Recensie

Recensie Muziek

‘De jongen die te snel groeide’ bezingt de waarde van het jezelf zijn

Over pesten gaat de familie-opera De jongen die te snel groeide, die de Italiaans-Amerikaanse componist Gian Carlo Menotti schreef en componeerde.

‘De jongen die te snel groeide’ van Gian Carlo Menotti door De Nationale Opera.
‘De jongen die te snel groeide’ van Gian Carlo Menotti door De Nationale Opera. Foto DUTCH NATIONAL OPERA
    • Kester Freriks

De jongen heet Poponel en is enkele maten te groot voor zijn negen jaar. Een kindreus. Hij draagt een bontgekleurde trui. In de schoolklas waar hij niemand kent, is hij meteen het mikpunt van plagerijen. De Italiaans-Amerikaanse componist Gian Carlo Menotti schreef en componeerde met de familie-opera De jongen die te snel groeide (1982) verrassend inventief en met vloeiende vocale lyriek over een keihard onderwerp: pesten. Juf Hoop (Maartje Rammeloo) onderwijst haar klas met gloedvolle sopraanzang tot de nieuwe leerling Poponel (Erik Slik) binnenkomt. Danste de juf aanvankelijk een lustige Weense wals bij de uitleg over Europese hoofdsteden, deze uit de kluiten gegroeide jongen zet de knusse klas op zijn kop.

Maar er is een uitweg: dokter Klein (Marcel Rijans) beschikt over een futuristische krimpmachine die de grote jongen klein maakt. Hij stelt echter een voorwaarde: als Poponel weer normaal is, moet hij zijn als de anderen. Poponel stemt in, totdat hij als enige een inbreker durft te verjagen voor wie de klasgenoten doodsbang zijn. Hij toont de moed zichzelf te zijn en krijgt weer de oude buitenmaatse verhoudingen.

De opera, geregisseerd door Maria Lamont, is niet zonder moralisme en eindigt met een lied over de kracht die je kunt vinden als je bent wie je bent. Het Nieuw Amsterdams Kinderkoor / Nieuw Vocaal Amsterdam en Nationaal Jeugd Orkest onder leiding van Leonard Evers komen hierin tot kleurrijke, expressieve harmonie. Driftige pauken en opzwepende strijkers drukken die missie ‘jezelf te zijn’ perfect uit, versterkt door de rake vertaling van dichter Ruben van Gogh. De scènes waarin de grote jongen klein wordt en de kleine weer groot zijn even speels als dramatisch. Menotti en de uitvoerenden brengen hun serieuze boodschap aanstekelijk: word geen massamens.