Bekerwinst als amuse, op naar het hoofdgerecht

Finale KNVB-beker Ajax overklaste Willem II in de bekerfinale en won de eerste prijs in vijf jaar. Het vizier wordt nu gericht op de landstitel en Champions League.

De spelers van Ajax vieren in de Kuip het binnenhalen van de KNVB-beker.
De spelers van Ajax vieren in de Kuip het binnenhalen van de KNVB-beker. Foto Olaf Kraak/ANP

De Kuip deinde al bij rust, met ruim 17.000 Ajax-supporters die dansend aan de maand mei begonnen. Wat hen nog allemaal te wachten staat, wie zal het zeggen. Wereldwijde complimenten waren er al voor hun club die Europese giganten omver wierp. Maar als de karavaan van lofzangers weer verder getrokken is scheelt het als er iets tastbaars overgebleven is naast een vette bankrekening en herwonnen internationaal respect.

De bekerfinale op Bevrijdingsdag was, even los van alle Champions League-lyriek rondom Ajax, een klassieke clash tussen een topclub en een provinciale uitdager waarvoor de finale een anoniem bestaan voor even kan doorbreken. Maar de topclub, Ajax dus, bleek een afvaardiging van hongerige sportmannen getooid in het zwart met beige uit-tenue, de kleuren die heel Europa inmiddels kent. Ze stonden onder aanvoering van een trainer, Erik ten Hag, die alle competities ernstig neemt: beker, landstitel, Champions League.

Onrustig en druistig was het spel geweest vanaf de aftrap. En ineens, na het eerbetoon van het Ajax-publiek aan Abdelhak Nouri in minuut 34, vielen twee goals. Twee klappen en klaar, als een hoek gevolgd door een opstoot. Daley Blind verlengde een voorzet van Dusan Tadic na een korte corner: 1-0. Aan de tweede, van Klaas-Jan Huntelaar, ging een exhibitie van klasse vooraf in een serie voetbewegingen en prachtige patronen zoals de wereld Ajax dit seizoen weer heeft leren kennen.

Daley Blind heeft de 1-0 gemaakt voor Ajax.

Foto OLAF KRAAK/ANP

Lees ook de column van Wilfried de Jong: Tadic krijgt voor straf een 4

Blik over de bal

Willem II, de tegenstander, dacht zich nog even in de wedstrijd te kunnen vechten op een reeds verloren avond. Tot de 3-0 viel. Die begon bij Frenkie de Jong, wiens finale dit moest zijn en zo ook nog een beetje werd. Zijn verleden bij Willem II, het heden bij Ajax, de toekomst bij FC Barcelona. Hij had de blik over de bal, zijn voet zocht contact. Iets voor de kop van het strafschopgebied zette hij de omsingeling in gang. Over links ging het, via Nicolas Tagliafico. Ruimtes ontstonden zoals dat gaat als een elftal van kant wisselt, Donny van de Beek dook maar weer eens in zo’n gaatje op. Hij kreeg de bal, keek op en gunde Huntelaar bij de tweede paal zijn tweede van de avond. Rechtsachter Rasmus Kristensen maakte de 4-0, zijn loopactie was gezien door Noussair Mazraoui.

De zon scheen toen, het hagelde ook. Een regenboog spande zich over de Kuip. Een spandoek met ‘’18-’19: een kleurrijk seizoen’ was even daarvoor ontrold door de Ajax-aanhang, vlak voor veelkleurige fakkelrook het zicht op dat deel van de tribune ontnam. Amsterdam heerste in Rotterdam, in de Kuip waar Ajax drie maanden terug door Feyenoord te kijk was gezet.

Daley Blind was toen radeloos op linksachter naast een verdedigend centrum met debutant Lisandro Magallan. Feitelijk was dat Ten Hags laatste misser. Blind en De Ligt hield hij sindsdien altijd tezamen centraal achterin, een duo van standvastigheid.

Frenkie de Jong en Donny van de Beek met de beker.

Foto ANP

Het is het seizoen van van alles en nog wat, voor Ajax. Een obsessie is geslecht, de langste periode zonder prijzen in 53 jaar. Vijf jaar en acht dagen na de laatste prijs, de laatste landstitel van 2014. Frenkie de Jong was toen nog een jong talent in de jeugdopleiding van Willem II, Dusan Tadic was een attractie bij FC Twente op weg naar Southampton. Ajacied Daley Blind maakte zich op voor het WK 2014 waarin hij voor het oog van de wereld liet zien dat hij voetballen kon. Hij was de twijfel voorbij, klaar voor Manchester United – vier jaar later kwam hij terug naar Amsterdam.

