Haarlemmers in actie tegen verkoop culturele broedplaats door gemeente

Broedplaats Een burgerinitiatief in Haarlem wil dat de broedplaats de Egelantier behouden blijft voor de cultuur in de stad. De gemeente wil het grote pand (8.500 m2) verkopen.

De Egelantier
De Egelantier Foto Walter Herfst

Zo’n tachtig Haarlemse kunstenaars, schrijvers, acteurs, zangers en journalisten vragen de gemeente Haarlem in een petitie om een voormalige creatieve broedplaats niet te verkopen aan een projectontwikkelaar, die er een hotel van zal laten maken. Het gaat om de Egelantier, een monumentaal pand om de hoek van het Frans Hals Museum.

De Egelantier, ooit een ziekenhuis, was „jarenlang een soort huiskamer waar het gonsde van de creativiteit, menigeen heeft hier de eerste stappen gezet naar een latere carrière”, schrijven de ondertekenaars. Het gaat om onder anderen presentator Paul Witteman, illustrator Thé Tjong-Khing, schrijver Nicolien Mizee, cabaretier Erik van Muiswinkel, historicus Dorine Hermans, presentator Dieuwertje Blok, schrijver Lilian Blom, psychiater Bram Bakker en zanger Boudewijn de Groot.

Het Haarlemse college van B en W wil met de opbrengst van de verkoop „achterstallig onderhoud inhalen” van ander gemeentelijk vastgoed. Het college sluit niet uit dat een koper behalve een hotel en een aantal stadswoningen „ook culturele en maatschappelijke functies mogelijk maakt” in het monumentale pand. De Egelantier telt 8.500 vierkante meter vloeroppervlak.

De petitie maakt onderdeel uit van een burgerinitiatief om het onderwerp op de agenda van de gemeenteraad te krijgen. Die raadsvergadering is donderdag 9 mei.

De bewoners achter het burgerinitiatief verwachten dat een commerciële koper geen brood ziet in een culturele invulling van de Egelantier, „al was het maar deels”. In hun optiek moet de Egelantier, samen met het Frans Hals Museum, onderdeel worden van een Haarlems Museumkwartier, „een plek waar verrassende hedendaagse beeldende kunst wordt vertoond, waaronder ook fotografie, waar nieuwe muziek valt te beluisteren, naast stand-up comedy en poëzie, en waar nieuwe kunstvormen worden belicht”. Ze vragen „de haalbaarheid van deze visie te onderzoeken, nu het nog kan”.

Initiatiefnemer van de petitie is journalist en schrijver Frénk van der Linden. Haarlem, zegt hij, „heeft een levendige artistieke en journalistieke scene en we willen graag dat het een fijne stad blijft”. Van der Linden vraagt zich af wat er tegen een haalbaarheidsonderzoek is. „Niemand heeft mij kunnen uitleggen waarom dat er niet zou kunnen komen. Zelfs als je besluit ander kattenbakvulsel te nemen, onderzoek je eerst de verschillende soorten.”

Hij wijst erop dat steeds vaker laboratoria voor jonge kunstenaars verdwijnen, omdat gemeenten die meestal monumentale gebouwen verkopen aan projectontwikkelaars. „Ik begrijp wel dat politici denken: daar zit geld. Maar het één sluit het ander toch niet uit? We kunnen toch in elk geval een deel van het pand behouden?”

Eerder vorig jaar, tijdens de formatieonderhandelingen voor een nieuw college, besloot Haarlem geen geld uit te trekken voor renovatie van het Frans Hals Museum. Dat had 4,5 miljoen euro gevraagd, voor het verbouwen van de twee panden waarin het is gehuisvest. Het alternatieve plan voor een Museumkwartier ontstond na deze afwijzing.