Opinie

Het Speelgoedmuseum in Deventer moet open blijven

Een uniek en aantrekkelijk museum moet je niet willen sluiten, schrijft . Het Deventer erfgoed is hét visitekaartje van de stad.

Treintjesspeelgoed in het Speelgoedmuseum in Deventer.
Treintjesspeelgoed in het Speelgoedmuseum in Deventer. Foto Berry Stokvis/HH

Een paar jaar geleden dreigden Museum De Waag en het Speelgoedmuseum, beide in Deventer, gesloten te worden. Deze stedelijke musea werden toen door de gemeente verzelfstandigd onder de naam Deventer Verhaal, waarbij een forse bezuiniging werd doorgevoerd. Het erfgoed zou voortaan op verschillende locaties in de stad worden getoond in plaats van in een museum. Dat idee bleek onuitvoerbaar en is dan ook verlaten. Inmiddels is Museum De Waag heropend. Het goedlopende Speelgoedmuseum, dringend aan vernieuwing toe, staat in de wacht.

Nu blijkt uit lokale media dat een filmtheater in aanbouw miljoenen duurder uitvalt dan begroot, en dat de wethouder van cultuur de schade van deze en andere vastgoedproblemen probeert af te wentelen op de musea en andere voorzieningen. Vooral het erfgoed krijgt het daarbij zwaar te verduren. Een van de gedupeerde instellingen is dus het Speelgoedmuseum, uniek in Nederland. De wethouder heeft voorgesteld het museum, al sinds 1932 in Deventer gevestigd, te sluiten.

Daar zou de gemeenteraad niet in mee moeten gaan. Integendeel. De gemeenteraad zou de wethouder beter kunnen opdragen nu eindelijk eens werk te maken van passende huisvesting voor het museum, dat alles in zich heeft om een nationale attractie te worden.

De Vereniging Rembrandt steunde het toen nog marginale museum in 1966 bij de verwerving van de Collectie Pfotenhauer, een enorme verzameling historisch speelgoed. Rond die kern kon een museumverzameling groeien van groot cultuurhistorisch belang en kreeg Deventer een museum, dat interessant en vermakelijk is voor alle generaties. Een museum, dat – mits beter gehuisvest – ook tentoonstellingen zou kunnen maken over spelen en speelgoed tot op de dag van vandaag. Een museum, waar kinderen zich in thuis kunnen voelen en ouderen plezier kunnen beleven aan het speelgoed uit hun jeugd. Een museum, waar ook de meest verwende bezoeker verrast kan worden door de platen voor een zogenaamde illumineerkast, waarop onder meer een van de eerste ensceneringen van Mozarts Zauberflöte is te zien.

Voor wie zich interesseert voor de geschiedenis van de opvoeding en voor de veranderende rollen van man en vrouw, voor wie zich interesseert voor wat spelen eigenlijk met ons doet en waarom het van alle tijden is: dat kan het Speelgoedmuseum allemaal voor het voetlicht brengen en daar is ook een publiek voor.

Zelfs met weinig subsidie en in een onmogelijk pand gevestigd trekt het Speelgoedmuseum nog altijd zo’n 25.000 bezoekers per jaar. Adequaat gehuisvest aan de prachtige Brink, het potentiële museumplein van Deventer, moet dat gemakkelijk te verdubbelen zijn. En bezoekers aan de Deventer musea komen grotendeels van elders, dus zelfs een wethouder die alleen maar in de exploitatie is geïnteresseerd, kan gerust zijn. Want die bezoekers zullen heus wel iets gebruiken in de plaatselijke horeca en wie weet ook naar huis gaan met een Deventer koek.

De Deventer musea zijn de moeite van het behouden waard. Wij wensen de gemeenteraad een rechte rug. Het Deventer erfgoed is het beste visitekaartje van die mooie stad.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.