Een Groot Verhaal, daar gaat het bij de Libris Literatuur Prijs om

Uit zes titels kiest de jury van de Librisprijs deze maandag een winnaar. De vraag is hoe eigenzinnig de jury zich durft op te stellen.

Er zijn twee favorieten voor de Libris Literatuur Prijs 2019: Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer en De goede zoon van Rob van Essen. Beide romans kregen lyrische reacties: Pfeijffer schreef volgens Trouw een „echt meesterwerk, briljant en rijk” en NRC noemde het „de roman van het jaar”; maar vaker dan welk boek ook was De goede zoon de eindejaarsfavoriet van recensenten.

Maar een jury wil nog wel eens eigenzinnig zijn: geen recensent had vorig jaar voorzien dat Murat Isik voor Wees onzichtbaar de Librisprijs zou ontvangen.

De jury die maandagavond de belangrijkste Nederlandse prijs voor een literaire roman met 50.000 euro zal toekennen, houdt in elk geval van een Groot Verhaal. De boeken die erbovenuit staken, zijn „romans met een prikkelende visie op de wereld, op de toekomst of juist op het verleden”, aldus het juryrapport.

En dus koos de jury niet zozeer voor het geserreerde kleinood dat iets diep menselijks blootlegt, niet voor het poëtische taalkunstwerk. Ja, dat is mooi en lovenswaardig aan een roman – maar deze shortlist haal je pas als je een groot verhaal biedt over de wereld van nu, liefst inclusief blootgelegde wortels in het verleden. Die voorkeur onder jury’s (niet alleen literaire) is al langer in de mode. De winnaar van 2017, De tolk van Java van Alfred Birney, toonde traumatische gruwelen uit de Nederlandse inmenging in voormalig Nederlands-Indië. En de Bijlmerroman van Isik vertelde een groter verhaal van discriminatie en segregatie.

Dat boeken van onbetwiste kwaliteit niet voorbij de longlist kwamen, laat zich zo ook verklaren. Jij bent van mij van Peter Middendorp zoomt in op het (kleine) verhaal van een jarenlang zwijgende moordenaar en diens omgeving; Foon van Marente de Moor speelde zich misschien iets te nadrukkelijk af in een afgelegen Russisch bos om tot de laatste zes door te dringen.

Daarmee lijken de kansen gering voor De trooster van Esther Gerritsen, van opzet het ‘kleinste’ van de zes. Gerritsen schrijft over een kloosterconciërge die bevriend raakt met een gast die op de vlucht is na een #MeToo-misdaad. Hoewel, is dat klein? Deze roman stelt ook grote vragen over schuld en troost – in christelijke context, iets waar deze jury ogenschijnlijk een hang naar heeft.

Toch vormt Gerritsens roman stilistisch een uitzondering tussen de meer zichtbare ambities van andere kanshebbers. Een groot verhaal vertelt wél Het vloekhout van Johan de Boose, de verrassing en outsider onder de genomineerden. Zijn verteller is een stuk hout, ooit deel van Christus’ kruis en later ondergrond voor een Maria-icoon, dat beziet hoe de mens zich laat gijzelen door geloof. Evenzo is er een groot verhaal te herkennen in De ommegang van Jan van Aken – een ook al avontuurlijk boek dat het Europese continent omspant en de verbeelding van een opportunist tegenover de christelijke dogmatiek zet. De grootste kwaliteit van Drift van Bregje Hofstede zit ’m in de analyse van een verbroken liefdesrelatie – de erudiete hoofdpersoon trekt daar vele culturele associaties bij, vastbesloten om meer te vertellen dan een particuliere geschiedenis.

Het minpunt aan die drie boeken is de consequentie van hun ambitie: dat er wat minder aandacht was voor het kleine. Dus: er zijn inzakmomenten, mindere delen. Een groot verhaal komt kennelijk met imperfecties.

Dat zou je ook – en dat is her en der gebeurd – kunnen aanmerken op Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer, dat overdonderend maar allesbehalve zuinig is. Pfeijffer illustreert zijn these over het verval van Europa en het einde van zijn geschiedenis met tal van voorbeelden, in taal die omhangen is met franje. De uitgesproken veelheid lijkt, gezien de smaak van deze jury, eerder een argument vóór dan tegen. Dan blijft nog het punt: Pfeijffers boek, sinds de publicatie in december 100.000 keer verkocht, heeft zijn weg naar lezers al gevonden. De Librisprijs is commercieel machtig, de bekroning levert een geheide bestseller op – die invloed is óók verleidelijk voor een jury.

Eindelijk Esther Gerritsen, voor de vierde keer genomineerd, de prijs geven. Bregje Hofstede beroemd maken. Of kiezen voor het eigenzinnige De goede zoon, dat nog niet in de bestsellerlijst is opgedoken. Rob van Essen, ook literatuurrecensent voor NRC, schreef een roman die een geestige roadtrip naar een geheugen is én een roerend moederboek, maar waarin je ook een scherp tijdsbeeld van verleden en heden kunt lezen, en een toekomstvisie op empathie. Een klein én groot verhaal, mét verlossing, zónder redundante lijntjes. Misschien minder overdonderend dan Pfeijffers roman, maar wel perfecter.