Filmexpert Simon van Collem is vergeten, en dat is doodzonde

Simon van Collem Dit jaar zou filmjournalist Simon van Collem honderd jaar zijn geworden. Hij was een grootheid in de tijd dat elke Nederlandse omroep een wekelijks filmprogramma uitzond dat dieper groef dan soundbites vanaf de rode loper en kritiekloze interviews.

Simon van Collem in 1965 naast een toverlantaarn, voorloper van de film.
Simon van Collem in 1965 naast een toverlantaarn, voorloper van de film. Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad/Peter Mokveld

Er was een tijd dat elke omroep een diepgravend filmprogramma had dat wekelijks werd uitgezonden.

Anno 2019 is er nog maar één filmrubriek op tv: het wat weggestopte Films & Sterren met René Mioch, die alleen vluchtige aandacht besteedt aan commerciële films. Vorig jaar zond de VPRO de zesdelige serie De Kijk van Koolhoven uit, een laatste oprisping van de omroep die jarenlang de kwaliteitsrubriek Stardust uitzond – in 2002 voor het laatst.

Het past in een mondiale trend: zelfs de BBC stopte onlangs na 46 jaar zijn filmrubriek, die groot werd onder de monkelende gastheer Barry Norman. Met hem werd Simon van Collem (1919-1989) indertijd vaak negatief vergeleken als het kwispelend schoothondje van Hollywood.

In de jaren zestig en zeventig hadden filmprogramma’s op televisie nog een educatieve en journalistieke insteek, met serieuze filmcritici als presentator (Jan Blokker) of in de redactie. Ze boden grondige reportages en bespraken kritisch arthousefilms. Tot de commercialisering inzette met Simonskoop, gepresenteerd door Van Collem.

De presentator stierf dertig jaar geleden in het harnas, vlak nadat hij Timothy Dalton had geïnterviewd bij de première van de James Bondfilm License to Kill in Tuschinski. Hij domineerde toen al drie decennia de filmrubriek met De oude draaidoos (1958-1969), Avroskoop (1970-1973) en Simonskoop (1975-1989). Nu herinneren vijftigplussers hem misschien als dat koddige, kalende mannetje met baard, maar met name die laatste show leverde hem een reputatie van ijdele en oppervlakkige, steenkolenengels sprekende, onkritische interviewer op die als ‘ster onder de sterren’ tegen Hollywood aanschurkte. Iemand die liefst zelf veel in beeld is, maar weinig diepgravends heeft te bieden. Dat imago wordt bekrachtigd door de foto op het omslag van zijn interviewboek De sterren kunnen me nog meer vertellen (1988): Van Collem op schoot bij Shirley MacLaine – de perfecte stok om de hond mee te slaan.

Omdat vooral Simonskoop beklijft, zijn Van Collems eerdere filmrubrieken ten onrechte vergeten. Zijn reputatie als lichtgewicht is aan herwaardering toe, zo blijkt na een weerzien met De oude draaidoos, maar ook Avroskoop, de rubriek die hij begon toen hij de VPRO verliet.

Vooral De oude draaidoos (119 afleveringen) is een uitstekend programma. Van Collem kon er zijn voorliefde in kwijt voor het oude Hollywood, maar ook voor de vooroorlogse Nederlandse amusementsgeschiedenis. Hij presenteerde toen nog wat stijfjes, maar kundig en enthousiasmerend, en interviewde een jaloersmakende lijst mensen uit het filmvak, zoals Harold Lloyd, Alfred Hitchcock en Fritz Lang, met wie hij bevriend was. Daarnaast bracht hij reportages en portretten, onder meer van actrice Aaf Bouber (ster van veel Jordaanfilms). In zijn programma deed Van Collem aan filmgeschiedschrijving avant la lettre. Die geschiedkundige belangstelling bleek ook in het boek Uit de oude draaidoos (1959). Latere filmhistorici hebben sommige van zijn (soms iets te anekdotische) bevindingen over de pioniersjaren van de Nederlandse film bijgesteld, maar hij zat dicht bij de bron en was de eerste die het vrij systematisch opschreef. Zijn tv-programma was daar een pendant van.

Maffe capriolen

Ook Avroskoop blijkt bij terugzien een prima filmprogramma. Van Collem verruilde hier oude voor contemporaine films. Daarbij voelde hij de tijdgeest goed aan, getuige een in het Vondelpark opgenomen interview met Woodstock-regisseur Michael Wadleigh. Ook was zijn belangstelling nog breder dan in zijn latere Simonskoop-jaren, toen hij zich exclusief richtte op de populaire film en maffe capriolen ging uithalen: zo liet hij zich in een reportage over stunts (ogenschijnlijk) in een Amsterdamse gracht gooien.

In Avroskoop is Van Collem (nog) kritisch. Hij noemde Otto Preminger „een nogal ijdele filmmaker”, en zijn interviews zijn verre van oppervlakkig – zo sprak actrice Rita Moreno (West Side Story) uitgebreid over racisme en discriminatie in Hollywood. Ook zijn setbezoeken leverden vaak fraaie televisie op, zoals zijn reportage op de set van The Beguiled, met een jonge Clint Eastwood.

In 1975 verhuisde Simon van Collem naar de TROS, waar hij tot zijn dood in 1989 Simonskoop zou maken, met interviews, reportages en setbezoeken. De kwaliteit neemt af: Van Collems interesse is versmald tot de mainstream en op een enkele uitzondering na worden zijn gesprekken nietszeggend. De maandelijkse uitzendingen stralen iets routinematigs uit.

Simon van Collem in een gastrolletje in ‘Flodder’ en ‘Amsterdamned’:


Maar terugblikkend leveren zijn programma’s een schat aan archiefmateriaal op. Sommige interviews zijn uniek, al was het maar omdat Van Collem, voor wie vele deuren opengingen, nog exclusief kon spreken met acteurs of makers. Het is filmerfgoed dat het verdient om eens goed in kaart te worden gebracht en schreeuwt om hergebruik. Van Collem is vergeten, en dat is doodzonde.

Dit is een bewerkte versie van het artikel ‘Filmprogramma’s op tv’ uit Filmjaarboek 2018/2019 (Amsterdam University Press, 2019). André Waardenburg wijdt op 12 mei in Het Ketelhuis in Amsterdam een avond met beeldfragmenten aan de geschiedenis van filmprogramma’s. Inl: ketelhuis.nl