Maatregelen tegen brandstofcrisis in Angola

Het zuidelijk Afrikaanse land exporteert veel ruwe olie, maar is voor benzine en diesel grotendeels afhankelijk van import uit andere landen.

Lange rijen bij een tankstation in hoofdstad Luanda.
Lange rijen bij een tankstation in hoofdstad Luanda. Foto Empe Rogario/EPA

President João Lourenço van Angola wil maatregelen om de brandstofcrisis in het land tegen te gaan. Dat heeft persbureau Bloomberg dinsdag gemeld. Het land is na Nigeria de grootste olieproducent van Afrika, maar desondanks zitten benzinestations in veel steden zonder brandstof.

Door de brandstoftekorten ligt de economie gedeeltelijk plat. Veel bedrijven zijn voor de productie van goederen namelijk afhankelijk van brandstof. In een dinsdag vrijgegeven verklaring zegt Lourenço dat de „benodigde maatregelen” worden genomen om de crisis snel op te lossen. Wat deze maatregelen zijn, werd niet verder gespecificeerd.

Angola exporteert per dag zo’n anderhalf miljoen vaten aan ruwe olie, maar raffineert het product maar op kleine schaal. Het Angolese staatsoliebedrijf Sonangol is goed voor de productie van eenvijfde van de benodigde brandstof. De overige benzine en diesel wordt geïmporteerd.

Reden voor de brandstofcrisis is volgens het oliebedrijf dat het buitenlandse valuta zoals dollars tekortkomt om buitenlandse leveranciers te betalen. Ook zou een groot aantal klanten van Sonangol nog een schuld uit hebben staan bij het oliebedrijf.

Lange rijen voor tankstations

De prijs van de illegale straatverkoop verdubbelde de afgelopen week door de tekorten. Dinsdag stonden er lange rijen voor tankstations in Luanda, meldt persbureau Reuters. Chauffeurs moeten soms uren wachten voor ze kunnen tanken. Volgens Lourenço ligt de schuld bij Sonangol, dat vraag en aanbod niet goed afgestemd zou hebben. Daardoor zou er een tijdlang structureel te weinig benzine en diesel zijn ingekocht.