Opinie

Uitsterven van soorten is urgent: wees veel zuiniger op de natuur

Biodiversiteit

Op klimaatmarsen lopen altijd betogers met spandoeken tegen de plasticsoep en voor natuurbehoud. Strikt genomen gaan die niet over de opwarming van de aarde. Maar de demonstranten hebben gelijk. Klimaat, vervuiling, het uitsterven van plant en diersoorten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Als er één conclusie kan worden getrokken uit het maandag gepubliceerde rapport van het IPBES, de wetenschappelijke organisatie van de Verenigde Naties die zich bezighoudt met biodiversiteit, dan is het wel dat klimaatverandering alleen kan worden bestreden als de wereld veel zuiniger is op de natuur. Omgekeerd geldt dat natuurbescherming zinloos is als de opwarming van de aarde niet wordt beteugeld.

Het is daarom verbazingwekkend dat in internationale onderhandelingen alle ogen gericht zijn op klimaatverandering. Cristiana Pasca Palmer, die de onderhandelingen over een nieuw biodiversiteitsakkoord voorzit, noemde biodiversiteit „de essentiële infrastructuur die al het leven op aarde en de menselijke ontwikkeling ondersteunt”.

De wereld neemt het met die infrastructuur niet zo nauw. Een miljoen soorten worden in hun voortbestaan bedreigd. De snelheid waarmee soorten verdwijnen ligt tientallen tot honderden keren hoger dan in de laatste 10 miljoen jaar. De plasticvervuiling is sinds 1980 vertienvoudigd, jaarlijks komen 300 tot 400 miljoen ton zware metalen, oplosmiddelen, rioolslib en giftig industrieel afval in rivieren en zeeën terecht.

Het rapport laat ook zien dat de mens de boosdoener is. Bevolkingsgroei, landgebruik, overbevissing en houtkap, het verhuizen van plant- en diersoorten naar gebieden waar ze niet thuishoren, het gebruik van fossiele brandstoffen, zelfs gewelddadige conflicten dragen bij aan het verlies van biodiversiteit.

Dat is tegelijkertijd het goede nieuws. Als mensen de oorzaak zijn, kunnen ze door gedragsverandering het probleem oplossen. Het rapport biedt een waslijst aan opties. Van alternatieve landbouwmethodes tot betere stadsplanning, van manieren om water te besparen tot het gebruik van natuurlijke vormen van kustbescherming.

Veel landen doen aan natuurbescherming en bestrijden milieuvervuiling. Maar zonder structurele economische, sociale, politieke en technologische veranderingen is dat niet meer dan een doekje voor het bloeden. De samenvatting van het rapport pleit voor de opbouw van een duurzame economie, „weg van het huidige beperkte paradigma van economische groei”.

Dat die conclusie de samenvatting heeft gehaald, is verrassend. Het IPBES kent dezelfde werkwijze als het IPCC, de veel bekendere zusterorganisatie over klimaat: de wetenschappers maken de stand van zaken op (in dit geval in een 1.800 pagina’s tellend document). De handzame samenvatting (39 pagina’s) is voor politici en wordt officieel geaccordeerd door alle deelnemende landen.

In 2020, als in China een nieuw biodiversiteitsakkoord moet worden ondertekend, moet blijken wat de 130 handtekeningen onder de politieke samenvatting waard zijn. De VS, wel aanwezig bij het IPBES, doen niet mee aan die onderhandelingen. En het is maar zeer de vraag of China, de EU of Rusland serieus bereid zijn om hun economische groei ondergeschikt te maken aan het behoud van biodiversiteit. Kijk maar hoe moeizaam dat gaat bij het klimaat. Maar het is niet acceptabel dat aan dit rapport geen gehoor wordt gegeven: de urgentie is te groot.