Directeur van het Herinneringscentrum Kamp Westerbork Dirk Mulder (links) voor het laatst na bijna dertig jaar als directeur aanwezig bij de dodenherdenking.

Foto Sake Elzinga

De directeur van Westerbork stopt op ‘een dieptepunt’

Directeur Westerbork

Dirk Mulder beleefde zaterdag zijn laatste Dodenherdenking als directeur van Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Dat hij kritiek kreeg van kampoverlevers raakte zijn ‘elementaire integriteit’.

Continu tuurt Dirk Mulder (66) naar boven. Naar de wolken boven Kamp Westerbork. Het is altijd één van zijn zorgen, zei hij een paar dagen eerder, dat het gaat regenen tijdens Dodenherdenking. „Eigenlijk ben ik tijdens de herdenking altijd druk, bezig met de organisatie”, zegt Mulder zaterdagavond. Desondanks kan de herdenking hem nog steeds ontroeren: „Als ik bijvoorbeeld tijdens de stilte een vogeltje hoor fluiten.”

Het is Mulders laatste Dodenherdenking als directeur van het Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Na bijna dertig jaar directeurschap neemt hij op 1 juli 2019 afscheid en gaat hij met pensioen.

Een afscheid dat hij zich anders had voorgesteld. De afgelopen maanden, zegt hij, waren namelijk het dieptepunt van zijn carrière. Na bedreigingen aan het adres van hem en zijn medewerkers besloten de organiserende partijen de Nacht van de Vluchteling, een sponsorloop voor vluchtelingenopvang in de regio die vanaf Kamp Westerbork zou starten, afgelopen week af te gelasten.

De vier overgebleven wandelroutes vanaf andere plaatsen gaan 15 juni gewoon door.

Volgens Mulder kwamen de bedreigingen, intimidaties en beledigingen uit zowel de antivluchtelingenhoek als vanuit de Joodse gemeenschap. Uitgekafferd worden voor nazi of antisemiet, dat is hij na bijna dertig jaar directeurschap wel gewend. Maar het raakte aan zijn „elementaire integriteit” dat er kritiek kwam van „mensen die je hoog hebt zitten, van wie je het niet verwacht”. Zoals? „Kampoverlevers”, zegt Mulder een paar dagen voor Dodenherdenking te midden van het terrein. „Die zeggen dat je dít zou willen verkwanselen.”

‘Dit’, dat was er dertig jaar geleden nog niet. Nederland was Kamp Westerbork vergeten. „Het was niet te vinden”, zegt Mulder. Toen hij er voor het eerst kwam, was er niks. Geen barak. Geen wagon. Geen prikkeldraad. Alleen een bewoond oud-commandantenhuis, een open veld en jonge bomen. „Om hier te komen, moest je weten dat Westerbork had bestaan.”

Dirk Mulder bij de Dodenherdenking zaterdag (met de beige lange jas). Foto Sake Elzinga

Honderdduizend op transport

Zaterdagavond staan bijna 3.000 mensen te wachten voor de slagboom van Kamp Westerbork. Mulder blijft omhoog turen. Hij ziet de wolken verdwijnen en de zon door de bomen verschijnen. Niks aan de hand. Totdat een microfoon het opeens niet meer doet. Mulder probeert rustig te blijven, maar tikkende vingers achter op zijn rug verraden anders. Alles is op de minuut gepland. Regionale omroep RTV Drenthe zendt live uit. „Vroeger konden we de twee minuten stilte ook wel wat later houden, niemand die het doorhad.”

Het kamp werd opgericht in 1939 als Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork voor de opvang van Joodse vluchtelingen uit Duitsland en Oostenrijk, voordat het in 1942 door de Duitse bezetter in gebruik werd genomen als doorgangskamp. Daaruit werden ruim 100.000 gevangengenomen Joden en 245 Roma en Sinti per trein gedeporteerd naar concentratie- en vernietigingskampen in Europa.

Met het einde van de Tweede Wereldoorlog hield de geschiedenis van Kamp Westerbork niet op. Na de oorlog worden er NSB’ers en collaborateurs gevangengehouden. Kort daarna diende het kamp als militair kamp voor terugkerende KNIL-soldaten om uiteindelijk ruim twintig jaar te fungeren als woonplek voor Molukkers, genaamd Schattenberg. Met het vertrek van de Molukkers in 1971 werden ook alle barakken en overblijfselen van Kamp Westerbork afgebroken.

