Opinie

    • Maxim Februari

Mijn voorsprong in het maatschappelijk debat

Nou weet ik niet of ik dit stukje wel mag schrijven. De laatste keer dat mijn testosteronwaarde werd bepaald, bleek die 72 nanomol per liter bloed te zijn, terwijl de waarde voor mannen gemiddeld tussen de 11 en 30 nanomol per liter schommelt. Dat geeft me een wel erg oneerlijke voorsprong in het maatschappelijk debat.

Atlete Caster Semenya heeft van nature ook een hoge testosteronwaarde, hoger dan het vrouwelijk gemiddelde, dat tussen 0,5 en 2,5 nanomol per liter ligt. Zij wordt nu door de mondiale atletiekfederatie verplicht die waarde naar beneden te brengen. Het zal me verbazen als dat allemaal gaat lukken, maar wat doen we in de tussentijd met mij? Laat ik proberen me een beetje in te houden en niet al te ver vooruit te hollen.

De zaak-Semenya breng ik hier ter sprake omdat die, wat je ook van de uiteindelijke uitkomst mag vinden, een voorbeeldige vorm is van juridische en morele casuïstiek. Er zijn richtlijnen opgesteld door de federatie, er is een procedure voor bezwaar en beroep, en na de uitspraak van sporttribunaal CAS is er nu maatschappelijke discussie. Iedereen komt aanzetten met voorbeelden en tegenvoorbeelden.

Waarom het niveau van Semenya verlagen als je dat van andere atletes ook kunt verhogen? Waarom wel gewichtsklassen bij het boksen en geen lengteklassen in de atletiek? Waarom leidt verhoogd testosteron wel tot ‘oneerlijke competitie’ en superieur spierweefsel niet? Waar precies loopt de scheidslijn tussen het aanwijzen van relevante verschillen en discrimineren?

Zo’n gesprek zou je rondom andere rechten ook wensen. Helaas is de aanpak niet altijd zo voorbeeldig. In de zaak van dominee Steven Anderson uit Amerika lukt het nog wel. Anderson is een „extremistische christelijke prediker”, aldus het Reformatorisch Dagblad. Hij „wil dat overheden alle homo’s, lesbiennes en transgenders executeren en roept hen zelf op om zichzelf dood te schieten”. Tegen dat standpunt leeft in Nederland bezwaar. Het kabinet wordt verzocht hem niet toe te laten en de staatssecretaris legt hem een inreisverbod op.

Over dat inreisverbod wordt dan weer maatschappelijk geaarzeld. Het redactionele commentaar van Trouw noemt het verbod „niet onlogisch”: radicale imams wordt ook de toegang tot Nederland ontzegd. Maar de redactie voelt ongemak over de beperking van grondrechten vooraf. Waarom zulke mensen niet achteraf, na gedane uitspraken, vervolgen? De beperking van grondrechten vereist „iedere keer opnieuw een zeer zorgvuldige afweging”.

Kijk, zo werkt zo’n gesprek. Alleen blijkt niet iedereen dat te snappen. Zoals bekend zou tijdens de Nacht van de Vluchteling een wandeling plaats vinden vanaf Herinneringscentrum Kamp Westerbork, maar is dat plan afgelast wegens „aanhoudende bedreigingen en intimidaties”. Niks rechtsstatelijke afweging van rechten: gewoon dreigen met geweld. En dat, door bedreiging of geweld iemands rechten blokkeren, is simpelweg terreur. Ik hoop van harte dat de overheid het ook zo zal behandelen.

Nou is het verleidelijk deze intimidatie aan één groep toe te schrijven en daarmee te politiseren. Journaliste Marcia Luyten, zelf lastig gevallen op Twitter, denkt dat de achterban van Forum voor Democratie zich hieraan exclusief schuldig maakt. „In de Nederlandse politieke cultuur sinds het herstel van de democratie in 1946 is dat zelden voorgekomen”, schrijft ze in NRC. Het lijkt me een wat al te snelle conclusie.

Je kunt niet zeggen van welke kant het intimideren komt, want ten eerste komt het van alle kanten en ten tweede zijn er geen kanten. Groepen en partijen zijn intern verdeeld; politieke coalities zijn niet altijd zo vanzelfsprekend als je zou denken. In de Angelsaksische wereld leeft onder linkse feministen de vraag of ze zich met rechts moeten verbinden in de strijd tegen transgenderrechten. Bijeenkomsten van zulke feministen worden vervolgens door bommeldingen van transactivisten verstoord. Niet alleen klassiek rechtse stemmers dreigen.

Groepen hebben allemaal hun krankzinnige rafelranden. Er zijn haatpredikers en haat-lhbt’ers. De samenleving staat voor de belangrijke vraag hoeveel ruimte en recht die rafelranden hebben. Radicaal feministe Meghan Murphy is een rechtszaak begonnen tegen Twitter, omdat ze het recht opeist transmensen lastig te vallen met haar tweets. Heeft ze dat recht? Mag een private partij als Twitter haar uitingsvrijheid vooraf beperken? Mag de overheid dat? Wat zijn overeenkomsten en verschillen tussen Steven Anderson en Meghan Murphy?

Zo verloopt de discussie. Het gaat niet om de politieke identiteit van de betrokkenen, maar om hun rechten en hoe je die afweegt. Dreigen met geweld is strafbaar en moet worden bestraft.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.