Opinie

Een baas die verbindt. Wat moet VNO ermee?

Menno Tamminga

Een verbinder? Waarom zoekt werkgeversorganisatie VNO-NCW een verbinder als opvolger van voorzitter Hans de Boer? De werkgevers hebben helemaal geen verbinder nodig. Ze hebben juist een breker nodig. Afgelopen week had De Telegraaf de primeur dat De Boer in 2020 na twee termijnen als voorzitter vertrekt. Z’n tweede termijn loopt af en een VNO-NCW-voorzitter dient er maar twee. Al denk ik dat de werkgevers wel een beroep op hem hadden gedaan voor een dérde werkperiode als hij inmiddels de status van ‘onmisbaar’ had gekregen, zoals Bernard Wientjes, zijn voorganger.

Wientjes was in zijn tijd de regisseur/diplomaat in de coulissen die pas het toneel opkwam als dat effectief was om succes te boeken. De Boer is eerder de marktkoopman die voor en achter zijn kraam met aplomb werkgeversbelangen uitvent. Want dat is eigenlijk de enige taak van VNO-NCW: politieke lobby in Den Haag en Brussel om wetgeving te beïnvloeden en economische lobby om akkoorden te sluiten in de Sociaal-Economische Raad en met de vakbeweging.

Mits dat zinvol is, uiteraard.

Lees ook hoe Hans de Boer zich op de kaart zette: Overal tegelijk.

De Boers opvolger zou een verbinder (m/v) moeten zijn. Want zo gaat dat: organisaties zoeken in een opvolger graag de eigenschappen die z’n voorganger niet of te weinig had. Begrijpelijk, niets menselijks is de werkgevers vreemd. Toch is het beter het krachtenveld te overzien waarin de organisatie de komende jaren moet werken en niet te veel te kijken naar de persoon van de gaande man.

Hoe is die situatie? De economie is top. De maatschappelijke onvrede groeit, gezien de politieke polarisatie en versplintering. Dat is drie keer slecht nieuws.

De eerste: de kans op een economische neergang, die overigens geen crisis hoeft te zijn, wordt groter. De tweede: de politieke situatie is stekelig. Werkgevers houden van stabiel, voorspelbaar beleid in Den Haag, niet van het gezigzag van wisselende meerderheden.

Het derde slechte nieuws is dat de tegenstellingen bínnen het werkgeverskamp bloot zijn komen te liggen. Wie betaalt het klimaatbeleid en wie krijgt de subsidies? Welke bedrijfstakken zijn zo energie-intensief dat de klimaatpolitiek cruciaal is? Welke zijn juist arbeidsintensief, zodat heel andere zaken nijpend zijn? Wie kan zich aan specifieke belastingen (winstbelasting) onttrekken, en wie draait er wél voor op (btw)? Wie wil wel hogere lonen betalen om schaars personeel te houden of te krijgen en voor wie is dat juist een onoverkomelijke extra kostenpost?

In het nationale en internationale bedrijfsleven zijn conglomeraten op hun retour. Wat is hun economisch nut nog als hun activiteiten en belangen elkaar niet versterken, maar dwarszitten?

Iets soortgelijks geldt voor VNO-NCW. De scheidslijn ligt tussen grote, exporterende concerns, al dan niet met buitenlandse eigenaren, en het midden- en kleinbedrijf. Het mkb kan niet dreigen met verplaatsing van hoofdkantoren, is fiscaal aan Nederland gebonden, heeft andere sociaal-economische belangen (ontslagrecht, doorbetaling bij ziekte) en heeft als banenmotor wél een hoge aaibaarheidsfactor.

VNO-NCW behartigt alle belangen. Van groot-, klein- en middenbedrijf. MKB Nederland heeft na een eerdere ruzie meer armslag gekregen. Niet genoeg. De belangen lopen straks verder uiteen. De volgende voorzitter kan mooi de verstrengeling uit 2009 ongedaan maken. Dat schept lobbyruimte. Samen optrekken, mits functioneel, kan altijd.

Komt dat verbinden toch nog een beetje van pas.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.