Opinie

Dieuwertje

Marcel

Marcel van Roosmalen

Het is de week van het luisterboek, dat kon er ook nog wel bij. Vorige week sprak ik toevallig voor het eerst een luisterboek in, een activiteit waarbij veel meer komt kijken dan je vooraf denkt. Het was bij Thinium, naast het station in Weesp. Bij binnenkomst een bijzonder tafereel: er lag een schrijfster op de grond. Ze had thuis een bosbessentaart gebakken, alle bosbessen waren eraf gevallen.

Het inspreken gebeurde in een afgesloten ruimte, een cel. Via een koptelefoon stond ik in contact met een regisseur. Die van mij, een actrice die een tijdje in Goede Tijden Slechte Tijden zat, was heel precies. Een keertje verkeerd slikken of een klemtoon verkeerd en je had een ingreep te pakken en dan moest het opnieuw. Je kon geen moment verslappen: ik kreeg een hekel aan sommige zinnen die ik zelf geschreven had.

Na ieder anderhalf uur moest ik even pauzeren. Ik kreeg dan snoep, thee en bemoedigende praat. We waren vol lof over hoe ik het deed, ik waande mezelf echt een uitblinker. Er hing daar een fotogalerij van voorlezers en schrijvers. Op de vraag wie de slechtste voorlezer was kwam geen antwoord, maar toen het over ‘de beste’ ging hoefde mijn regisseur geen seconde na te denken.

„Dieuwertje! Dat vindt iedereen hier.”

Het maakte niet uit wat voor een boek je Dieuwertje gaf, ze las het foutloos voor. Soms negen uur aan een stuk, zonder pauzes, zonder regisseur ook.

„Dat heeft Dieuwertje niet nodig.”

Ik graaide in de droppot en vroeg of Dieuwertje op zo’n dag veel drop at. Antwoord: „Dieuwertje heeft nog nooit een dropje genomen.”

De rest van mijn boek dacht ik bij iedere verspreking aan Dieuwertje, die een paar cellen verderop waarschijnlijk foutloos van pagina naar pagina huppelde. Geen ademstoot te veel, nooit een slokje water en altijd vriendelijk en vrolijk. Ik kuchte en vroeg of Dieuwertje ook wel eens kuchte.

Antwoord: „Dieuwertje kucht nooit, die leest gewoon door.” Daarna een tip: „Denk maar niet te veel aan Dieuwertje.”

Toen de eerste inspreekdag erop zat vertelde ik dat ik nog niet zo lang geleden heel prettig met Dieuwertje door de parkeergarage van het Zaantheater in Zaandam was gelopen.

Er werd begrijpend geknikt.

Naast fijn inspreken kon Dieuwertje ook heel prettig lopen. Soms als ze weer eens veel eerder klaar was met het foutloos voorlezen van een moeilijk boek liep ze naar het station alsof er niets aan de hand was. Een beetje zoals Lionel Messi na weer een bijzonder doelpunt: je kijkt er niet meer van op.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.