Recensie

Recensie

De hoogste bazen van KLM durfden steeds voorop te lopen

Luchtvaart Gepensioneerd perschef Ron Wunderink belicht 100 jaar KLM via de topmannen.

60 jaar KLM in 1979: De Havilland DH9 naast een Boeing 747.
60 jaar KLM in 1979: De Havilland DH9 naast een Boeing 747. Foto ANP
    • Mark Duursma

KLM viert dit jaar twee jubilea. Het één wordt uitbundig herdacht, het ander in stilte.

Op 7 oktober 1919 meldde een tiental bankdirecteuren en havenbaronnen zich bij een Haagse notaris voor de oprichting van de NV Koninklijke Luchtvaart Maatschappij voor Nederland en Koloniën. Initiatiefnemer Albert Plesman werd de baas. De inmiddels 100-jarige KLM is de oudste luchtvaartmaatschappij die nog onder de oorspronkelijke naam vliegt.

Zelfstandig is KLM echter al vijftien jaar niet meer. Op 5 mei 2004 openden Jean-Cyril Spinetta en Leo van Wijk, bestuursvoorzitters van Air France en KLM, de notering van Air France-KLM op de Amsterdamse beurs. De zes maanden eerder aangekondigde overname van KLM door Air France was daarmee een feit.

Het grote jubileum, 100 jaar KLM, werd al afgetrapt met een munt, een postzegel en een omstreden vliegshow. Later dit jaar volgt meer. Het kleine jubileum, vijftien jaar Air France-KLM, gaat dit weekend geruisloos voorbij. De verhoudingen binnen de Frans-Nederlandse onderneming zijn te slecht om iets te vieren.

Dat werd vorige week nog pijnlijk duidelijk in twee interviews met Hans Smits, scheidend president-commissaris van KLM. Een dag na zijn aftreden uitte hij in Nieuwsuur en Het Financieele Dagblad zijn frustraties over het machtsdenken, de jaloezie en de arrogantie van de Fransen. Een KLM-woordvoerder liet desgevraagd weten dat de interviews „op titel van Hans” waren.

Slecht huwelijk

Wat Smits met zijn uitsmijter zegt is geen nieuws – het slechte huwelijk tussen Air France en KLM is al jaren het leidmotief in de verslaggeving over het bedrijf. Maar hij zet er de toch al gespannen relatie alleen maar verder mee onder druk. En dat terwijl de vrijdag gepubliceerde eerstekwartaalcijfers een moeizaam jaar voor Air France-KLM voorspellen.

Ruzie met de Fransen speelt geen rol in Met KLM de wereld rond, het jubileumboek van oud KLM’er Ron Wunderink. Hans Smits houdt hier nog gewoon de schijn op: „Het Frans-Nederlandse team is hecht. We weten wat we aan elkaar hebben.” Wunderink is niet geïnteresseerd in conflicten of problemen, hij kijkt liever naar de grootse prestaties van KLM.

Dat hoeft niet te verbazen van iemand die 47 jaar voor KLM heeft gewerkt, waarvan de laatste 22 jaar als ‘senior vice-president corporate communications’. Het was Wunderinks werk om het merk KLM te verkopen.

Zo bezien schreef hij een opmerkelijk ingetogen boek, zonder valse borstklopperij. Ook zonder ijdelheid. Anders dan de titel doet vermoeden schreef Wunderink geen memoires, maar een geschiedenis van het bedrijf. De eerste ‘ik’ gebruikt hij pas op bladzijde 109, voor het moment dat hij als kind op oudejaarsavond 1953 over het overlijden van Plesman hoort op de radio. Er volgde een minuut stilte.

Een complete biografie van KLM is het niet, daar voorziet een boek als Blauw in de lucht van Marc Dierikx uit 1999 beter in. Wunderink koos als leidraad de hoogste bazen van KLM, van Albert Plesman tot Pieter Elbers. Acht van de twaalf president-directeuren maakte hij zelf mee. Hij volgt KLM vanuit hun perspectief.

Daarbinnen legt hij eigen accenten: Wunderink heeft oog voor politiek en beeldvorming. Die accenten komen samen als hij vertelt hoe KLM op Beijing kon gaan vliegen zonder Taipei als bestemming op te geven. De fictieve dochtermaatschappij KLM Asia omzeilt het Chinese veto op contact met Taiwan. In het logo ontbreekt het kroontje dat KLM elders wel voert.

De keuze voor de bedrijfstop geeft Wunderink de mogelijkheid om de pioniersrol van KLM weer te geven. Vanaf de avontuurlijke beginfase, toen de vliegtuigen geregeld neerstortten en de piloten meer gevarengeld op de Indië-route eisten. Hij schrijft met ontzag over de onaangepaste en visionaire Plesman, die in 1937 op bezoek ging bij Benito Mussolini en Hermann Göring in een naïeve poging een oorlog te voorkomen en aan het eind van de oorlog meteen naar de VS ging om nieuwe vliegtuigen te kopen. Prins Bernhard raadde hem aan een generaalsuniform aan te trekken om meer indruk te maken. Plesman: „Niks uniform, hoogheid. Ik ga als Plesman van de KLM. Dat zegt genoeg.” Wunderink weerstaat de verleiding om hier het woord ‘Lockheed’ te laten vallen.

Voorop durven lopen

Onder Plesman werd de basis gelegd voor het succes van KLM, met Europese vluchten als ‘voeding’ voor het intercontinentale netwerk en Schiphol als schakel. President-directeur Gerrit van der Wal, aangetreden in 1965, verklaarde „de tijd van avontuur in de luchtvaart voorgoed voorbij”. Eind jaren 80 zag Jan de Soet een volgende fase: veranderingen in marketing, netwerk en organisatie werden belangrijker dan technologische vernieuwing.

Duidelijk wordt dat KLM steeds voorop durfde te lopen: Met de aanschaf van nieuwe vliegtuigen, met ruimte maken voor vrachtvervoer, met het samenwerken met andere maatschappijen, met het gebruik van sociale media bij communicatie met klanten.

De zakelijke benadering van Wunderink heeft als voordeel dat hij niet verzandt in particuliere anekdotes. Anderzijds zijn het juist de gebeurtenissen die hij zelf heeft meegemaakt – de kaping op Malta, de ramp op Tenerife, de mislukte ‘Alcazar’-fusie – waar je meer over zou willen lezen. Alleen daar bekent de auteur kleur. Het ontbreken van het Koninklijk Huis bij de Tenerife-herdenking noemt hij een „schrijnende omissie”. Wunderink had zichzelf iets meer van zulk venijn mogen toestaan.