Opinie

    • Harald Merckelbach

Verbod op Engels? Alleen in de Randstad please

Column Harald Merckelbach Een wet die het Nederlands dwingend als academische voertaal voorschrijft, is zeer on-Nederlands.

Vorige maand stuurde een groep hoogleraren een brandbrief naar de Tweede Kamer. Door het alsmaar oprukkende Engels dreigt de universiteit een soort cultureel Tsjernobyl te worden, aldus de hoogleraren. De als een veenbrand om zich heen grijpende verengelsing hindert de kennisoverdracht, ondermijnt de positie van het Nederlands en, zo lees je voortdurend tussen de regels, creëert een ongewenste toestroom van buitenlandse studenten, voor wier studiekosten de gewone Nederlander opdraait. De boodschap van de bezorgde professoren aan de parlementariërs: leg wetenschappers aan de ketting; dwing met de wet in de hand af dat binnen de universitaire muren Nederlands de voertaal is. Het lijken me onverstandige adviezen.

Het zal geen toeval zijn dat weinig economen zich geroepen voelden om de brief te petitioneren. Zij zijn bij uitstek gewend om kosten tegen baten af te wegen. Als je dat hier doet, valt makkelijk vast te stellen dat onze samenleving inderdaad kosten maakt om buitenlandse studenten aan haar universiteiten te laten studeren. Maar ook dat die kosten snel worden terugverdiend zodra een kleine minderheid van de buitenlanders na hun studie besluit om in ons land te gaan werken en er belastingen te betalen. De schatting is dat 25 procent van de buitenlandse studenten blijft. Daar gaat de staatskas van rinkelen. De beste analyse van het macro-economisch profijt dat verengelsing en buitenlandse studenten opleveren is te vinden op de webpagina van MKB-Nederland („Internationalisering onderwijs: de fabels en de feiten”).

Effectieve kennisoverdracht

Dan het punt van de kennisoverdracht: studenten en docenten zouden het Engels vaak te weinig beheersen en dat zou effectieve kennisoverdracht in de weg staan, zeggen de verontruste hoogleraren. Dat kunnen ze wel roepen, maar waar is het harde bewijs hiervoor? Ik wil best aannemen dat het Engels van veel docenten – ook dat van mij – verre van perfect is. Maar dat we daarmee onze studenten tekortdoen, geloof ik niet. Het tegendeel zou wel eens het geval kunnen zijn: wie zich van een vreemde taal bedient om iets uit te leggen, kan zich niet langer wentelen in obscure formuleringen en pedante verbositeit. Zo iemand moet snel en duidelijk terzake komen en daarmee is de didactiek gediend. Dat geldt evenzeer voor de vakliteratuur. Een van de meest louterende ervaringen die je als student kunt hebben, is de kennismaking met Amerikaanse leerboeken. De auteurs ervan zijn bijna altijd virtuozen in heldere exegese. Dat mag je studenten niet onthouden.

Verdringt het Engels het Nederlands, zoals de bezorgde hoogleraren denken? Hun zorg verraadt Randstedelijk egocentrisme. Want het hangt er maar net van af waar je in Nederland bent. In Maastricht en omstreken was het Nederlands nooit de enige taal. Er was altijd al het dialect. En de middenstanders spreken er een behoorlijk mondje Frans en Duits om hun Waalse en Rijnlandse klanten te woord te staan. In Maastricht zijn Luik, Brussel, Keulen, Aken en Bonn stukken dichter bij dan Amsterdam. Omdat ons hoger onderwijs wereldwijd een uitstekende reputatie heeft, is het nogal wiedes dat ondernemende studenten uit de euregio hun licht gaan opsteken bij de dichtstbijzijnde Nederlandse universiteiten. Die liggen dus in de grensregio’s, niet in de Randstad. Als ze er eenmaal zijn laat je Duitse, Waalse, Vlaamse en Nederlandse studenten met elkaar praten – en geef je ze dus les – in het Engels, de taal die in de meeste wetenschapsdomeinen en grote bedrijven leidend is. Nogal wat buitenlandse studenten vinden Nederland trouwens zo’n tof land dat ze de taal willen leren spreken, wat hen vaak binnen de kortste keren verbluffend goed lukt. Zo bekeken helpt de verengelsing mee aan de verspreiding van het Nederlands buiten de landsgrenzen.

Onze mentaliteit

Een wet die het Nederlands dwingend als academische voertaal voorschrijft, is zeer on-Nederlands. Buitenlandse studenten die hier gaan studeren bereiden zich daar nogal eens op voor door de Xenophobe’s guide to the Dutch te lezen. Het boekje zegt over Nederlanders dat ze famously proficient at speaking languages other than their own zijn. En het prijst dit land de hemel in omdat the Dutch will enforce a law when it seems sensible to do so, and ignore it when it does not. Over onze mentaliteit zegt het dat there is lot of give and take. Daarbij aansluitend wil ik de parlementariërs dit in overweging geven: maak de Randstedelijke universiteiten van de bezorgde professoren bij koninklijk decreet tot vaandeldragers van het Nederlands als academische taal en geef de universiteiten daarbuiten de volle vrijheid om hun Europese rol te spelen – met opleidingen in het Engels, Nederlands en liefst ook nog in het Duits en Frans.

Ja, zeker, vroeger was alles anders. Vroeger schreed de professor het auditorium binnen en zeide tegen zijnen studenten: „Goede morgen Mijne Heren.” Maar vroeger ligt op het kerkhof.

Harald Merckelbach is hoogleraar rechtspsychologie aan de Universiteit Maastricht.