Privélening aan klant

Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week arbeidsrecht.

Belastingenvelop.
Belastingenvelop. Foto Sjoerd van der Wal/Getty Images

Hij werkt al zes jaar als belastingadviseur bij een kantoor, als zijn baas er begin 2018 achter komt dat de man een van de vaste klanten privé een lening van 200.000 euro heeft verstrekt. In strijd met de regels om onafhankelijk te zijn als belastingadviseur, vindt de werkgever, die om ontslag vraagt bij de kantonrechter. Dat komt er, maar op grond van verstoorde arbeidsverhoudingen, niet op grond van verwijtbaar handelen. Hoger beroep volgt.

De werkgever meent dat het gedrag van de adviseur zo indruist tegen de integriteitsregels dat er zelfs sprake is van ernstig verwijtbaar handelen, waardoor de man ook geen recht heeft op een transitievergoeding. Het hof in Den Haag oordeelt dat de belastingadviseur in strijd met de regels heeft gehandeld. „Met het verstrekken van een lening aan een klant waarvoor [het kantoor] tevens de jaarrekeningen moet goedkeuren, komen de vrijheid en onafhankelijkheid [...] in gevaar.” Daarmee slaagt het beroep deels, want er is geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen. Dat de adviseur „interesse” had om eventueel te investeren in het bedrijf van de klant was enigszins bekend, het verstrekken van een lening werd de man niet expliciet verboden en de lening stond in de jaarstukken opgenomen en werd dus niet verzwegen – kortom, geen uitzonderlijk onrechtmatig gedrag. De transitievergoeding blijft staan.