Kwetsbare werken in Venetiaanse mist

Biënnale van Venetië Nederlandse inzending van Iris Kensmil en Remy Jungerman is een glasheldere presentatie die commotie vooraf doet vergeten.

The New Utopia Begins Here #1 (2019), één van de werken van Iris Kensmil in het Nederlandse paviljoen op de Biënnale van Venetië. De geportretteerden zijn zwarte activisten, politici en auteurs.
The New Utopia Begins Here #1 (2019), één van de werken van Iris Kensmil in het Nederlandse paviljoen op de Biënnale van Venetië. De geportretteerden zijn zwarte activisten, politici en auteurs. Foto Gerrit Schreurs

Er hangt een dikke mist rond het Nederlandse paviljoen op de Biënnale van Venetië. Flarden ijskoude nevel trekken door de openstaande deuren het door Rietveld ontworpen gebouw binnen. En nee, de waterdampen vormen geen onderdeel van zijn tentoonstelling, zegt curator Benno Tempel enigszins verontrust. Ze worden opgewekt door een vernevelaar op het naastgelegen hoofdpaviljoen. „Ik heb er al over geklaagd. Als die mist zes maanden lang blijft hangen, hebben we een probleem.”

Binnen bevinden zich namelijk kwetsbare kunstwerken: schilderijen van Iris Kensmil en sculpturen van Remy Jungerman, onder andere gemaakt van klei. Het heeft weken geduurd voordat die klei in het vochtige Venetiaanse klimaat gehard was en ging barsten als een droge rivierbedding. Het zou funest zijn als de spieramen van Kensmils werken zouden kromtrekken, of Jungermans droge rivier weer vloeibaar wordt.

Voor de twee kunstenaars hangt er nogal wat vanaf. De Biënnale van Venetië geldt als het hoogste podium van de kunstwereld. Alleen al deze dinsdag zullen honderden verzamelaars en museumdirecteuren hun werken bekijken. Als zaterdag de poorten opengaan voor het publiek, zullen er in een half jaar tijd ruim een half miljoen bezoekers langskomen.

Iris Kensmil, The New Utopia Begins Here #2, 2019.

Glasheldere presentatie

Vooraf was er veel gedoe over de Nederlandse inzending. Tempel had ook werk willen tonen van Stanley Brouwn (1935-2017), net als Kensmil en Jungerman van Surinaamse komaf. Maar daags na de bekendmaking van dat idee liet Brouwns weduwe weten dat zij niet aan de tentoonstelling mee wilde werken. Daarop werd het concept bijgesteld, met felle reacties in de pers en op sociale media tot gevolg. Maar wie nu door de koude mist het Rietveldpaviljoen betreedt, ziet een glasheldere presentatie die ook zonder de bijdrage van Brouwn overeind blijft. Als eerste springen de sculpturen van Jungerman in het oog. In de acht meter lange rivierbedding plaatste hij een enorme tafel, de Kabra Tafra, die herinnert aan offertafels waarmee in de winti-religie voorouders vereerd worden. Erboven hangen, als een soort cruiseschepen, drie langwerpige sculpturen die met hun abstracte vormen en hun rood-geel-blauwe balken doen denken aan de beeldtaal van De Stijl. Ze zijn bewerkt met spijkers, zoals je wel ziet bij Afrikaanse afgodsbeelden.

Jungerman smeedt met een van zijn beelden een nieuwe, eigen taal

Lees ook: Nederland op de Biënnale van Venetië: kunst die je meelokt naar andere werelden

In een tweede beeld, Promise, versmelt Jungerman op een vergelijkbare manier het idioom van de minimalistische, westerse kunst met niet-westerse invloeden. De latten die hoog de lucht in steken, baseerde hij op de stokken waarmee de schippers van de Marron hun boten door de smalle kreken in het Surinaamse oerwoud duwen. Maar die stokken groeien uit tot een voetstuk van kubusvormen die ontleend zijn aan de Amerikaanse kunstenaar Sol LeWitt. Zo smeedt Jungerman, zelf opgegroeid in de Surinaamse jungle, een nieuwe, eigen taal.

Zaaloverzicht: The Measurement of Presence, Iris Kensmil en Remy Jungerman, Nederlands paviljoen op de Biënnale van Venetië, 2019.

Foto Gerrit Schreurs

Draai je je om, dan zie je opeens de imposante wandschilderingen van Kensmil. Met zwarte markers heeft ze op een van de muren het reusachtige portret van Audre Lorde (1934-1992) getekend, een dichteres die zichzelf een ‘zwarte lesbische feminist’ noemde. Je ziet de gedrevenheid waarmee Kensmil te werk is gegaan terug in de lijnvoering. Pikzwarte pupillen staren boos de ruimte in, terwijl in andere delen van het gezicht de stiften zijn opgedroogd, en voor schetsmatige grijstonen zorgen. Over Lorde’s gezicht dwarrelen zwarte rechthoeken, door Kensmil ontleend aan een compositie van Mondriaan.

Remy Jungerman, Promise IV (detail), 2018-19. 134 × 136 × 489 cm.

Foto Gerrit Schreurs

Die Mondriaan-blokken dansen verder over de muren ernaast, waar Kensmil een indrukwekkende portrettengalerij heeft ingericht voor zwarte auteurs, activisten en politici als Claudia Jones en Hermina Huiswoud. De schilderijen, die zijn opgebouwd met transparante lagen verf , herinneren, ook qua stijl, aan de portretten die Gerhard Richter schilderde van de leden van de Rote Armee Fraktion. Kensmil plaatst de vrouwen hier letterlijk tegen de achtergrond van Mondriaans modernisme. Alsof ze wil zeggen: ook zij verdienen het om gezien te worden.

Strak, helder en een tikkeltje klassiek is deze presentatie. Kensmil en Jungerman zijn geen kunstenaars die modieus meeschreeuwen met de trends in de kunstwereld. Intussen hebben ze wel degelijk een belangrijk verhaal te vertellen over een meer inclusieve wereld en een kunstgeschiedenis die bijstelling behoeft.

Iris Kensmil en Remy Jungerman: The Measurement of Presence. 11/5 t/m 24/11 op de Biënnale van Venetië. Inl.: www.venicebiennale.nl