Foto: Lars van den Brink

Wat deze sociopaat bereid is te doen voor zijn carrière wordt steeds extremer

John Boyne Het nieuwe boek van deze Ierse schrijver gaat over een plagiërende sociopaat, die lijkt op iemand die hij zelf kende – een jongen die steeds extremere dingen doet om vooruit te komen in zijn carrière. “Hij gebruikte me.”

De jonge Maurice Swift wil niets liever dan romancier worden. En hij kán ook prachtig schrijven – hij heeft alleen geen verhaalideeën. Die steelt hij dus maar van andere schrijvers. Het begint ermee dat hij ‘vriendschap’ sluit met succesvolle schrijvers en die relaties uitbuit. Maar wat hij allemaal bereid is te doen voor zijn carrière, en om zijn bedrog geheim te houden, wordt steeds extremer.

Een ladder naar de hemel, de elfde roman voor volwassenen van de Ier John Boyne, beschrijft vijf periodes uit het leven van deze fictieve griezel, die in 1990 zelfs Gore Vidal probeert in te pakken, bij de grote schrijver thuis in Italië. Maar Vidal valt als enige niet voor Swifts charmes. „Ik wilde één iemand in het boek die door Maurice heen zou kijken. En ik ben altijd dol geweest op Vidal met die scherpe gevatheid van hem.”

Boyne was in april even in Nederland voor promotie. En ja, hij weet nog precies hoe hij op het idee kwam voor een roman over een ideeëndief. „Een paar jaar geleden was ik bevriend met een jongen die schrijver wilde worden”, vertelt hij. „En die vriendschap was… niet helemaal hetzelfde als die van Maurice en Erich in het begin van mijn boek – ik ben zéker niet zo oud als Erich en die jongen niet zo jong als Maurice. Maar op een gegeven moment kreeg ik wel het gevoel dat hij mij gebruikte om hem voor te stellen aan uitgevers en literair agenten. Mensen zeiden dat ook tegen me. Toen het tot me doordrong heb ik de vriendschap verbroken.

Lees ook de recensie van Boyne’s vorige roman: Boyne trakteert op spanning in traag veranderend Ierland

„Daarna vroeg ik me twee dingen af. Ten eerste: waarom zou hij het gevoel hebben dat de enige manier om succes te krijgen is door iemand anders te gebruiken? En ten tweede: wat ontbrak er in mijn leven dat ik mezelf toestond op die manier gemanipuleerd te worden?”

En, wat was dat? Of is dat te persoonlijk?

„O nee, ik heb het boek ook geschreven, dus… Het was een beetje zoals met Maurice en Erich: hij charmeerde me, ik was onder de indruk van hem, betoverd, verblind. En hij was zich daarvan bewust. Ik gaf gewoon toe aan mijn eigen dwaasheid en liet me inpakken.

„Het was een teleurstellende ervaring, maar niet het meest dramatische wat je kan overkomen. Ik ging erdoor nadenken over ambitie, over wat mensen doen om vooruit te komen in de wereld. En dat leverde dit boek op: een satire op de uitgeefwereld. Ik had nog nooit over zo’n antiheld geschreven. Maurice is een beetje zielig, met zijn wanhopige behoefte om een beroemde schrijver te worden. En zoals hij zich aan andere mensen hecht en relaties verwoest, allemaal om ervoor te zorgen dat de wereld hem ziet zoals hij dat wil.”

Heeft u het boek opgestuurd aan de jongen die u inspireerde?

„Nee. Ik heb hem al een tijdje niet gezien, ik denk niet dat hij er heel enthousiast over is. Maar misschien schrijft hij er zijn eigen boek over, daar heeft hij alle recht toe.”

In het eerste deel horen we over de jeugdliefde van Erich voor Oskar, in de oorlog. Dat verhaal had al een prachtige roman kunnen opleveren. Hoe kon u dat tot zo’n klein deel van een boek maken? Krijgt u zo gemakkelijk verhaalideeën?

„Zeker. En ik heb al vrij veel geschreven over homoseksuele relaties in oorlogstijd; dat zou voelen als meer van hetzelfde. In mijn roman The Absolutist bijvoorbeeld, en op een bepaalde manier zelfs in The Boy in the Striped Pyjamas.”

Dat succesboek gaat over de 9-jarige zoon van een concentratiekamp-commandant die vriendschap sluit met een Joods jongetje aan de andere kant van het hek.

Het kan sociopaten niet schelen dat ze mensen pijn doen.

In uw boek geeft Erich Maurice de tip: zoek je een verhaalidee, kijk dan rond en vraag je af wat mensen te verbergen hebben. Doet u dat ook?

