Te zwaar de zwangerschap in geeft risico’s voor moeder en baby

Overgewicht Een te hoog gewicht vóór de zwangerschap geeft meer risico op complicaties dan gewichtstoename tijdens het zwanger zijn.

In Nederland zijn er steeds meer vrouwen die bij aanvang van de zwangerschap een te hoog gewicht hebben.
In Nederland zijn er steeds meer vrouwen die bij aanvang van de zwangerschap een te hoog gewicht hebben. Foto iStock

Vrouwen die vlak voordat ze in verwachting raken te zwaar zijn, lopen tíjdens de zwangerschap meer risico op complicaties bij zichzelf en hun kind. De risico’s zijn groter dan wanneer een vrouw tijdens de zwangerschap te veel aankomt – die risico’s waren al langer bekend.

Dat schrijft een grote groep Europese en Amerikaanse onderzoekers deze week in het medische tijdschrift JAMA. De groep staat mede onder leiding van Vincent Jaddoe, hoogleraar kindergeneeskunde-epidemiologie aan het Erasmus MC in Rotterdam. Hoeveel een vrouw tijdens haar zwangerschap het best kan aankomen, zo concluderen ze, hangt dus af van hoeveel ze woog aan het begin ervan.

Moeders die voor de zwangerschap overgewicht hadden, kampten tijdens de zwangerschap vaker met een te hoge bloeddruk, zwangerschapsvergiftiging en diabetes. Ze kregen ook vaker een keizersnede of een te vroeg geboren kind. De baby zelf kwam relatief te klein of juist te groot ter wereld.

Ook een te laag startgewicht van de moeder hield verband met een hoger risico op complicaties wanneer zij tijdens de zwangerschap weinig aankwam.

Aankomen onontkoombaar

Aankomen tijdens de zwangerschap is onontkoombaar: de baby groeit, er komt steeds meer vruchtwater, en de placenta, baarmoeder, borsten en vetweefsel groeien ook. Gemiddeld komt een vrouw 10 tot 15 kilo aan. Maar te veel aankomen is niet goed voor moeder en kind. Recente onderzoeken hebben aangetoond dat dit het risico op complicaties verhoogt, en ook de kans dat de moeder te zwaar blijft na de bevalling, of dat het kind later overgewicht krijgt.

De nu gepubliceerde studie omvat gegevens van bijna 197.000 vrouwen en hun kinderen, geput uit 25 Amerikaanse en Europese cohortonderzoeken binnen het LifeCycleProject. Dit brengt in kaart welke risicofactoren vroeg in het leven de gezondheid op latere leeftijd beïnvloeden.

De onderzoekers verdeelden de vrouwen in zes groepen op basis van hun startgewicht, uitgedrukt in de body mass index (BMI). Hoe hoger de BMI bij het begin van de zwangerschap, hoe hoger het risico was op een of meer van de genoemde complicaties. Dat stond vrijwel los van het gewicht dat er tijdens de zwangerschap bij kwam.

Eenderde van de vrouwen met een normaal startgewicht kreeg zwangerschapscomplicaties. Dat risico was ruim 60 procent wanneer een vrouw bij aanvang van de zwangerschap ernstige of zeer ernstige obesitas had. Van de vrouwen die én zeer ernstig obees waren vlak voor de zwangerschap én die veel aankwamen tijdens die zwangerschap, had maar liefst 94 procent complicaties.

Al met al geldt: hoe hoger de BMI bij aanvang, hoe lager de gewichtstoename tijdens de zwangerschap moet zijn om de kans op complicaties zo laag mogelijk te houden. De auteurs benadrukken wel dat de gegevens voor vrouwen met zeer ernstige obesitas minder betrouwbaar zijn omdat die groep relatief klein was.

De helft van de 20-plussers

Ook in Nederland zijn er steeds meer vrouwen die bij aanvang van de zwangerschap een te hoog gewicht hebben. De helft van alle 20-plussers heeft overgewicht, en bij 14 procent is volgens cijfers van het CBS sprake van obesitas. In Europa is dat 17 procent.

„Een te hoge BMI van vrouwen met een zwangerschapswens is belangrijker om aan te pakken dan de toename in gewicht tijdens de zwangerschap”, zegt Jaddoe. „We zouden veel meer aandacht moeten hebben voor voeding en gewicht van toekomstige ouders voordat ze een zwangerschap ingaan. Die zorg kan de huisarts, verloskundige of gynaecoloog geven.”

Vlak voor een zwangerschap tientallen kilo’s kwijtraken is niet realistisch, beaamt Jaddoe. „Het gaat om bewustwording bij aanstaande ouders en zorgverleners. Veel vrouwen denken dat overgewicht niet uitmaakt als ze zwanger willen worden, of dat het juist goed is voor de baby.”