Met twee oud-dakloze vrouwen naar ‘Les invisibles’: ‘het had wel wat rauwer gemogen’

Reportage Twee Nederlandse oud-dakloze vrouwen keken de film ‘Les invisibles’. Ze vonden de Franse tragikomedie mooi, maar te sentimenteel.

In ‘Les invisibles’ zie je hoe de medewerkers van een opvangcentrum worstelen met een evenwicht tussen helpen en loslaten.
In ‘Les invisibles’ zie je hoe de medewerkers van een opvangcentrum worstelen met een evenwicht tussen helpen en loslaten.

Als dakloze vrouw ben je continu op je hoede, vertelt de ex-dakloze Su. „Ik heb mannen overal zien slapen, maar als vrouw doe je op straat geen oog dicht. Je hebt geen idee wat voor rare mensen er rondlopen.” Dat deel van het daklozenbestaan had volgens haar explicieter aan bod mogen komen in de Franse tragikomedie Les invisibles. Toch werd ze af en toe emotioneel tijdens het kijken; veel elementen noemt ze realistisch. Les invisibles gaat over een dagopvang, L’Envol (de Vlucht), die moet sluiten omdat officiële instanties vinden dat de begeleidsters dakloze vrouwen er te veel pamperen en deze daardoor niet re-integreren in de samenleving.

De film is in Frankrijk een onverwachte bioscoophit. De 22-jarige Su en 23-jarige Khadija (volledige naam bekend bij de redactie) hebben de film zojuist bekeken met Melanie Schmit, manager bij Limor, een landelijke organisatie voor maatschappelijke ondersteuning, en Peter Hoogendijk van het Leger des Heils. Su en Khadija hebben sinds ongeveer een jaar een woning via Housing First, een gezamenlijk project van deze twee organisaties en worden ook door hen begeleid. Het viertal noemt de film na afloop mooi, maar sentimenteel. Het had rauwer gemogen.

Vanuit het hart

„De nadruk ligt erg op hoe de begeleiders het ervaren”, vertelt Khadija. In de film zie je hoe de medewerkers van L’Envol worstelen met een evenwicht tussen helpen en loslaten. Aandacht hiervoor vindt Khadija terecht: „Ik vond het erg mooi dat je zag dat ze werkten vanuit hun hart. Die betrokkenheid is noodzakelijk, alleen zo kan je mensen helpen.”

In Nederland is zo’n 20 procent van de daklozen vrouw, maar ze blijven vaker onder de radar, vertelt Schmit. „Vrouwen krijgen vaker dan mannelijke daklozen een tijdelijke slaapplek aangeboden; ze hoppen van bank naar bank. Daardoor worden ze ook sneller slachtoffer van mensen met slechte bedoelingen.

Het favoriete personage in Les invisibles van Su en Khadija is de jonge Angélique. Deze vrouw werkt in de opvang, maar verbleef als vijftienjarige bij een ‘vriendelijke’ man die haar een plek aanbood in ruil voor seks, ze zag er zelf niets verkeerds in. Khadija: „Dat ze dat doet klinkt voor mij logisch: als je dakloos bent, maak je keuzes die je niet zou maken als je niet-dakloos bent.” Zo verkocht Su al haar bezittingen toen de opvang waar ze verbleef sloot, ze kon de spullen niet meenemen en je doet volgens haar soms alles om een nacht in een hotel te betalen.

De film mikt ook op de lach, er zijn de geestige sneren die de vrouwen in L’Envol onderling uitdelen of de knullige pogingen van de medewerkers om hun cliënten aan een baan te helpen. Herkenbaar? Khadija: „Ja, ook al zit je in een kutsituatie, dat betekent niet dat je nooit lacht.” De saamhorigheid tussen de dakloze vrouwen in l’Envol noemt ze wat vet aangezet, maar correct weergegeven. „In het echt wordt er meer ruzie gemaakt, maar iedereen is er voor elkaar.”

Schmit en Hoogendijk vinden de scène treffend waarin de dakloze Catherine aanschuift bij een uitzendkantoor met haar volledige bezit in twee grote tassen naast haar. Schmit: „Dat ene beeld toont hoe krankzinnig het is om te eisen dat mensen al re-integreren terwijl ze nog in een uitzichtloze situatie van dakloosheid verkeren. Een persoon weet nog niet eens waar hij die dag zal douchen en slapen, maar we vinden het wel belangrijk dat zo iemand gaat werken.” Housing First gelooft in huisvesting als basisrecht, ze geven mensen zoals Su of Khadija eerst een huis, vervolgens gaan ze aan de slag met andere problematiek zoals psychische problemen, schulden en het zoeken naar een opleiding of werk. Een opvang noemt Schmit een ziekmakende omgeving. „Hoewel we in Nederland volgens mij verder zijn dan in Frankrijk, merk je ook hier dat mensen soms vinden dat daklozen iets moeten ‘doen’ voor ze hulp en een woning mogen krijgen. Er zit iets heel moralistisch in die houding.”

Lees hier de recensie van ‘Les invisibles’

Schmit denkt dat dit er misschien ook toe geleid heeft om in de film niet in te gaan op bijvoorbeeld psychische en verslavingsproblemen bij daklozen, terwijl een groot deel van de daklozen in Nederland psychische problemen heeft. „Daar kan een breed publiek misschien minder snel mee identificeren, mensen vinden dat vaak ongemakkelijker.”

Ook Khadija en Su vinden dat gek, volgens hen zouden de bewoners van de opvang niet minder sympathiek overkomen als een deel van hen worstelt met een verslaving. „Ze hadden kunnen laten zien waarom deze vrouwen gebruiken, dan kunnen kijkers het misschien begrijpen”, vertelt Khadija. Su zat trouwens niet te wachten op medelijden toen ze zelf in een opvang verbleef: „Ik wilde niet iemand die zei: ‘Wat ben je zielig’. Ik wilde iemand die me motiveerde en toonde dat het anders kon.”