„We hebben allemaal wel iets waarvan we liever niet willen dat andere mensen het weten, iets waar we misschien niet zo trots op zijn. En ik denk gewoon veel na over mensen en waarom ze doen wat ze doen. Ik schrijf en lees ook voortdurend, dus mijn brein is afgestemd op… niet op het actief zoeken naar verhaalideeën, maar áls er iets opkomt… Ik maak altijd aantekeningen en af en toe is een idee geschikt voor iets groters. Ik heb ook het geluk dat ik een goede fantasie heb.”

Foto: Lars van den Brink

Sommige schrijvers zijn heel bang dat iemand hun idee steelt, anderen niet. Wie heeft er gelijk? Aan de ene kant kun je nooit precies hetzelfde boek schrijven als een ander…

„In het boek noem ik The Great Gatsby als voorbeeld. Je kunt Fitzgeralds idee wel overnemen (over feesten en ontrouw in de roaring twenties, red.) maar daarmee kun je dat boek nog niet schrijven.”

Aan de andere kant: bij sommige boeken is de plot zó belangrijk. Zoals in uw boek ‘The Boy In The Striped Pyjamas’.

„Als je iemand dát verhaal zou vertellen en ze zouden dan hun eigen boek schrijven, dan zou het… eh – maar ik zou nooit over een boek praten waar ik aan werk. Niet omdat ik zo bang ben dat iemand het idee steelt, maar omdat ik me er dan nog niet zeker genoeg over voel. Ik zou bang zijn dat het belachelijk zou klinken. Ik laat nooit iemand iets lezen voor een boek af is.”

Maurice wil niet alleen een gevierd schrijver worden, maar ook vader. Waarom wil hij dat zo graag?

„Omdat hij zo vreselijk is, wilde ik dat hij ook een menselijk element had en dan iets dat de lezer zou verrassen. En omdat hij voor niemand liefde voelt, denk ik dat hij wil weten hoe dat is. Ik denk dat hij op zoek is naar het gevoel geadoreerd te worden door een kind, en naar dat gevoel van liefde waar hij zoveel over gelezen heeft.”

Hoe zou u hem diagnosticeren?

„Sociopaat.”

Heeft u daar onderzoek naar gedaan voor het boek?

„Ja. Mijn jongere zus gaf me er een boek over dat ze geweldig vond: The Sociopath Next Door. Mensen zonder geweten. De meesten van ons stelen en moorden niet, omdat we een geweten hebben en we bang zijn voor de gevolgen. Maar er zijn mensen bij wie dat deel van hun brein ontbreekt. Het kan ze niet schelen dat ze mensen pijn doen.”

Heeft u erover nagedacht hoe het kan dat Maurice zo prachtig schrijft terwijl hij geen empathie of liefde kent?

„Goh, nee! Wat ik wilde laten zien is dat hij niet ongetalenteerd is, hij kan schrijven, maar hij heeft ideeën van anderen nodig.”

In het laatste deel van het boek hoopt een jongen die boekrecensies mag gaan schrijven dat hij slechte boeken krijgt…

„Ja, dat vond ik grappig, daar wil hij dan naam mee maken. Sommige mensen denken trouwens echt zo. Als sommige mensen een schrijver niet zien zitten, of hoe goed er op diens werk gereageerd wordt, proberen ze actief om diens volgende boek te recenseren, in feite om aan de wereld te kunnen uitleggen waarom iedereen ongelijk heeft. Ik vind dat een lelijke manier om te leven. Die mensen krijgen dat ook wel terug.”

Een speciaal plekje in de hel.

„Voor hen en de brexiteers, ja. Ik bespreek zelf boeken voor The Irish Times en ik kies boeken waarvan ik denk dat ik ze mooi ga vinden. Het is iets positiefs om je eigen succes te gebruiken om goede boeken aan te bevelen waar mensen misschien nog niet van hebben gehoord. En het is ook altijd geweldig als iemand tegen je zegt: dit moet je lezen!”

Welke romans vond u goed waar ik misschien niet van heb gehoord?

„Een nieuw boek van Damian Barr, You Will Be Safe Here. Dat is fantastisch. En er komt een boek uit met de titel What Red Was van Rosie Price, een interessante kijk op verkrachting binnen universiteiten. En een boek van Sarah Henstra, The Red Word, over datzelfde onderwerp en over de cultuur bij studentenverenigingen – een heel bijzonder boek.”

Soms lijkt het of alle aandacht in de uitgeefwereld en de media zich op een klein aantal boeken concentreert.

„Ja, ik noem ze de chosen ones, de uitverkorenen. Het is alsof de hele gevestigde orde samenspant en zegt: jij, jij krijgt álles. En soms heb ik het idee dat die boeken zelf de toets der kritiek niet kunnen doorstaan. Dan vraag je je af: waarom wordt deze persoon zó geprezen voor middelmatig werk? En ik weet het antwoord op die vraag niet. Het enige wat ik kan doen is mensen wijzen op boeken die ik wel goed vind.”