Als de student zijn studie niet meer kan betalen

Financiële problemen Geldzorgen hebben een nadelig effect op de studie. Concentratieverlies, verzuim, lagere cijfers. In het hoger beroepsonderwijs groeit het probleem. Reden voor een spoedcursus op hogescholen.

Illustratie Stella Smienk
Illustratie Stella Smienk

Als 31 augustus nadert, beginnen de telefoontjes en de mailtjes: studenten die hun collegegeld niet kunnen betalen. En voor september moet het schoolgeld binnen zijn.

Twee medewerkers van de studentenbalie van de Hogeschool Rotterdam vertellen een groepje medewerkers van de opleiding op een doordeweekse ochtend hoe ze elk jaar opnieuw gestresste studenten met geldproblemen aan de lijn krijgen. Decanen, medewerkers van de studentenbalie en studieloopbaanbegeleiders zitten in een van de lokalen achter tafeltjes, geplaatst in een U-vorm. Koffie of thee voor hun neus, en een blauwe map met informatie. Deadline is deadline, zegt iedereen. Dus wat kan je doen?

„Ik vind het echt sneu”, zegt Angela Vroegindeweij (36) tegen de rest van de groep. Ze is manager bedrijfsvoering bij de Rotterdam Academy, het instituut dat de tweejarige opleidingen aan de Hogeschool aanbiedt. „Als iemand wel goede cijfers haalt, maar door financiële problemen niet verder kan met studeren.”

„Het helpt problemen al vroeg te signaleren”, zegt Tamara Madern (36), lector Schuldpreventie & Vroegsignalering aan de Hogeschool Utrecht, staand voor de groep. „Dan heb je meer ruimte om iets te regelen.”

Spoedcursus

Madern geeft vandaag een spoedcursus aan de hogeschoolmedewerkers: hoe herken je financiële zorgen én hoe bespreek je die? Die cursus is op hogescholen hard nodig, constateerden Madern en haar collega’s van het lectoraat Schulden en Incasso aan de Hogeschool Utrecht (HU).

Voorheen lag de focus vooral op financiële problemen van studenten op het middelbaar beroepsonderwijs, zegt Madern. Nu komt er steeds meer aandacht voor het hbo. De onderzoekers van de HU hielden een enquête onder bijna 5.000 studenten van vijf hogescholen, en deden interviews en kringgesprekken. Eenvijfde van de studenten gaf aan moeilijk rond te kunnen komen, vooral door hoge studiekosten (2.060 euro voor het huidige studiejaar; de basisbeurs is in 2015 afgeschaft) en lage inkomsten.

Dat betekent niet meteen dat ze financiële problemen hebben. Maar toen hun situaties werden voorgelegd die juist dat meten, bleek liefst 43 procent van de studenten daar toch in meer of mindere mate mee te kampen. Zij stonden in de drie voorgaande maanden bijvoorbeeld rood, konden geen geld meer opnemen, hadden betalingsachterstanden, of kregen brieven van incassobureau of deurwaarders. Soms maakten zij meerdere van deze situaties mee.

Die geldproblemen hebben invloed op het studiesucces, denken de onderzoekers. Studenten die moeilijk rondkomen, rapporteren grotere concentratieproblemen, lagere cijfers, en meer gemiste colleges. En hoewel de overgrote meerderheid van studenten graag die zorgen met de hogeschool zou willen bespreken, gaat het juist dáár nog vaak mis, concludeerde de studie.

Sommige docenten zijn zich überhaupt niet bewust van het probleem, zegt Madern. Veel van haar collega’s worden wel over andere onderwerpen in vertrouwen genomen door studenten, vertelt ze. „Na de workshop zeggen ze dan: ‘misschien zat daar wel financiële problematiek bij, daar heb ik niet op gelet’.”

Dus reizen Madern en haar collega’s sinds maart af naar zeven hogescholen in onder meer Rotterdam, Den Bosch en Enschede, om docenten en medewerkers – die zich vrijwillig kunnen opgeven – alerter te maken op financiële problemen onder studenten.

