De kille, betonnen bak voelt nu eindelijk als het huis van Ajax

Johan Cruijff Arena Het gras hechtte moeizaam, de sfeer was als in „een crematorium” en er lag een enorme gracht. Maar veel is ten goede veranderd aan het Ajax-stadion, waar woensdag tegen de Spurs het belangrijkste duel wacht sinds de opening in 1996.

De F-Side van Ajax tijdens de competitiewedstrijd tegen PSV, eind maart.
De F-Side van Ajax tijdens de competitiewedstrijd tegen PSV, eind maart. Foto Maurice van Steen

„Voetbalsupporters werden gezien als kwaadwillenden. Dat dachten ze toen ze in de jaren negentig gingen schetsen en bouwen. Veel beton. IJzeren tourniquets. Een gracht tussen het veld en het publiek. Allemaal om die veldslagen uit de jaren tachtig te voorkomen. Families gingen al niet meer naar het stadion, vrouwen nauwelijks. De Arena werd een vesting.”

Als Henk Markerink de verschillen tussen toen en nu moet schetsen, is dát wat er in hem opkomt. „Je bent altijd bezig met aanpassingen”, zegt de stadiondirecteur in zijn kantoor in de Johan Cruijff Arena. Achter hem hangen foto’s van de Rolling Stones die hier hebben opgetreden. Ernaast een litho van een schilderij dat Herman Brood aan de Arena wijdde. Dikke lijnen, juichende poppetjes. Markerink: „Een stadion is een living organism.”

Destijds heeft ook hij ze gezien. De ontheemde supporters die terugverlangden naar de intimiteit van stadion De Meer aan de Middenweg in Amsterdam. De Arena was afstandelijk. Kaal en kil. Met een grasmat die net als de aanhang maar moeizaam kon hechten. Spelers gleden uit, gras werd vaal of bruin. Gek werden ze ervan. Doorgaans moest Markerink, sinds 1995 in dienst, de mat na drie maanden laten vervangen.

De oplossing kwam met hulp van een rozenkweker uit Mijdrecht: een systeem met rijdende warmtelampen werd opgetuigd waaronder het gras wél wilde groeien. Zijn installatie ging de wereld over, terwijl Ajax zich verloste van een probleem dat nog altijd als een stigma drukt op de club en het stadion. Markerink: „Er hoeft maar een speler uit te glijden en ze zeggen: wéér die mat bij Ajax. Terwijl we, denk ik, de beste mat van Nederland hebben.”

Warmtelampen laten het gras beter groeien. Foto ANP

Grachten dicht

Net als de sprieten en de zoden groeiden Ajax en de Arena naar elkaar toe. Landstitels werden gevierd. De grachten gingen dicht. Vlaggen en vaandels, die samen de palmares van de club symboliseren, kwamen in de nok te hangen. De stoelen, in alle kleuren van de regenboog, werden vervangen door een zee aan rode. Ze werden per containerschip ingevoerd vanuit China, inclusief witte exemplaren, voor de clubnaam en de Andreaskruizen die tegenwoordig een deel van de tribunes sieren.

Markerink: „Voetbal is een tribale beleving. Met clubkleuren, met vaandels. Als een leger op veldtocht. Die nestgeur is er gekomen.”

Wat de Arena lang niet was, is het stadion inmiddels wel: een thuis voor Ajax, een stadion waarin de club woensdag de belangrijkste wedstrijd speelt sinds het in 1996 werd opgeleverd: de return in de halve finale van de Champions League, met een 1-0 voorsprong op zak tegen Tottenham Hotspur. Die tegenstander betrok onlangs een stadion dat ruim 1 miljard euro kostte, tien keer zoveel als de Arena.

Lees ook: Het nieuwe stadion van Tottenham is een vliegende schotel vol beloften

Vanaf 1993 verrees in Amsterdam-Zuidoost de nieuwe thuisbasis van Ajax. Een ovale gevaarte van staal en beton. 235 meter lang, 180 meter breed, 78 meter hoog. Niet te missen vanaf de A9 en de A2. Zeker in de beginjaren oogde het stadion als een vliegende schotel die was neergedaald in Amsterdam-Zuidoost.