Lees waarom er geen Westerborktocht komt: ‘De brutalen hebben de halve wereld.’

Vanaf 1983 begon Dirk Mulder, oud-geschiedenisleraar, met rondleidingen op het kampterrein. Eén rondleiding per maand. Op een zondag om twee uur in de middag. „Je was blij als er meer dan tien mensen kwamen opdagen”, zegt Mulder terwijl een groep passeert van ruim honderd mensen die achter een gids aanloopt.

Drie jaar later, in 1986, werd hij directeur van het Herinneringscentrum Kamp Westerbork, dat een museum heeft op zo’n drie kilometer van het kampterrein. Langzaamaan bouwde hij het kamp op zoals het er ooit uit had gezien. Er kwamen taluds op plekken waar de ruim honderd barakken stonden. Prikkeldraad, hekwerk en paden. Een wagon. Een originele barak. En gedenksteentjes voor alle slachtoffers van Kamp Westerbork. Maar bij elke verandering welde ook de kritiek op.

Een plek van stilte of beleving?

Een continue worsteling, noemt Mulder het. „Sommigen willen dat het een plek van stilte en contemplatie is”, zegt hij. „Elke verandering doet daar voor hen afbreuk aan.” Anderen, zegt Mulder, moet je meenemen om het verhaal te kunnen vertellen. „Die willen iets zien, iets horen.” Maar hij wil van Westerbork geen pretpark maken. Geen rijen bussen voor de ingang, zoals bij Auschwitz. Of een virtual reality-tour zoals in Bergen-Belsen. „Het moet niet kitscherig worden.”

Tussen contemplatie en beleving zoekt Mulder al jaren de balans. Bij elke verandering komt kritiek, zegt Mulder: „De mensen verzetten zich vooral als ze de berichten over nieuwe bordjes, luidsprekers of andere dingen lezen, niet als ze hier komen.”

De afgelopen vijf jaar is de kritiek toegenomen, omdat de aandacht voor Westerbork veranderd is. „Er zijn mensen die vinden dat Westerbork een begraafplaats en synagoge ineen moet zijn.” Maar dan doe je volgens Mulder geen recht aan de andere slachtoffers van Westerbork. „Deze plek betekent ook veel voor de Roma en Sinti, de Joodse vluchtelingen voor de oorlog én de Molukkers.”

Dat is volgens hem de basis van het conflict, dat in de afgelopen weken voor hem een dieptepunt bereikte. „Dat mensen zeggen dat wij deze plek verkwanselen. Dat we niet zorgvuldig met deze plek zouden omgaan. Dat raakt me.” Hij heeft er last van. „Ik ben moe. Voel me fysiek ongelofelijk moe.”

Kamp Westerbork bij de dodenherdenking zaterdag 4 mei. Foto Sake Elzinga

Dat is nu afgelopen. Zaterdagavond legt hij samen met zijn opvolgster Gerdien Verschoor een roos bij het monument. Voor het eerst in dertig jaar. „Maar daar moet je niks achter zoeken”, zegt hij lachend. „Dat gebeurde spontaan.” Volgend jaar staat hij waarschijnlijk weer bij het monument. Als toeschouwer. „Dan kan ik het echt beleven.”

Hoewel Mulder als directeur afscheid neemt van Kamp Westerbork, is het tussen hem en de plek nog niet afgelopen. Hij gaat schrijven, over zijn jaren als directeur van het Herinneringscentrum en over hoe Westerbork door de jaren heen werd herdacht. Want deze plek, en „hoe een bevolkingsgroep zonder al te veel problemen uit de samenleving is gehaald en een systeem is opgetuigd om hen volledig uit te roeien”, dat blijft hem dagelijks fascineren. „Dat onderzoeken, dat is voor mij de zin van het leven.”

Wat hij wil achterlaten? „Dit”, zegt hij wijzend naar het kampterrein. En dat het er over een paar jaar anders uitziet, neemt hij voor lief. „Westerbork is nooit af.”

Tijdens de twee minuten stilte kijkt Mulder nog eens omhoog. Geen wolken, wel het geluid van drie tjilpende vogeltjes.