Stoppen door geldzorgen

De eerste helft van de drie uur durende workshop wordt duidelijk waarom geldzorgen problematisch zijn. In rap tempo en met veel handgebaren gaat Madern door haar beeldmateriaal heen. De gevolgen voor studenten zijn volgens het onderzoek niet mals, laat ze met cijfers zien. De studenten die zeggen het moeilijkst rond te komen, rapporteren ook de meeste negatieve gevolgen voor hun studie. Van de studenten die zeiden ‘heel moeilijk’ rond te komen, overweegt bijvoorbeeld de helft weleens te stoppen met de opleiding vanwege de geldzorgen. Daarnaast zegt 63 procent zich minder goed te kunnen concentreren, 52 procent zegt lagere cijfers te halen, en 38 procent mist naar eigen zeggen vaker colleges. Bij de groep studenten die alleen ‘moeilijk’ of ‘niet moeilijk of makkelijk’ rondkwam, waren die percentages lager.

Nog een groot gevolg van geldproblemen: stress. Dat maakt het meteen lastig met iemand te praten, want stress maakt wantrouwig, zegt Madern. „Ze hóren de helft inderdaad niet eens”, zegt een vrouwelijke medewerker van de studentenbalie in het klasje. „En advies al helemaal niet.”

Karlijn Tijink (36), decaan aan de Hogeschool Rotterdam, ziet duidelijk de gevolgen van geldzorgen. Ze deed mee aan inspiratiebijeenkomsten voor de Utrechtse onderzoekers, vertelt ze aan de telefoon. De meest voorkomende financiële problemen die Tijink ziet, zijn schulden bij belastingdienst of zorgverzekering. „En het op krediet kopen, dát is een groot probleem. Veel studenten denken: ik heb een nieuwe broek nodig en die moet meteen komen, in plaats van eerst ervoor sparen. Veel mensen hebben dat niet geleerd.”

Soms zijn de problemen extreem. „Wat ik al een paar keer heb gezien, is dat studenten schulden afbetalen van hun ouders”, zegt ze. „Bizar.”

Ook Vroegindeweij van de Rotterdam Academy kent genoeg verhalen. In de pauze van de workshop vertelt ze daarover. „Ze zeggen nooit dat het aan geld ligt. Pas wanneer je gaat doorvragen, dán komt het ter sprake. Dat is schaamte, want schulden, dat heb je zélf gedaan.” Vroegindeweij kan zich nog een student herinneren die vertelde dat ze haar studie niet gehaald had omdat ze ergens anders moest slapen. „Ze kon haar energierekening niet betalen, haar opleiding betaalde ze wel.”

Schaamte

Juist die schaamte over geldproblemen maakt het nuttig er expliciet naar te vragen, vertelt Madern na de pauze aan de groep. Maar dan moet je iemand met zulke problemen wel kunnen herkennen. Signalen zijn bijvoorbeeld colleges missen, zegt Madern, of concentratieproblemen. Het kan ook zijn dat studenten niet alle, of verouderde boeken hebben, en natuurlijk dat ze veel werken naast hun studie.

Aankaarten van de moeilijkheden blijkt ook niet eenvoudig. Rekening houden met basisbehoeften van mensen helpt: „Gehoord worden, het idee hebben van een keuze, en ergens bij willen horen”, somt Madern op. Ze doet voor: „Veel studenten in jouw situatie hebben veel aan een gesprek met een decaan. Je mag nee zeggen, maar is dat iets voor jou?” En vooral géén waarom-vragen stellen. „Een waarom-vraag is een waarom, sukkel-vraag”, zegt Madern. „Waarom maak je je post niet open, sukkel?”

Een docent kan meestal niet meer voor studenten met geldproblemen doen dan doorverwijzen naar decanen of daarvoor bestemde instanties, blijkt tijdens de workshop. Het is niettemin fijn als mensen hun verhaal kunnen doen op school, zegt decaan Tijink. „Niet iedereen heeft een sociaal vangnet.”

Tijdgebrek van docenten, volgens het onderzoek een van redenen dát financiële problemen niet worden aangekaart, verdwijnt niet door de workshops. Op de Hogeschool Utrecht worden nu adviseurs van het juridisch spreekuur opgeleid om financiële problemen aan te pakken, en er is een budgetcoach.

Verandering in een logge organisatie als een hogeschool is moeilijk, weet Madern. „Maar we gaan dit onderwerp niet loslaten. Er begint momentum te komen. Dat moeten we pakken.”