VS schofferen bondgenoten om Iraanse olie

Sancties Iran Olie uit Iran is door Amerikaanse sancties nu uit den boze. China en Turkije zijn getergd over hoe de VS de wereld dwingen andere leveranciers te zoeken.

Een Iraanse bezoekt het internationale olie- en gascongres in Teheran. Iraanse olie is in de ban door Amerikaanse sancties.
Een Iraanse bezoekt het internationale olie- en gascongres in Teheran. Iraanse olie is in de ban door Amerikaanse sancties. Foto ABEDIN TAHERKENAREH/EPA

De Verenigde Staten willen dat de hele wereld stopt met het kopen van Iraanse olie. Het Witte Huis kondigde twee weken geleden aan dat het geen uitzonderingen meer maakt op de sancties tegen de Iraanse olie-industie. Daardoor moeten landen als China, India, Turkije en Zuid-Korea op zoek naar een nieuwe leverancier. Vooral China en Turkije reageren getergd.

Toen de VS vorig jaar besloten om het nucleaire akkoord met Iran eenzijdig op te zeggen en nieuwe sancties op te leggen aan de Islamitische Republiek, maakten ze een uitzondering voor enkele grote bondgenoten en handelspartners. Zij konden een half jaar langer Iraanse olie blijven kopen. Veel van die landen hadden verwacht dat hun uitzonderingspositie zou worden verlengd. Maar vorige week maakte Washington bekend dat daaraan per 1 mei een einde komt.

„De regering-Trump en haar bondgenoten zijn vastbesloten om de economische druk op Iran op te voeren, om zo een eind te maken aan de destabiliserende activiteiten van het regime, die een bedreiging vormen voor de Verenigde Staten, onze partners en bondgenoten, en de veiligheid in het Midden-Oosten”, aldus een verklaring van het Witte Huis.

Dit brengt de VS op ramkoers met enkele grote economieën. Maar de vraag is hoe hard ze het willen spelen. Washington zit midden in gevoelige handelsbesprekingen met China, ziet India als een strategisch tegenwicht tegen het ‘Chinese gevaar’, Zuid-Korea als een belangrijke bondgenoot, en vindt dat NAVO-partner Turkije te dicht tegen Rusland en Iran aan kruipt.

Het besluit stelt vooral Turkije en India voor een dilemma. Want beide landen importeren een groot deel van hun olie uit Iran. Voor India is het een dubbele klap, aangezien Washington eerder ook al sancties invoerde tegen een andere belangrijke olieleverancier: Venezuela. En de timing kon niet slechter, midden in de campagne voor de landelijke verkiezingen.

Prijzen stabiel houden

Met de sancties tegen Iran en Venezuela halen de VS zo’n 2 miljoen vaten olie per dag uit de markt. Washington hoopt dat de florerende Amerikaanse olie-industrie, die op een piek van 12 miljoen vaten per dag zit, kan profiteren en de prijzen stabiel kan houden. Daarnaast zullen Saoedi-Arabië en de Emiraten bijspringen om tekorten en prijsstijgingen te voorkomen.

India reageerde voorzichtig op het besluit. Minister van Buitenlandse Zaken Raveesh Kumar zei dat de regering had geanticipeerd op de sancties en dat ze blijft samenwerken met haar partners, waaronder de VS, om de Indiase energiebelangen te beschermen. India was van plan om zijn olie-import uit Iran op te voeren naar 500.000 vaten per dag, maar dat is teruggebracht naar 300.000 per dag.

China en Turkije daarentegen zijn fel gekant tegen de sancties. Als belangrijkste afnemer van Iraanse olie zal China hard getroffen worden. Een woordvoerder van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken zei dat de bilaterale samenwerking met Iran in lijn is met de wet. „Het besluit van de VS zal bijdragen aan de volatiliteit in het Midden-Oosten en op de internationale energiemarkt.”

Ook Ankara reageert opstandig. „Sancties zijn niet gerechtvaardigd en we gaan ons er niet aan houden”, stelde minister van Buitenlandse Zaken Mevlüt Cavusoglu. Turkije heeft steeds betere relaties met Iran. President Erdogan zei vorig jaar dat „sancties bedoeld zijn om de machtsbalans in de wereld te doen kantelen”.

Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland lanceerden in februari een speciaal instituut om de sancties te omzeilen en handel te kunnen blijven drijven met Iran. „De Europeanen hebben mechanismen opgezet voor transacties en betalingen”, zei Ibrahim Kalin, buitenlandwoordvoerder van president Erdogan. „Die bestuderen we nu. We zullen zien of we daaraan kunnen deelnemen of dat we een soortgelijk mechanisme kunnen opzetten.”

Het is onduidelijk of China en India ook aan die Europese mechanismen willen deelnemen. Tijdens het sanctieregime dat de regering-Obama had opgelegd aan Iran, betaalde Delhi openstaande rekeningen in rupees, die Iran alleen mocht gebruiken voor humanitaire goederen. Maar Trump lijkt minder bereid zo’n opzetje te tolereren. Kalin zei dat hij niet weet of de Indiërs eveneens interesse hebben in het Europese mechanisme. „Maar ze zijn duidelijk niet blij met de sancties.”

Ondanks de felle retoriek lijkt Turkije zich grotendeels aan de sancties te houden. In 2017 was Iran nog de belangrijkste leverancier; het nam 37 procent van de Turkse olie-import voor zijn rekening. Maar nadat de VS zich in mei 2018 hadden teruggetrokken uit het nucleaire akkoord, daalde dat aandeel geleidelijk naar 0 procent toen de sancties in november werden ingevoerd. Daarna steeg de import weer.

Hoewel Turkije handel met Iran ziet als een strategische noodzaak, neemt het een risico als het besluit de sancties te negeren. Een Turks complot om eerdere Amerikaanse sancties tegen Iran te ontduiken, leidde tot een proces in New York tegen de voormalige vicepresident van de Turkse staatsbank Halkbank. Die hangt nog altijd een forse Amerikaanse boete boven het hoofd. Ook de goudhandel met Venezuela, waarmee Turkije president Maduro overeind houdt in weerwil van Amerikaanse sancties, is de VS een doorn in het oog.

Uitweg voor Turkije

Washington biedt Turkije een uitweg via „passende leveranties” van Saoedi-Arabië en de Emiraten. Maar Ankara wil onder geen beding olie kopen van deze landen, waarmee het in een regionale machtsstrijd is verwikkeld en die het verantwoordelijk houdt voor de moord op de Saoedische dissident Jamal Khashoggi in het Saoedische consulaat in Istanbul.

Dan blijven Rusland en Irak over als de belangrijkste alternatieven. Ankara zoekt al naar manieren om de olie-import uit Irak op te voeren. Een mogelijkheid bieden twee pijpleidingen tussen n de Iraakse stad Basra en de Turkse Middellandse Zeekust, al zijn die in slechte staat. Het probleem is dat de belangrijkste Turkse raffinaderij Tupras wel geschikt is voor de zware olie uit Iran, maar niet voor die uit Basra. Hierdoor zullen de kosten voor Turkije stijgen.

Hogere olieprijzen, of zelfs een conflict met de VS, is het laatste wat Turkije kan gebruiken nu zijn economie in een recessie zit. Want hoge olieprijzen zijn slecht nieuws voor een land dat al zijn energie importeert. De inflatie is met 19,5 procent al hoog en de lira zakt steeds verder weg door alle economische onzekerheid. Een klein zetje kan genoeg zijn om een nieuwe valutacrisis te veroorzaken.