Opinie

    • Coen van Zwol

Aan de Kever zit een luchtje

Coen van Zwol De joodse auto-ontwerper Josef Ganz moest machteloos toekijken hoe zijn Kever nazi-propaganda werd. De documentaire ‘Ganz: How I Lost My Beetle’ is een ode aan hem.

Full disclosure: ik koester een oude weerzin tegen de Volkswagen Kever, de elegante, knuffelbare ‘auto voor het volk’ die het symbool werd van het Duitse Wirtschaftswunder. Wij vonden die auto kleinburgerlijk, een nazi-brik zelfs.

Dat komt door mijn opa. Hij was de hoofdboekhouder van Citroën Nederland. Wij reden dus Citroën: eerst de DS ‘Snoekebek’ met zijn legendarische – en vaak lekkende – hydropneumatische vering. Later, toen mijn ouders de tegencultuur omhelsden, gingen we over op Citroëns boerenkar 2CV, ook wel ‘Het Lelijke Eendje’: een met canvas beklede variant op de Kever. De 2CV groeide in de jaren zeventig uit tot hét vehikel van links Nederland.

Wat betreft de Kever als Hitlers auto zaten we fout en ook weer niet, maak ik op uit de vorige week in de bioscoop uitgebrachte documentaire Ganz: How I Lost My Beetle van Suzanne Raes. Het is een ode aan een vergeten held van de Duitse auto-industrie, de joodse ingenieur Josef Ganz (1898-1967). Zijn visioen was een betaalbare volksauto zoals de Amerikaanse T-Ford, maar dan niet zo’n gevaarlijke stramme, topzware koets op wielen. Om de Duitse auto-industrie wakker te schudden, redigeerde Josef Ganz vanuit Frankfurt het polemische vakblad Motor-Kritik.

In 1931 ontwierp Ganz de ‘Maikäfer’ (Meikever): goedkoop, slechts 300 kilo gewicht, ronde vormen, laag zwaartepunt, soepele assen, motorblok achterin. Hitler, een autofanaat, liep ermee weg, maar niet met de joodse Ganz. In 1933 was Ganz’ auto klaar voor productie, een jaar later arresteerde de Gestapo hem. Na een maand in de cel vluchtte de ingenieur met zijn patenten en ontwerpen over de Zwitserse grens.

Querulant

Vanuit zijn ballingsoord zag Ganz machteloos toe hoe Ferdinand Porsche zich van zijn concept meester maakte en de Kever een propagandavehikel voor de nazi’s werd. Al begon de massaproductie pas echt na 1946 in Wolfsburg, aanvankelijk onder Britse leiding. Ganz werd in de naoorlogse jaren vanwege zijn vele rechtszaken als querulant weggezet. Naar Australië verhuisd – Zwitserland wees hem uit – kwam er begin jaren zestig alsnog een verlaat eerbetoon, toen Volkswagen Ganz vroeg naar Wolfsburg te komen. Toen daar een hartinfarct tussen kwam, kreeg hij een pensioentje.

Dat wijst op schuldgevoel. Ganz: How I Lost My Beetle is gebaseerd op een boek, Het Ware Verhaal van de Kever van Paul Schilperoord. Fictief commentaar van Ganz bij filmpjes en foto’s uit zijn archief wisselt de docu af met herinneringen van nazaten en beelden van Schilperoord die met Ganz’ achterneef de Standard Superior in Roemenië tracht te restaureren. Een Duitse historicus zet Ganz nog altijd weg als lastpak wiens „technische rol wordt overschat” – hij is de biograaf van autolegende Porsche.

Ganz: How I Lost My Beetle mist detailanalyse: hoe aantoonbaar is Ganz’ bijdrage precies? Dat zou ook oersaai zijn, maar nu blijft het vaderschap van de Kever ‘omstreden’ en kan je de kwestie afdoen met ‘succes kent vele vaders’. Wel valt na deze boeiende documentaire Ganz’ conceptuele bijdrage moeilijk te ontkennen. Aan de Kever zit een luchtje.

Coen van Zwol is filmrecensent.