De charismatische dichter bleek ook een kindermisbruiker

Wolfgang Frommel Bij de Amsterdamse kunstkring Castrum Peregrini werden decennialang minderjarigen misbruikt, concludeert een commissie.

Wolfgang Frommel met een groep jonge mannen van kunstenaarskring en leefgemeenschap Castrum Peregrini Amsterdam. Jaartal onbekend.
Wolfgang Frommel met een groep jonge mannen van kunstenaarskring en leefgemeenschap Castrum Peregrini Amsterdam. Jaartal onbekend. Foto Archief Castrum Peregrini Amsterdam

Hij stierf als een gelauwerd man. Toen de Duitse dichter Wolfgang Frommel in 1986 in Amsterdam zijn laatste adem uitblies, was hij Officier in de orde van Oranje-Nassau en drager van zowel het Duitse Bundesverdienstkreuz als een hoge onderscheiding van het Israëlische herdenkingscentrum Yad Vashem.

Alleen een klein clubje ingewijden wist dat Frommel ook een levenslang praktiserende pedofiel was. Als charismatisch leidsman van de kunstenaarskring en leefgemeenschap Castrum Peregrini in Amsterdam misbruikte hij bijna vijftig jaar lang jonge mannen en vrouwen, onder wie kinderen tussen de twaalf en zestien jaar.

Dat concludeert een onafhankelijke onderzoekscommissie onder leiding van oud-rechter Frans Bauduin in een zeer kritisch rapport dat maandag is verschenen. De commissie werd ingesteld door Stichting Castrum Peregrini, nadat de pedofiele praktijken van Frommel de afgelopen jaren waren beschreven in een biografie en in een persoonlijk relaas van een slachtoffer.

De conclusies van Bauduin zijn snoeihard. Onder de dekmantel van een geheimzinnige, exclusieve leefgemeenschap misbruikte Frommel vanaf 1942 talloze jongeren en jongvolwassenen „die emotioneel en seksueel nog volop in ontwikkeling waren”. Daarbij bediende de dichter zich van „psychische manipulatie” en bedwelmende middelen zoals slaappillen en alcohol. De strafbare feiten zijn inmiddels verjaard, maar bij een aantal slachtoffers hebben de praktijken van Frommel „leed veroorzaakt dat soms nog steeds gevoeld wordt”, aldus Bauduin.

`Lees ook: De recensie van de biografie van Gisèle d’Ailly

De artistieke sociëteit Castrum Peregrini genoot decennialang een uitmuntende reputatie in de Amsterdamse grachtengordel en daarbuiten. Ze werd in 1958 officieel opgericht, maar Frommel – volgeling van de Duitse esoterische dichter Stefan George – organiseerde vanaf eind jaren dertig al een kring van minderjarige volgelingen om zich heen. Jonge jongens, tussen de veertien en zestien, met wie hij onder het mom van „vriendschap” seksuele relaties opbouwde. Vrouwen waren niet welkom in de exclusieve kring.

Tijdens de oorlogsjaren woonde hij op de Herengracht in Amsterdam, in het huis van kunstenares Gisèle van Waterschoot van der Gracht, de latere echtgenote van de Amsterdamse burgemeester Arnold d’Ailly. Ze boden ook onderdak aan twee joodse onderduikers. Tot aan zijn dood zou Frommel, met onderbrekingen, in Amsterdam blijven wonen en zijn theorie van ‘pedagogische eros’ (lees: pedofilie) in praktijk brengen.

Alle trekken van een sekte

De leefgemeenschap rondom Frommel, zo schrijft de commissie-Bauduin, vertoonde „alle, dan wel veel trekken van een sekte”. De jonge leden moesten worden ‘uitverkoren’ en werden door een oudere man seksueel ingewijd, Frommel was de charismatische leider en voor alles wat binnen het gezelschap gebeurde gold de hoogste graad van geheimhouding. Bij Castrum Peregrini was volgens de commissie sprake van „een beklemmende groepscultuur van geheimhouding en taboeïsering van (homo)seksualiteit”.

De commissie stelt vast dat Frommel en andere geestelijk leiders van het genootschap zeker een tiental minderjarige mannen en vrouwen verleidde tot „het geven van tongzoenen, het zich ongevraagd naakt en dwingend in bed voegen bij slapende personen, het zich laten bevredigen en in enkele gevallen [...] anale penetratie”. Ook liet Frommel begin jaren zestig de minderjarige jongen Ahmed vanuit Marokko naar Amsterdam komen.

Gisèle d’Ailly (1912-2013) gold als de beschermvrouwe van Castrum Peregrini. Ook na de oorlog bleef ze loyaal aan Frommel, later zou ze een aanzienlijk deel van haar vermogen aan de stichting schenken. Aangezien het seksueel misbruik voor d’Ailly grotendeels verborgen werd gehouden, wil de commissie-Bauduin „niet van medeschuld” spreken, maar „een zekere morele verantwoordelijkheid kan haar [...] niet helemaal worden ontzegd”.

Burgemeester d’Ailly, Gisèle’s latere echtgenoot, valt volgens de onderzoekers niets te verwijten: hij stond „wantrouwend, op het vijandige af” ten opzichte van Frommel en schakelde de Raad voor de Kinderbescherming in toen de minderjarige Marokkaanse jongen Ahmed naar Nederland werd gehaald.

Geruchten over de pedofiele praktijken bij het genootschap waren er altijd. Maar de discussie over Castrum Peregrini werd in 2017 serieus aangezwengeld door neerlandicus Frank Ligtvoet, die in een artikel in Vrij Nederland voor het eerste verhaalde over zijn leven in de „sekte” van Wolfgang Frommel. De pedofiele praktijken van de dichter werden ook uitgebreid beschreven in De eeuw van Gisèle, een biografie van Gisele d’Ailly door Annet Mooij, die vorig jaar verscheen. Daarin wordt het pand van Castrum Peregrini „een jongensbordeel” genoemd.

De commissie-Bauduin adviseert de Stichting Castrum Peregrini nu om de misstanden uit het verleden te erkennen en haar culturele activiteiten te staken totdat er nieuwe uitgangspunten zijn geformuleerd, waarin het beladen woord „vriendschap” niet meer voorkomt.

In een reactie zegt het bestuur van Castrum Peregrini „scherp afstand van dit verleden” te nemen en de naam van de stichting te willen veranderen in Het Huis van Gisèle. Het genootschap nam al eerder afscheid van de ideologie van Frommel.

Correctie (7 mei 2019): de kop van dit artikel was eerst ‘De charismatische dichter was in werkelijkheid een pedofiel’. Die kop was ongelukkig geformuleerd, en is veranderd in: ‘De charismatische dichter bleek ook een kindermisbruiker’

De karakterisering ‘jongensbordeel’ is geen omschrijving door Annet Mooij, zoals eerder vermeld, maar zij citeert uit een brief en noemt dit in haar boek.