Bestand in Idlib wankelt na offensief Syrië en Rusland

Noord-Syrië In het laatste grote Syrische rebellenbolwerk Idlib is de laatste dagen fel gevochten. Is dit het slotoffensief, waarvoor Turkije vreesde?

Het Russische-Syrisch vuur in Idlib heeft dinsdag veel gebouwen vernield.
Het Russische-Syrisch vuur in Idlib heeft dinsdag veel gebouwen vernield. Foto Amer ALHAMWE / AFP

Rusland en het Syrische regeringsleger zijn een nieuw offensief begonnen in wat overblijft van het gebied onder controle van de gewapende oppositie in Syrië. Sinds een week worden opnieuw luchtaanvallen uitgevoerd op plaatsen in het zuiden van de provincie Idlib en het noorden van de provincie Hama. Door die gevechten zijn zo’n 150.000 mensen op de vlucht gejaagd; tientallen mensen zijn gedood, onder meer bij bombardementen op ziekenhuizen.

Het offensief lijkt er in eerste instantie op gericht om twee belangrijke wegen te heroveren op de gewapende oppositie: de M5 van Hama naar Aleppo en de M4 van Aleppo naar Latakia aan de kust. Al die steden zijn in handen van de regering, maar zijn nu alleen bereikbaar via een lange omweg die de frontlinie omzeilt.

De hernieuwde gevechten kunnen ook het einde betekenen van het akkoord waarmee in september vorig jaar een grootschalig offensief tegen rebellen in de provincie Idlib werd afgewend. Rusland en Turkije kwamen toen overeen om een bufferzone in te stellen rond de provincie Idlib, waaruit alle zware wapens en manschappen moesten worden teruggetrokken. Dit in het kader van het zogeheten Sotsji-overleg, waarbij behalve Rusland en Turkije ook Iran betrokken is. Het heropenen van de M4 en M5 maakte deel uit van het akkoord.

Hoewel het bestand tijdelijk uitstel betekende voor het laatste grote gebied onder controle van de Syrische rebellen, werd het in de praktijk voortdurend geschonden. Rusland had vorige maand laten weten dat het geduld daarover opraakte. Meer bepaald vindt Moskou dat Ankara zijn deel van het akkoord niet heeft nageleefd. De Syrische president Assad wil al langere tijd Idlib heroveren.

Lees ook: Burgers in Idlib hebben het gevoel dat ze weer even veilig zijn

Extremisten en gematigden

Turkije was de vragende partij voor een staakt-het-vuren in Idlib: het land wil koste wat het kost een nieuwe vluchtelingenstroom vermijden. In ruil daarvoor werd het wel de verantwoordelijkheid van Turkije om korte metten te maken met Hayat Tahrir al-Sham (HTS), de opvolger van Al-Qaeda in Syrië, die in de provincie Idlib een sterke positie heeft. Turkije, zo heette het vorig jaar, zou eindelijk de gematigde rebellen van de extremisten gaan scheiden. Dat laatste is volgens veel waarnemers schromelijk mislukt. Meer zelfs: de positie van HTS in Idlib is vandaag sterker dan ooit tevoren.

„Hoewel de rebellen in oktober vorig jaar een deel van hun zware wapens hebben teruggetrokken, zijn de jihadisten gewoon gebleven”, schrijft de denktank International Crisis Group in een rapport uit maart 2019. „De wegen door de provincie Idlib zijn niet heropend. Zij worden juist gecontroleerd door HTS, dat belastingen heft op passerende vrachtwagens.”

Ook heeft HTS zijn positie binnen de gewapende oppositie versterkt, aldus het rapport. „In januari 2019 heeft HTS zijn voornaamste rivaal, Harakat Nour al-Din al-Zinki, uitgeschakeld, en heeft het zijn dominante positie uitgebreid naar de hele regio Idlib.”

De Russische president Poetin heeft vorige week gezegd dat hij een grootschalig offensief tegen de rebellen in Idlib – het scenario dat in september werd afgewend – niet uitsluit. Maar ook Rusland staat niet te trappelen voor zo’n offensief.

In Idlib wonen drie miljoen mensen, van wie eenderde vluchtelingen zijn uit andere gebieden in Syrië. In het verleden was het de tactiek van Rusland en het Syrische regime om een gebied genadeloos te bombarderen en uit te hongeren om uiteindelijk een deal te sluiten waarbij de strijders met behoud van hun lichte wapens naar Idlib mochten vertrekken. In Idlib is dat geen optie, want er is geen ander gebied meer waar de rebellen naar toe zouden kunnen. Het militair uitschakelen van HTS kan dus alleen tegen een heel hoge menselijke tol, wat het imago van Rusland verder zou schaden.

Poetin hecht ook belang aan het Sotsji-overleg: een politieke oplossing die een einde zou maken aan de oorlog in Syrië is een pluim die hij graag op zijn hoed wil steken. Tenslotte wil Moskou de toenadering tot Turkije, die onder meer resulteerde in een Turkse order voor het Russische luchtafweersysteem S-400, niet in gevaar brengen. Al die factoren betekenen dat het grote slotoffensief in Idlib wellicht nog niet onmiddellijk begint. Maar een echte oplossing voor Idlib, één die HTS voorgoed van de kaart veegt, blijft evengoed buiten bereik.