Wanhopige weerrecords

Wekelijks stuit Karel Knip in de alledaagse werkelijkheid op raadsels en onbegrijpelijke verschijnselen.

Deze week: weerrecords en kapotte thermometers.

Sneeuw op de Amsterdamse Dam op 23 januari 2013.
Sneeuw op de Amsterdamse Dam op 23 januari 2013. Foto Dennis van de Water

Zouden er weer weerrecords sneuvelen dit weekend? Halverwege de week voorzagen de voorspellers van Weerplaza een koud weekend met kans op winterse neerslag. Natte sneeuw, nondeju! De kans daarop was maar klein, zeiden ze er eerlijk bij, maar toch, voor halverwege de week was het een mooie opsteker. Klik, zei de muis in het voorhuis.

De huidige kouderecords (historische minimale maxima) voor 4 en 5 mei zoals in De Bilt gemeten staan op 7,9 en 7,2 graden Celsius, zie de site weerstatistieken.nl. Ze stammen uit 1979. De kans dat het dit weekend weer niet warmer wordt lijkt niet groot, dus we moeten maar afwachten welke records Weerplaza of Weeronline er desondanks uit weten te slepen. Misschien dat er in Ulft een half uur winterse neerslag blijft liggen? Alles kan.

Het oranjezonnetje

Onlangs beleefden we al de warmste tweede paasdag sinds-het-begin-van-de-waarnemingen, zoals Weerplaza nog op tweede paasdag zelf bekend maakte. ’t Werd 24,8 graden in De Bilt, dat was nog nooit vertoond, althans niet op tweede paasdag. Op eerste paasdag werd het wel eens 26 graden, dat was in 2011.

Er is meer. Weeronline heeft ontdekt dat afgelopen Koningsdag de op één na natste ‘koninklijke feestdag’ sinds 1949 was (al had het oranjezonnetje zich wél af en toe laten zien). Er was in De Bilt maar liefst 8,9 mm regen gevallen. (Op 30 april 1955 maten ze daar kalmpjes 9,6 mm neerslag.) Vóór 1949 bestonden er ook koninklijke feestdagen, maar die vielen altijd op 31 augustus. Toen was het soms wel bijna twee keer zo nat als afgelopen Koningsdag, dus logisch dat Weeronline daar niet over begon. Op 31 augustus 1939 registreerde De Bilt 15,6 mm regen. De Oranjeklanten maalden er niet om.

Records op tweede paasdag en records-op-één-na: je ziet de wanhoop bij de klikzoekende commerciële weerbureaus. Ze hadden al regionale records bedacht en records op afzonderlijke dagen (nooit eerder werd het in Ulft op 3 maart zó warm), ze jagen als gekken op die wonderlijk gedefinieerde hittegolven (‘eerste hittegolf is nu officieel een feit’) maar het is ze nog lang niet genoeg. De buitenstaander vraagt zich af waar ze binnenkort mee komen. Combinaties? Nooit eerder shbvdw (sinds-het-begin-van-de-waarnemingen) was het zo warm en tegelijk zo vochtig in Ulft, nooit eerder was het verschil tussen Vlieland en Arcen zó groot? Tijdreeksen? Nooit eerder shbvdw bleef het 73 dagen droog in Ulft, nooit eerder stond de wind in Ulft zó lang in het zuidzuidoosten? Een beetje weerman meldt elke week een record.

Het idiote hitterecord

Het kan dus geen kwaad erop te wijzen dat records weliswaar ideaal zijn om de kleine man en zijn kleine vrouwtje het gevoel te geven dat ze unieke dingen meemaken maar dat ze geen zicht bieden op klimatologische trends. Bedenk dat Nederland tachtig jaar in de schaduw heeft geleefd van het idiote hitterecord dat op 28 juli 1911 in De Bilt werd geboekt. Op die dag wees de thermometer er om 2.15 uur ’s middags 35,4 graden aan, aldus de kranten. Mensen zegen ineen, vee bezweek. De meting is later naar beneden bijgesteld tot 33,9 graden omdat er niet vanuit een standaard Stevenson-hut was gemeten maar het punt is: één uitschieter kan vele records tegenhouden. Denk ook aan de invloed van de meetprecisie: wat is 0,1 graad Celsius nu helemaal? Je hebt niets aan records. Het is het statistisch trendonderzoek aan gemiddelden en jaarmaxima en -minima (die zelden records zijn) dat de klimaatverandering laat zien.

Genoeg geknord. Er is ook prettig temperatuurnieuws te melden. Al vele jaren liggen er in een la van het AW-lab twee precisiethermometers die bij ongelukken onbruikbaar werden: de één bij een val, de ander nadat hij te lang in de zon had gelegen, misschien wel tijdens zo’n hittegolf. De een gevuld met kwik, de ander met alcohol. De vloeistofkolom is opgebroken in een reeks losse stukjes. Aflezen is onmogelijk geworden. Niets aan te doen.

Afgelopen week geprobeerd op te zoeken wat er eigenlijk gebeurt als het uiteinde van zo’n kwik- of alcoholkolom in stukjes opbreekt. Hoe is dat te duiden? Erg expliciet werden de internetbronnen niet. Ze beschreven hoe klassieke thermometers worden gemaakt: aan het eind van een glazen capillair wordt een reservoirtje geblazen of gelast, het geheel wordt in vacuüm gebracht en kan dan alcohol of kwik opzuigen. Ten slotte wordt ook het andere eind van de capillair dichtgesmolten. Onduidelijk is of er lucht of stikstof boven de vloeistoffen staat, in ieder geval staat er ook alcohol- of kwikdamp boven. De thermometers worden geijkt met twee vloeistofbaden van bekende temperatuur.

Dampbelletjes

Hoe de twee soorten ongeluk een ‘separated column’ (‘broken column’) doen ontstaan blijft duister. Bij oververhitting ontstaan in de vloeistofkolom waarschijnlijk spontaan dampbelletjes, belletjes waarin ook stikstof zit. Bij een val kan zich misschien wat damp en stikstof langs de aanvankelijk gesloten kolom werken? Je weet het niet. Vreemd is dat de opgebroken kolom na afloop niet spontaan ‘heelt’, dat de ‘vapor locks’ niet spontaan verdwijnen. Dat komt misschien ook door de stikstof of het is een adhesie-effect. We moeten het hier in het midden laten.

Het goede nieuws is: de thermometers zijn wel degelijk te repareren, internet, vooral YouTube, geeft tal van aanwijzingen. Koud maken, warm maken, kloppen, tikken, laten vallen, zwaaien, inzetten van een centrifuge. Bekijk het. Het kost wat tijd, maar opeens is de thermometer weer helemaal klaar voor nieuwe records.