Recensie

Recensie Film

Een verhaal over een gespierd lichaam tussen velden en bergen

Drama De Vlaamse wielrenner Niels Willaerts speelt in de film ‘Coureur’ wielerbelofte Felix Vereecke die geconfronteerd wordt met doping. Sfeer en esthetiek lijken voor regisseur Kenneth Mercken belangrijker dan een volledig helder verhaal.

Wielerbelofte Felix Vereecke (Niels Willaerts) is niet vies van doping in ‘Coureur’.
Wielerbelofte Felix Vereecke (Niels Willaerts) is niet vies van doping in ‘Coureur’.

Af en toe duikt er een hoofdrolspeler op naar wie je wilt blijven kijken, móét blijven kijken. Met een lichaam dat een verhaal op zich vertelt. Zo iemand is Niels Willaerts, die in Coureur de jonge Vlaamse wielerbelofte Felix Vereecke speelt. Als Felix aankomt bij de Italiaanse semi-profploeg waar hij een contract heeft getekend, noemt een van de trainers hem spottend „a true Belgian”. Met zijn treurige blik en verbeten mond die vooral gewend lijkt te zwijgen, kun je hem inderdaad zo voorstellen in een Vlaams boerendorp. Maar onder de oppervlakte voel je ambitie borrelen: neusgaten die opensperren zodra hij op de fiets zit, speeksel dat van de lippen druipt bij een sprint en haar dat werd geblondeerd toen hij zijn geboortedorp verliet. Binnen de wielerwereld werd eind jaren negentig ontkleuren van haar geassocieerd met het verbergen van doping. Renners zouden daarmee sporen van doping uit hun haar willen verwijderen, die anders via haartests konden worden aangetoond.

Het op autobiografische elementen gebaseerde debuut Coureur gaat over een zoon die wil loskomen van zijn vader; een man die zijn kind kleineert en manipuleert in de hoop dat het zijn eigen gefnuikte ambities zal waarmaken. En over de druk om prestatie bevorderende middelen te nemen, in de film een onvermijdelijk onderdeel van de sporttak waarin Felix excelleert. Nadat hij België heeft verruild voor Italië, belandt hij in een team dat uitblinkt in het combineren van zoveel mogelijk verboden stoffen. De Belg is er niet vies van, dit kreeg hij samen met de liefde voor de sport van huis uit mee.

De keuze van regisseur Kenneth Mercken om zijn verhaal gedeeltelijk te vertellen via het lichaam van zijn zwijgzame hoofdpersoon, voelt logisch. Willaerts – in het echt wielrenner, geen acteur – is het zwakst als hij moet praten. De rest van de goed acterende cast kan dit gebrek aan acteerervaring niet compenseren.

Lees ook een interview met regisseur Kenneth Mercken over ‘Coureur’: Zonder epo werd je geen prof

Sfeer en esthetiek lijken voor regisseur Mercken belangrijker dan een volledig helder verhaal. Af en toe zijn karakters erg summier uitgewerkt en is de informatiedichtheid erg dun. Bij de terloopse opmerking van een arts dat Felix’ vader bloed kan „geven” aan zijn kind, wil je als niet-ingewijde kijker iets meer context. Deze lacunes worden gecompenseerd door prachtige shots van gespierde lichamen die over de kasseien of tussen velden en bergen lijken te zweven. Of door de momenten waarin de afgetrainde pubers – dat blijven de jongens in Felix’ team – ver weg van hun familie steun zoeken bij elkaar of mederenners te lijf gaan, opgefokt door competitiedrang en drugs. Dankzij deze mooie beelden en de vet aangezette soundtrack, schurkt de film soms tegen sentimentaliteit aan, maar dat vergeet je graag als je bedenkt dat dit Merckens eerste speelfilm is.