Recensie

Recensie Theater

Sadistische humor en taalgrappen in ‘De verschrikkelijke Wittgenstein’

Pianoleraar Wittgenstein begrijpt niets van zijn pupillen, die neerkijken op kunst en geobsedeerd zijn door rijkdom. In een zwartkomische voorstelling leert hij ze een lesje, dat volledig uit de hand loopt.

‘De verschrikkelijke Wittgenstein’ van schrijver en regisseur Roeland Hofman bij Bellevue Theater.
‘De verschrikkelijke Wittgenstein’ van schrijver en regisseur Roeland Hofman bij Bellevue Theater. Foto BEN VAN DUIN

Onuitstaanbaar zijn ze, de 12-jarige Mathilda (Isabelle Houdtzagers) en haar broer Charlie (Billy de Walle). Ze zijn pubers in een rijk gezin en zó onaangepast, dat hun butler (Tobias Nierop) het niet langer kan aanzien. Hij zal ze wel even een lesje te leren, samen met pianoleraar Paul Wittgenstein (Martijn Nieuwerf).

In De verschrikkelijke Wittgenstein wakkeren de butler en docent een competitie aan tussen de tieners: wie het aardigst is, kan zogenaamd een fortuin opstrijken. Op die manier worden broer en zus gedwongen om sympathiek en meelevend te zijn, zo is het idee. Maar wat een lesje in vriendelijkheid had moeten zijn, loopt volledig uit de hand. De pubers gaan over lijken gaan om het geld binnen te harken.

In het zwartkomische stuk wordt concertpianist Wittgenstein, die in de Eerste Wereldoorlog één van zijn armen verloor, voorgesteld als het tegenbeeld van zijn studenten. Hij geeft gratis les, terwijl de tieners geobsedeerd zijn door de erfenis die ze opstrijken als hun ouders overlijden. Zij zijn totaal niet geïnteresseerd in de kunsten, terwijl de pianist niet kan ophouden over zijn liefde voor klassieke muziek.

Dit contrast zet schrijver en regisseur Roeland Hofman stevig aan. Hij hint op spanningen tussen generaties: de tieners wuiven de nostalgie van Wittgenstein weg, terwijl hij hun individualisme hekelt. Alleen is dit nauwelijks een generatieconflict te noemen: deze volwassenen geven volkomen begrijpelijke kritiek op twee losgeslagen pubers.

De verschrikkelijke Wittgenstein moet het hebben van de acteurs, die hun rollen met een vette knipoog spelen. De humoristische tekst van Hofman slingert van de ene komische scène naar de volgende, van sadistische humor naar taalgrappen – je zou bijna vergeten dat er ondertussen een dode is gevallen.