Opinie

Zingen uit liefde

Column Claudia de Breij schrijft elke maand in Het Blad over hoe zij zich handhaaft in hedendaags Nederland.

Claudia de Breij

Ik hou van de dagen voor vlag en volkslied. Hopsa, heisasa, ’t is in de maand van mei jaja, zongen wij op mijn belachelijk ouderwetse dorpsschool. Aubade heette het, en we zongen voor de burgemeester van de blauwgeruite kiel en voor koningin en vaderland waakt ied’re jongen mee. Dat zongen mijn grootouders, en daarna niemand meer, behalve mijn school in de bizarre jaren 80.

Ik heb er een diepe liefde voor volksliedjes en vaandelzwaaien aan overgehouden, dus kijk ik altijd reikhalzend uit naar wanneer ik weer mag. Het Wilhelmus zingen. Vlaggen. Vieren.

Het hele jaar ligt de driekleur te slapen op de vliering, dromend van een schooltas die verstrikt wil raken in haar touwen, maar op koninklijke verjaardagen en bij het denken aan de oorlog hijsen we haar. Ik zeg wij, want mijn vrouw is niet zo raar als ik, maar wel dol op tradities. En handiger dan ik dus zij hangt de vlag in de mast, terwijl ik naast haar op ons balkon bazel over protocol en wat Máxima nu weer aanhad.

Dan wappert de driekleur fier aan ons huis. (Driekleur. Fier. Wapperen. Woorden die ook alleen op de vliering van de geest ontwaken als er iets groots en nationaals gebeurt).

Op Koningsdag hangen wij de wimpel erbij, irrationeel dol als we zijn op de Oranjes. Op 4 mei zoeken we het halfstokste punt en op 5 mei vergeten we hem altijd weer naar binnen te halen met onze dronken kop – waardoor ik met een kater op 6 mei de vlag opvouw terwijl ik denk aan Pim Fortuyn.

Dit klinkt als camp, maar er is niets gespeelds aan. Ik zing trots en overtuigd het eerste en het zesde couplet van het Wilhelmus mee na de twee minuten stilte op 4 mei.

Dat ik doch vroom mag blijven, uw dienaar t’ allerstond

die tyranny verdrijven die mij mijn hert doorwondt

zing ik, en ik stá erbij. Niet voor Sybrand Buma. Die wilde graag in het regeerakkoord zetten dat kinderen in Nederland staand het volkslied moeten zingen en les krijgen over het Wilhelmus. We moeten onze geschiedenis kennen, vindt de leider van het CDA, en daar is veel voor te zeggen. D66 wilde graag lessen over kolonialisme en slavernij invoeren, maar dat bedoelde Sybrand niet met onze geschiedenis.

De lessen over het Wilhelmus zijn er gekomen, het staand zingen niet. Gelukkig. Ik zing namelijk uit vaderlandsliefde. Het is een ouderwets woord met een soms besmette connotatie, maar ik zeg het zonder schaamte. Als ik een regering had die vond dat ik móést staan, ging ik acuut op één knie zitten bij het Wilhelmus.

Als het moet, telt het niet. Dan is het niet uit liefde.

Dit jaar zal ik na de twee minuten stilte zingen in de hoop altijd in een land te kunnen leven waarvan ik niet móét houden.