Bedolven onder boeken, gebeten door een insect: componisten sterven soms heel merkwaardig

Zes doden Het festival Classical Encounters buigt zich over de dood. Op het programma ook componisten die vreemd aan hun einde kwamen. Hier zes bijzonder tragische sterfgevallen.

Illustratie Tjarko

Een bed bedolven onder rozen, dat belooft de Dood het meisje in het lied waarvan Schubert de melodie later gebruikte in zijn Veertiende strijkkwartet. En in zijn liederencyclus Winterreise zingt de hoofdfiguur – een zwervende jongeling – in ‘Der Wegweiser’ over reizen op een weg waarvan niemand terugkeerde, „die noch keiner ging zurück”. Saint-Saëns verklankte de rammelende botten van herrezen lijken in zijn Danse macabre. En Mozart probeerde op zijn sterfbed wanhopig zijn Requiem te voltooien. Allemaal meesterwerken die komende dagen te horen zijn op het kamermuziekfestival Classical Encounters in Den Haag, waar de dood in al zijn muzikale gedaanten opduikt.

Ook aandacht in de concerten voor stukken van componisten die zelf een deerniswekkend einde vonden. Over Mozarts vroege dood – moord of niet? – lijkt het laatste woord nog niet gesproken. Uit angst voor ontmaskering als homoseksueel?

En soms neemt de dood nog zonderlinger vormen aan. Lully, de muzikale machthebber aan het hof van de Franse Zonnekoning, werd opgevreten door koudvuur nadat hij met zijn dirigeerstaf op een van zijn kleine tenen had geslagen. De Italiaanse rokkenjager Stradella overleefde twee aanslagen door huurmoordenaars van jaloerse echtgenoten, maar weigerde zijn leven te beteren, zodat de derde hem fataal werd.

Hieronder zes verhalen van componisten die een nog vreemder noodlot ondergingen.

Illustratie Tjarko

Een insect velt Berg

Het leven zag er toch al niet al te rooskleurig uit voor de vijftigjarige Alban Berg in de zomer van 1935. Zijn atonale stijl viel in ongenade bij de nazi’s, die ook in Oostenrijk steeds vastere voet aan de grond kregen. En halverwege augustus kreeg hij last van zijn onderrug. „Een insectenbeet heeft in een crescendo van pijn daar een enorm abces veroorzaakt dat me van al mijn vreugden berooft”, schreef hij.

Een arts beloofde dat de zwelling na een week zou verdwijnen. Maar dat bleek niet het geval. Berg hield zich op de been met pijnstillers, totdat hij halverwege december in het Weense privéziekenhuis Rudolfinerhaus belandde met een bloedvergiftiging. Twee operaties en een bloedtransfusie leken afdoende. De donor was een jongen uit de volkswijken van de stad, vertelde de dokter de opkrabbelende patiënt. „Als ik nu maar geen operettecomponist word”, grapte Berg tegen een vriend.

Twee dagen later verslechterde de toestand en kondigde de dood zich aan. Berg zonk weg in koortsdromen over zijn onvoltooide opera Lulu. Zijn armen hieven zich af en toe op in korte dirigeerbewegingen en zijn laatste woorden waren: „Een opmaat! Een opmaat.”

Jong talent in Kasteel Duivenvoorde, Voorschoten. Klarinettist Jelmer de Moed en pianist Rik Kuppen spelen op 11 mei Berg, Schumann en Brahms.

Alban Berg - Vier Stücke voor klarinet en piano

Illustratie Tjarko

De muur van Chausson

De fiets was eind negentiende eeuw een betrekkelijk nieuw vervoermiddel, maar de Franse componist Ernest Chausson (1855-1899) hield ervan. Zijn vader verdiende goed als aannemer die in Parijs de grote boulevards aanlegde. Op diens aandringen werd hij jurist. Halfweg de twintig koos hij toch voor de muziek. Het familiefortuin, waarvan hij de enige erfgenaam was, stelde hem in staat om als componist zijn weg te zoeken. Chaussons doorbraak leek aanstaande, toen hij een zonnige junidag benutte voor een fietstocht rond zijn buitenverblijf in Limay, vanaf Parijs 50 kilometer stroomafwaarts langs de Seine. Tijdens de afdaling van een heuvel verloor hij de controle over zijn rijwiel en botste tegen een stenen muur. Hij was op slag dood door een schedelbreuk.

Murder Myth & Mystery in COMM, Den Haag. Atlantic Trio speelt op 12 mei Chausson en Lili Boulanger.

