Opinie

    • Tommy Wieringa

Open armen

In een land waarin alles geteld wordt, zou het aardig zijn om eens bij te houden hoeveel evenementen er worden afgelast vanwege bedreigingen. Deze week annuleerde Herinneringscentrum Kamp Westerbork een wandeltocht tijdens De Nacht van de Vluchteling vanwege ‘bedreigingen, intimidaties en grove beledigingen’, vier woorden die de hedendaagse Nederlandse discussietechniek wel zo’n beetje samenvatten. De bedreigingen kwamen volgens de directeur van vluchtelingenhaters tout court en ook vanuit de Joodse gemeenschap. De bezwaren van de laatste groep werden ruwweg samengevat door Esther Voet van het Nieuw Israëlitisch Weekblad: „In de jaren veertig zijn Joden vergast, vermoord, terwijl veel vluchtelingen juist met open armen worden binnengehaald.”

Het was aan het tweede deel van die bewering dat ik bleef haken. Het is niet onwaarschijnlijk dat er onder de wandelaars yezidi’s zouden zijn geweest, die ook aan genocide hebben blootgestaan. Onder het bewind van het kalifaat zijn de yezidi’s verdreven uit hun woonplaatsen in Noordwest-Irak, werden er duizenden vermoord en vrouwen en meisjes systematisch verkracht en tot slaaf gemaakt. Vanuit vluchtelingenkampen in de Koerdische Autonome Regio (KAR) bereikte daarop een aantal yezidi’s Nederland. Het precieze aantal is onbekend omdat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) geen religie registreert.

Waar landen als de VS en Canada de genocide op de yezidi’s erkenden, liet Nederland dat na, sterker, wenst het hen zelfs weer ons land uit te zetten – een bureaucratische echo van de verdrijving uit Sinjar. Omdat de provincie Sinjar nog altijd onveilig is en de infrastructuur grotendeels verwoest, worden nu Koerdische vluchtelingenkampen door de IND aangemerkt als veilige woonplaats. Ergens bij de dienst of op het ministerie zit iemand die zoiets verzint. Een aha-moment, genoteerd op een geeltje en aan een meerdere doorgegeven – ‘KAR-kampen vestigingsalternatief?!’ Dat die kampen overvol zijn, er nauwelijks onderwijsfaciliteiten zijn en de leefomstandigheden almaar verslechteren, doet niet ter zake. Ook niet dat veel yezidi’s getraumatiseerd zijn en hun huizen en hun naasten verloren, noch dat de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR terugkeer naar de kampen onverantwoord noemt. Staatssecretaris Harbers liet weten dat ze alleen worden teruggestuurd als het vluchtelingenkamp „weinig onderdoet voor een normaal dorp”, een geparfumeerde ontkenning van de realiteit.

Harbers lijkt met de verantwoordelijkheid voor het lot van asielzoekers niet veel op te hebben. Nadat Rutte III eenmalig van de hard-rechtse lijn afweek en in januari onder publieke en publicitaire druk een kinderpardon toestond, zou in ruil daarvoor de discretionaire bevoegdheid worden afgeschaft. Met die bevoegdheid kon de staatssecretaris op eigen gezag een verblijfsvergunning gunnen aan iemand wiens asielverzoek was afgewezen. Een maand geleden schreef Harbers de Kamer dat daaraan op 1 mei een einde zou komen. Zwakkere politiek is niet denkbaar: een staatssecretaris die zich opgelucht van een cruciaal onderdeel van zijn verantwoordelijkheid ontdoet.

Als doekje voor het bloeden is een zielig restje van die bevoegdheid overgeheveld naar de directeur van de IND: die mag nu bij de eerste aanvraagprocedure beoordelen of er sprake is van een schrijnende situatie. Een instrument van barmhartigheid in handen van een dienst die vooral asielprocedures frustreert, door bijvoorbeeld vrijwel standaard in beroep te gaan tegen door asielzoekers gewonnen procedures. Feitelijk is daarmee de discretionaire bevoegdheid afgeschaft. Het kinderpardon wordt duur betaald.

Intussen gaat de versobering van de asieladvocatuur onverminderd door. Zoals voorgenomen in het regeerakkoord wordt de rechtsbijstand voor asielzoekers voor een groot deel geschrapt. In het nieuwe systeem krijgt een asielzoeker pas een advocaat toegewezen als de verhoren al hebben plaatsgehad en de IND voornemens is het asielverzoek af te wijzen. De advocaat heeft welgeteld één dag om zijn cliënt te leren kennen en zijn vertrouwen te winnen, de zaak te bestuderen, het IND-dossier door te nemen en daar zijn zienswijze tegen in te stellen. De volgende dag al volgt het definitieve besluit.

Dat is geen rechtsbijstand, dat is een middelvinger.

Tot zover de vluchtelingen die in Nederland met open armen worden binnengehaald.

Tommy Wieringa schrijft elke week een column op deze plaats.