‘Dat klassiek vaak wordt afgedaan als ‘elitair’ snap ik wel’

Interview Pianist Koenraad Spijker (27) speelt op het eerste pianofestival in Naarden, tussen onder anderen Alfred Brendel en Kristian Bezuidenhout.

Pianist Koenraad Spijker: „Ik wil componisten presenteren als mensen in plaats van goden. ”
Pianist Koenraad Spijker: „Ik wil componisten presenteren als mensen in plaats van goden. ” Foto Treyman Brothers

Hij is net terug uit Bulgarije, waar hij vier maanden studeerde bij professor Atanas Kurtev, specialist in de muziek van de Russische componist Aleksandr Skrjabin (1871-1915).

„Een geweldige ervaring”, zegt pianist Koenraad Spijker (Amsterdam, 1991). „Ik ontmoette Kurtev een paar jaar geleden, toen ik op een festival de Tiende sonate speelde van Skrjabin – toevallig ook míjn lievelingscomponist. We herkenden meteen iets in elkaar. Kurtev staat voor een manier van musiceren waarbij techniek alleen het startpunt is. Muziek gaat over meer; zij brengt je bij de essentie van de dingen.”

Waarin wortelt uw fascinatie voor Skrjabin?

„Klára Würtz, zeven jaar mijn docente aan het conservatorium van Utrecht, vroeg me ooit de Vijfde sonate te spelen. Aanvankelijk vond ik dat een ondoorgrondelijk stuk, maar gaandeweg ontdekte ik een mysterieuze kracht in de harmonieën en de vorm. Toen ben ik in zijn leven gedoken. Ook daar vond ik veel wat raakte aan mijn eigen gedachten.

Hoe omschrijft u die ideeën?

„Een van de kenmerken en bekoringen van Skrjabin is zijn streven om middels muziek een extatische spirituele vervoering teweeg te brengen. Veel kunst gaat over één aspect: verdriet, of liefde. Skrjabin beoogde en bereikte een totaalervaring. Mits je je gedachten en je eigen ervaringen weet te verbinden aan de enorme suggestieve kracht van zijn muziek.”

Concreet?

„Iedereen kent momenten van volmaakt geluk; de zalige sensatie een onderdeeltje te zijn van een prachtige wereld. Dat is helaas vaak een vluchtig gevoel, dat je daarna wilt terughalen. Maar hoe? Skrjabin toont een glimp van het antwoord.”

Is dat in woorden te vangen?

„Veel lastiger. Het gaat om een symbiose tussen kennis delen en liefde geven, denk ik. Zo definieer ik voor mezelf ook mijn rol als uitvoerend musicus. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar is het niet. Er zijn heel veel musici die vooral met zichzelf bezig zijn. Saai. Er is trouwens ook heel veel saaie muziek.”

Zoals?

„Voor piano? Liszt, bij voorbeeld. Diens rijpe Via Crucis vind ik prachtig maar de rest doodsaai – het is vooral heel moeilijk. Brahms zegt me ook niks. Maar er zijn talloze componisten met een zeggingskracht die me wél enorm boeit, hoor! Schubert, Pärt, Messiaen, Bach, Mozart…”

Heeft u een lievelingsstuk?

„Niet te doen, zo’n vraag! Vooruit: Schuberts Sonate in G-Groot. Omdat hij in dat stuk vertelt van de wereld zoals die had kunnen zijn. Een oase van gelukzaligheid.”

Bent u streng voor uzelf?

„Té, misschien. Elke seconde dat ik me niet aan muziek wijd, voel ik me schuldig – terwijl ik vrienden en voetbal ook heel belangrijk vind.”

Lijkt me zwaar.

„Ja. Ik heb ook besloten dat ik voorlopig geen les meer wil. Dat perfectionisme is vreselijk, ik wil afkicken en tevreden zijn met mijn huidige technische niveau. Dat is eng. Maar je moet jezelf ook durven vrijlaten.”

En nu?

„Ik hoop een eigen plek te veroveren binnen de muziekwereld. Met pianospelen, maar ook door te componeren en improviseren, in meer genres, en concerten te organiseren waarbij muziek wordt verbonden aan beeldende kunst en poëzie.

„Dat klassieke muziek vaak wordt afgedaan als ‘elitair’ snap ik wel. Concerten die draaien om een perfecte uitvoering van noten die al eeuwen zwart op wit staan – dat is net zoiets als de collectieve adoratie van een onvruchtbare, uitstervende paradijsvogel. Ik wil open zijn. Met het publiek praten over muziek, componisten presenteren als mensen in plaats van goden. Ondoordringbaar maakt onbemind.”

Is er markt voor zulke concerten?

„Dat denk ik wel. Daarbij: aan alle mooie dingen – of dat nu een rivier is of een roman – ligt dezelfde wet ten grondslag: volg je eigen weg. Het zijn allemaal uitingen van één en dezelfde bron, die zich in miljarden vormen manifesteert. Sommigen noemen het liefde, ik noem het God. Muziek is voor mij het medium om met die kracht in contact te komen.”