Toen, in 2014, trok Johan Cruijff nog aan de touwtjes bij Ajax, het ‘technisch hart’ was nog een bestuursorgaan waar naar geluisterd werd. Wim Jonk was hoofd jeugdopleiding en met cultuurbewaker Dennis Bergkamp had hij nog een werkrelatie, Frank de Boer mocht zich de meest gevierde coach van zijn generatie noemen met een ongeëvenaarde reeks van vier landstitels als debuterend coach. Liverpool had interesse, hij zei nee. Tottenham Hotspur was gecharmeerd, ook dat ging niet door. Hij bleef Ajax trouw, wee hem.

Financieel werden de reserves aangezuiverd, na jaren van wanbeleid in het vorige decennium. Maar afgedekt onder een laagje zilver van aaneengeregen landstitels toonde Ajax voortekenen van barre tijden, van zwalkend beleid. Het schuurde aan alle kanten in talloze geledingen van de club, na de eensgezindheid die Ajax even uitstraalde na de coup van Cruijff in 2010-2012.

Een week voor die laatste landstitel maakte Ajax zich op Eerste Paasdag te schande, met een bekerfinale tegen PEC Zwolle waarin een gecoördineerde vuurwerkactie de eerste minuten lamlegde. „Kappen met die shit!”, riep directeur marketing Edwin van der Sar. Een 5-1 nederlaag volgde. „Een wedstrijd om snel te vergeten”, zei Ajacied Lasse Schöne een week later. „Maar dit was er helaas zo een die je niet gaat vergeten als je straks terugkijkt op je carrière.”

Verdeeldheid endemisch

Denkend aan Ajax, schreef NRC bij het behalen van de landstitel in 2014, is er weer die negatieve bijklank. ‘Supporters? Problemen. Feest? Vuurwerk. Spel? Saai. Bekerfinale? Drama. Europees voetbal? Bijrol.’ Zo stond het ervoor vijf jaar terug, grof geschetst. Niet alles was daarna slecht, zeker niet zelfs. Een Europa League-finale werd bereikt. Maar de coherentie in beleid was ver te zoeken en verdeeldheid over de koers bleek endemisch.

Oud-speler Tscheu la Ling, nauw verbonden aan de Cruijff-revolutie, lichtte in 2015 op verzoek van de raad van commissarissen de organisatie door. Zijn rapport kreeg nooit een formele status en lekte uiteindelijk via De Telegraaf uit. Het was ‘cherry picking’ voor gevorderden. Conclusies: ‘het aankoopbeleid, verkoopbeleid en het contractbeleid van Marc Overmars falen’, de scouting ‘wordt door Overmars onprofessioneel geleid’ en ‘de RvC heeft te weinig toezicht gehouden’. Meest hilarisch, met terugwerkend kracht, is de passage over Andre Onana – de jeugdkeeper om wie ze bij Barcelona blij zouden zijn geweest dat hij aan Ajax was afgedankt.

Het zijn echo’s uit een niet zo ver verleden. Directeur spelersbeleid Marc Overmars won alle gevechten, met zijn strijdmakker, algemeen directeur Van der Sar. „Het is goed dat er nu één baas is”, zei Overmars onlangs in NRC. In het eerste seizoen waarin hij zijn almacht in technisch beleid heeft laten gelden is er meteen waanzinnig geleverd. Het eigen vermogen werd serieus aangewend voor een selectie die barst van de kwaliteit en in alle facetten van het voetbal – attractiviteit, slimheid, belastbaarheid, geslepenheid – thuis geeft.

Meedeinen

Kijk nu en aanschouw dit Ajax – al kan het volgend seizoen zo weer allemaal mis zijn. Want ook dat is die gekke club. Maar met het eindsignaal van scheidsrechter Serdar Gözübüyük was aan vijf jaar vernedering een einde gekomen voor de grootste en rijkste club van Nederland.

Zij die rust hadden gekregen tussen de Tottenham-bedrijven in – David Neres, Lasse Schöne – waren nog ingevallen. Zij mochten meevieren, meedeinen. Frenkie de Jong was onder applaus van het veld gegaan, zijn ouders klapten misschien wel het hardst.

Amsterdamse liedjes klonken door de Kuip. De rode badjassen van de bekerwinnaar werden op een stapeltje gegooid, niet gedragen. Dat duidelijk is: dit was een amuse, voor een seizoensslot dat het verbeeldingsvermogen te boven gaat. Zuinigjes spoot men met champagne.

Correctie (6 mei 2019): In een eerdere versie was de alinea weggevallen die begint met de zin: ‘Het is het seizoen van van alles en nog wat, voor Ajax.’ Deze is alsnog toegevoegd.