Was het nu wel of geen couppoging in Caracas?

Staatsgrepen De staatsgreep is sinds de Koude Oorlog uit de mode. Toch is 2019 nu al een goed coup-jaar. Of was er in Venezuela geen coup?

Foto Federico Parra/AFP

Dinsdag 30 april. Twee oppositieleiders dagen op een viaduct in hun hoofdstad openlijk de zittende macht uit. Omringd door militairen verklaren ze dat „de bevrijding” nabij is. Staatsgreep in Caracas!

Er zijn maar weinig termen in het politieke vocabulaire die onmiddellijk zo’n opwinding veroorzaken als het woord „staatsgreep”. De staatsgreep is spannend, duurt maar kort en er zijn altijd winnaars en verliezers. Ook al heeft de wereld weinig geduld met langdurig burgerlijk verzet in landen ver weg, de staatsgreep is een climax waarbij iedereen even opkijkt. „Staatsgreep” is behept met een bijna perverse romantiek. Het mag dan spannend zijn, het gaat toch om acties waarbij doden en gewonden vallen.

Eigenlijk is de staatsgreep uit de mode. De bloeiperiodes waren eind jaren zestig en midden jaren zeventig, daarna volgden kleinere pieken begin jaren negentig en rond de millenniumwisseling. Werden in 1965 nog 18 couppogingen geteld, in 2007 was er voor het eerst geen. En ook 2018 was een coup-loos jaar.

De belangrijkste verklaring voor de daling is het einde van de Koude Oorlog, aldus de politicoloog Jay Ulfelder. De grootmachten VS en USSR ondersteunden coups om een regime aan de macht te brengen dat hen welgezind was. Met het einde van de Koude Oorlog verdween die noodzaak.

Bijzonder jaar

Gelet op de coup-statistieken is 2019 dus nu al een bijzonder jaar. Al in de eerste week van januari namen soldaten in Gabon de radiozender in, om zes uur later gearresteerd te worden. Van een geheel andere orde is de omwenteling in Soedan, waar het leger na maandenlange demonstraties het moslim-fundamentalistische regime van Omar al-Bashir ten val bracht. In Algerije ging op 2 april president Abdelaziz Bouteflika onderuit nadat legerleider Ahmed Gaïd Salah hem had gesommeerd te vertrekken – ook hier werd de machtswisseling voorafgegaan door grootschalige demonstraties.

En deze week was er dan de gewaagde actie van de Venezolaanse oppositieleiders Juan Guaidó en Leopoldo Lopez. Maar wás hier eigenlijk wel sprake van een couppoging?

Wie wil weten wat dagelijks in het Witte Huis met instemming wordt gelezen, kan zich abonneren op de nieuwsbrief West Wing Reads. Donderdagochtend opende Trumps digitale knipselmapje met een hoofdredactioneel van The Washington Post. Strekking: in Venezuela was géén sprake van een coup-poging.

Het optreden van Guaidó en Lopez was geen poging tot staatsgreep, schreef The Post, maar de nieuwste poging om een gevaarlijk regime te vervangen door een gekozen en legitieme regering. Voor de VS en vijftig andere landen, waar onder Nederland, is interim president Guaidó de legitieme machthebber en niet de zittende president Maduro.

Volgens het woordenboek is een coup een „onverwachte, gewelddadige en illegale greep naar de macht”. Als Guaidó legitiem is, dan is zijn greep naar de macht dus niet illegaal en daarom geen couppoging. Noem je het wel een couppoging, dan spreek je de taal van Maduro.

Maar hoe je het ook noemde, al snel werd duidelijk dat er in Caracas iets goed fout was gelopen. Wat zich dinsdag en in de aanloop tot de oproep precies heeft afgespeeld bij de Venezolaanse oppositie is nog onduidelijk. De vraag dringt zich op of Guaidó en Lopez goed voorbereid waren en in hoeverre er verraad in het spel was. Een coup is hoe dan ook een moeilijke operatie en succes is niet gegarandeerd. Van de 457 coup-pogingen tussen 1950 en 2010 is de helft mislukt, aldus politicologen uit Kentucky

Coup-handboek

In 2016 publiceerde politiek consultant Edward Luttwak een geactualiseerde versie van zijn standaardwerk Coup d’État – a practical handbook uit 1968. Het advies „neem eerst de radiozender in”, was een tikje achterhaald, schreef hij in het nieuwe voorwoord. Het boek werd beroemd toen bleek dat het als blauwdruk had gefungeerd voor twee couppogingen in de Fillippijnen. Ook werd een exemplaar gevonden in de werkkamer van de vermoorde couppleger Mohammad Oukfir nadat hij in 1972 tevergeefs had geprobeerd koning Hassan II van Marokko af te zetten.

Luttwak beschrijft hoe belangrijk het is het machtsapparaat van de tegenstander in kaart te brengen, de loyaliteit van belangrijke spelers in het staatsapparaat aan de zittende leider te testen. Dat je vooraf moet bepalen wie je meteen wil laten arresteren en wie die arrestatie moet uitvoeren. Dat je moet weten welk kruispunt door wie ingenomen moet worden en hoeveel ruimte je moet laten voor onderhandelingen met mogelijke overlopers. Dat je moet opereren met verschillende onafhankelijke teams.

De voorbereiding kortom moet minutieus zijn, de uitvoering is moeilijker dan een reguliere militaire operatie. Je krijgt namelijk maar één kans en je zet al je middelen in één keer in. „De prijs is groot, maar het risico ook”, waarschuwt Luttwak.