Ernest Chausson - Poème

Illustratie Tjarko

Weberns fatale sigaar

De oorlog was voor Anton Webern (1883-1945) een verwarrende tijd, want zijn leermeester Schönberg was een Jood en zijn zoon een nazi. Hitler bestempelde zijn muziek tot ontaard, wat het bestaan moeilijk maakte. Aan het slot van de oorlog verhuisde Anton Webern naar de provinciestad Salzburg. Enkele maanden na de bevrijding kwamen zijn kleinkinderen logeren. Om ze niet te storen in hun slaap besloot Webern buiten een sigaar te roken. Hij was kennelijk vergeten dat de Amerikaanse militairen licht op dat tijdstip van de avond hadden verboden. Dus toen een soldaat de punt van Weberns sigaar zag oplichten, vuurde hij meteen. Webern stierf en de militair raakte – gekweld door schuldgevoel – verslaafd aan de drank en de pleegde tien jaar nadien zelfmoord.

Murder Myth & Mystery in Haags Historisch Museum. Armonia Quartet speelt op 10 mei Webern en Sjostakovitsj.

Anton Webern - Langsamer Satz

Illustratie Tjarko

Boeken verpletteren Alkan

Is het waarheid of mythe? Die vraag hangt om het sterven van de raadselachtige Franse componist en pianovirtuoos Charles-Valentin Alkan (1813-1888), tijdgenoot en vriend van Liszt en Chopin. Het wonderkind trok zich als twintiger terug uit het Parijse openbare leven. In afzondering componeerde hij en bestudeerde en vertaalde de Talmoed. Volgens de legende werd die literaire liefde Alkan noodlottig. Op een dag reikte hij naar de Talmoed op de bovenste plank van een boekenkast, die omviel en hem verpletterde. Die lezing bestreed zijn huismeester in een later ontdekte brief, waarin stond dat hij Alkan vond onder een kapstok in de keuken. Wat het verhaal alleen maar mysterieuzer maakt.

Murder Myth & Mystery in drie huiskamers in Leiden. Adventus Piano Trio speelt 11 mei Alkan.

Charles-Valentin Alkan - Le festin d’escope

Illustratie Tjarko

Granados’ gouden verdrinking

De duikbotenstrijd in de Eerste Wereldoorlog weerhield de 24-jarige Spaanse componist Enrique Granados niet van de bootreis naar New York voor de première van zijn opera Goyescas. De Amerikaanse president Woodrow Wilson vroeg hem daarna een pianorecital te geven in het Witte Huis. Granados kon niet weigeren. En dat zou hem duur komen te staan. Het schip naar Spanje was vertrokken, zodat zijn vrouw en hij naar Engeland moesten reizen, om vandaar de oversteek naar het vasteland te maken.

In Het Kanaal torpedeerde een Duitse onderzeeër de veerboot. Enrique Granados bevond zich in een reddingssloep, maar zag zijn overboord gesprongen vrouw nog in het water dobberen. In een poging haar te redden, verdronken beiden.

Sommige bronnen beweren dat zijn dood een ‘geldkwestie’ was. De componist vreesde dat de oorlog cheques en bankbiljetten waardeloos zou maken. Daarom liet hij zich in de VS uitbetalen in goud, dat hij droeg in een riem onder zijn kleren. Het gewicht daarvan zou hem bij de reddingspoging naar beneden hebben getrokken.

Enrique Granados - Goyescas

Illustratie Tjarko

Vivier voorzag zijn moord

Niet velen kennen de naam van de Canadese componist Claude Vivier. Zijn ouders lieten hem als vondeling achter bij een katholiek klooster. Dankzij een beurs kon hij in Europa studeren, eerst in Utrecht en vervolgens bij de excentrieke Karlheinz Stockhausen in Keulen. Tot ergernis van zijn leraar was Vivier brutaal en droeg hij een stinkende schaapsleren jas die hij nooit uittrok. Na zijn opleiding verhuisde Claude Vivier naar Parijs. Toen de 35-jarige Canadees dood werd gevonden in zijn appartement in die stad, lag op zijn werktafel het manuscript van een muzikale monoloog Glaubst du an die Unsterblichkeit der Seele, ‘Geloof je in de onsterflijkheid van de ziel’. In dat stuk beschrijft Vivier hoe de hoofdpersoon tijdens een reis in de metro verliefd wordt op een jongen. De muziek eindigt na de regel: „Toen haalde hij een dolk uit zijn jas en stak me in het hart.” Een lugubere voorspelling, want volgens het politie-onderzoek was dat precies wat Vivier overkwam: hij werd doodgestoken door een schandknaap die hij had meegenomen uit een bar.

Claude Vivier - Glaubst du an die Unsterblichkeit der Seele?