Recensie

Recensie Film

Nederfilm kan deze jeugdige megalomanie goed gebruiken

Artfilm Viktor van der Valk en medescenarist Jeroen Scholten van Aschat maakten met ‘Nocturne’ een cinefiele ADHD-film die op zoek is naar zichzelf.

Vincent van der Valk in ‘Nocturne’.
Vincent van der Valk in ‘Nocturne’.

Nocturne kan je brechtiaans, sentimenteel en talig noemen. Maar vooral godardiaans.

Oké, even uitleggen. De steekwoorden voor Jean-Luc Godard: nouvelle vague, Frankrijk jaren zestig, dol op Hollywood en Europees intellectualisme, totaal zelfreflexief. Elk van Godards films bijt als een slang in eigen staart, net zoals Nocturne dat doet, het ‘vervolg’ op de afstudeerfilm Onno de onwetende (2014), waarmee regisseur Viktor van der Valk en medescenarist Jeroen Scholten van Aschat zichzelf op de kaart zetten.

In Onno de onwetende volgden ze de prille adolescent Onno, die als in een mentale road movie op zoek is naar de betekenis van een ‘gevoel’ waar hij aan ten prooi is gevallen. In Nocturne zetten ze die manier van verhalen vertellen voort. Nu gaat het over een jonge regisseur die aan de vooravond van zijn eerste draaidag door een nachtmerrieachtige kolk van vertwijfeling draait. Hij is op zoek naar inspiratie, naar de betekenis van wat hij eigenlijk wil doen. Een metafilm dus, een beproefd subgenre in de filmgeschiedenis.

Het doet er niet eens zo toe of Van der Valk en Scholten van Aschat Godards oeuvre hebben doorgeplozen. Net zomin of ze echt iets weten van film noir, het filmgenre dat ze pasticheren, met voice-overs, klassieke filmmuziek en scherpe slagschaduwen. Eigenlijk is de bestaansreden van deze film alleen al de cinematografie van Emo Weemhoff, die met maximale creativiteit onooglijke locaties omtovert tot een lynchiaans universum.

Want David Lynch moet ook worden genoemd bij deze film vol dubbelgangers, gesneefde liefdes, zieke en verziekte moeders. Al is het onderbewust beeldenreservoir van Nocturne soms ondraaglijk in z’n bravoure, wat zitten we in de Nederlandse film om dit soort jeugdige megalomanie te springen. Dat moet zich wel snel kanaliseren, opdat zulk talent niet uitdooft, dat moge ook duidelijk zijn. Want waar het allemaal over gaat? De liefde dus. En al die andere dingen. Fragmentarisch. Een cinefiele ADHD-film op zoek naar zichzelf.