Van dichtbij dringt de omvang van het stadion minder door. De façade van het stadion wordt aan het zicht onttrokken door een station, megastores, concerthallen en een bioscoop. Op ooghoogte zie je de auto’s die in de twee lagen tellende garage onder het veld staan geparkeerd.

Pas als je rond het stadion loopt, zie je hem. Afgebeeld op zeildoek boven ingang Zuid. De beroemdste Ajacied aller tijden, naar wie het stadion sinds april 2018 is vernoemd: Johan Cruijff.

„Het is belangrijk dat het stadion naar hem is vernoemd, maar zijn beeltenis mag van mij nog wel meer uitstraling krijgen”, zegt Ronald Pieloor, ooit oprichter van de F-Side en lid van de bestuursraad van Ajax. „Een doek, prima. Maar het kan mooier. Kijk naar metrostation Vijzelgracht, hoe ze daar Ramses Shaffy hebben geëerd met neonlicht. Dat heeft meer allure.”

Beeltenis van Johan Cruijff aan de buitenzijde van het stadion, sinds april 2018 draagt het stadion zijn naam. Foto ANP

Foto’s in de kale gangen

Ook Pieloor kan zich de begindagen van de Arena goed herinneren. „Het had de sfeer van een aula van een crematorium. Een kille betonnen bak. Met toiletjuffrouwen en de Arena Card. De club had de F-Side over het stadion verspreid. Alles draaide om veiligheid. Het belang van de supporter was achtergesteld.”

David Endt, van 1996 tot 2013 teammanager van Ajax 1, dacht dat hij bij een vestiging van IBM was beland. „Het stadion was een soort theater. Futuristisch en functioneel. Maar het had niets van vroeger. Ze hadden best een paar oude bakstenen uit De Meer in de kleedkamergangen kunnen implementeren.”

Met anderen heeft Endt de kale gangen met foto’s behangen. Zijn kantoortje, zo’n drie bij drie groot, op twee meter van de kleedkamers, stouwde hij vol met memorabilia, trofeeën en beeltenissen. „Als eclectische tegenhanger van de kale omgeving. Toen Marco van Basten trainer werd, wilde hij dat de kleedkamer weer wit en rood werd. Dat hij dat sentiment had, verwonderde me.”

Volgens Endt was het stadion ingericht door mensen die over alles hadden nagedacht, zonder rekening te houden met een voetbalsfeer. „Ons huis was niet meteen ons thuis. Pas als er is gewonnen én verloren, krijgt een stadion historie. Er moet bloed, zweet en tranen zijn geplengd.”

Volgens Pieloor leidde de gewonnen kampioenswedstrijd tegen FC Twente in 2011 een nieuw tijdperk in. Met vak 410 was een nieuwe fanatieke supporterskern ontstaan, die later door de club bij de F-Side achter het doel werd gevoegd om samen achter de ploeg te gaan staan. „De oudere generatie moest wennen aan de jonge garde, maar inmiddels vormen ze één blok”, zegt Pieloor.

Aaibaarheidsgehalte

De Arena is eigendom van een reeks partijen, waaronder de gemeente Amsterdam, Ajax, particulieren en founders als Philips. Ajax verdient dit seizoen tientallen miljoenen in de Champions League, maar volgens directeur Markerink is het niet aan de orde dat de club het stadion overneemt om het zelf te kunnen uitbaten. „Een stadion runnen is wat anders dan een club leiden. Ik denk ook dat dit succes komt doordat Edwin van der Sar en Marc Overmars zich op het voetbal kunnen richten.”

Toen wijlen burgemeester Eberhard van der Laan als mediator alle partijen bijeenbracht voor de vernoeming van de Arena naar Cruijff, werd de deur opengelaten voor een commerciële toevoeging aan de naam. „Maar een reputatieonderzoek heeft uitgewezen dat de naam Johan Cruijff Arena een hoog aaibaarheidsgehalte heeft. Als je de commerciële kant kiest, is het duidelijk dat je alleen voor geld gaat.”