau Schneider in Levenslang theater (Wallis Producties, 2013).

Foto Pan Sok

„Acteurs als Mark Rietman, Pierre Bokma en Joris Smit zijn de ideale talenten om het wereldrepertoire te spelen, daartoe behoort ook de veel te vroeg overleden Jeroen Willems. Helaas krijgen ze daartoe niet voldoende kansen. We moeten klassieke tragedies niet spelen zoals vroeger, maar wel zoals de huidige tijd dat vereist.”

U neemt afscheid met een vertelling en gedichten over Indië. Niet met een toneeltekst.

„Indië en de drie jaar in het Japanse interneringskamp in Bandoeng hebben mijn leven bepaald. Willem Nijholt zat ook in het kamp en toen we elkaar voor het eerst zagen in mijn tijd op Toneelschool Maastricht, we waren zeventien, herkenden we elkaar meteen: dat was Indië. In het Japanse kamp was ik de oudste man tussen vijfduizend vrouwen, en ik was elf. Die vrouwen praatten nooit over hun mannen, dat was vreemd en dat moet mijn leven bepaald hebben. Tussen mijn achtste en elfde kende ik geen vader, geen volwassen mannen. Alsof er een wereld was zonder mannen. Dat maakte me later, in de Hamlet-jaren, extreem opstandig: mannen namen na de oorlog zonder meer hun dominante positie in. Dat leidde tot tal van botsingen, onder andere met mijn vader. Die maakte de hel van de Birma-Siam Spoorlijn mee en had niets met toneel. En juist dat toneel werd mijn leerschool, mijn levensvervulling.”

De Indië Monologen met o.a. Eric Schneider, Adriaan van Dis, Thom Hoffman. Regie: Bo Tarenskeen. Koninklijke Schouwburg, Den Haag, 19 mei. Inl: indiemonologen.nl