Van betrouwbare energiereus naar nijpend klimaatprobleem

Kolencentrales Het kabinet bezint zich op maatregelen om aan het Urgenda-vonnis te voldoen. Blijft het bij de sluiting van één oude kolencentrale? Vijf stellingen over de toekomst van de kolencentrales, gecheckt.

De moderne kolencentrale op de Maasvlakte, zojuist door Engie verkocht aan de Amerikaanse investeerder Riverstone.
De moderne kolencentrale op de Maasvlakte, zojuist door Engie verkocht aan de Amerikaanse investeerder Riverstone. Foto Walter Herfst

Een unicum in Europa. Nog geen vijf jaar geleden gingen in Nederland drie gloednieuwe kolencentrales in bedrijf, bijna binnen een jaar. Tot de bouw van de centrales was bijna tien jaar eerder besloten door het kabinet-Balkenende IV. Ze waren bedoeld om het land energiezekerheid te bieden, maar nu zijn ze onderdeel van het klimaatprobleem. Inclusief twee oudere centrales veroorzaken ze 10 procent van de Nederlandse CO2-uitstoot.

In maart nam het huidige kabinet een besluit waar niemand echt van opkeek. Eén van de oudere centrales, de Hemwegcentrale in Amsterdam, sluit op 1 januari. Directe aanleiding is de Urgenda-zaak, die de staat vorig najaar ook in hoger beroep verloor. De rechter eist dat Nederland meer doet om zijn burgers te beschermen tegen klimaatverandering. Daarom moet de uitstoot in 2020 met een kwart omlaag, ten opzichte van 1990. De sluiting van de Hemweg is lang niet voldoende.

Begin juni komt het kabinet met nieuwe maatregelen om aan Urgenda te voldoen, nadat de deadline van april onhaalbaar is gebleken. Eén maatregel laat in klimaateffectiviteit alle andere ver achter zich: de sluiting van nog meer kolencentrales.

Het kabinet besloot in het regeerakkoord om de nieuwste centrales tot 2030 open te houden. Maar volgens verschillende bronnen circuleren nu toch sluitingsplannen.

We checkten vijf politieke stellingen in de aanloop naar een nieuwe discussie over de toekomst van de kolencentrales.

1 ‘Het kost vele miljarden om de kolencentrales, die nog geen vijf jaar oud zijn, te sluiten’

Hoeveel moet de staat de energiebedrijven aan compensatie betalen om hun nagelnieuwe, destijds door de staat aangemoedigde, kolencentrales te sluiten? Duidelijk is hoeveel de drie centrales uit 2015 en 2016 hebben gekost: rond de 6 miljard euro. Destijds zei toenmalig minister Henk Kamp (EZ, VVD) dat sluiting „miljarden en miljarden” aan kapitaalvernietiging voor de bedrijven betekende.

Nog altijd benadrukken de eigenaren dat de installaties veertig jaar meegaan, en dus nog een grote waarde vertegenwoordigen. Maar is dat zo? In de afgelopen tien jaar hebben energiebedrijven grote bedragen afgeboekt op hun Europese kolencentrales, signaleerden economen al. De Londense energieconsultant Gerard Wynn, van financiële denktank IEEFA, die de Europese kolencentrales nauwgezet volgt, noemt het „best onthutsend” dat er zo recent nog kolencentrales zijn gebouwd. „De toekomst voor kolen is wereldwijd niet geweldig, in Europa slecht, en in West-Europa bijzonder slecht.” De positie van de centrale verslechtert door strengere klimaatwetgeving. De Europese CO2-prijs is sterk gestegen, en die heffing op de uitstoot tast nu al de winstgevendheid en mogelijk ook de inzet van de centrales aan. Het klimaatakkoord legt daar nog een nationale CO2-prijs bovenop. Wynn schatte in maart op basis van de jaarverslagen van RWE, Engie en Uniper dat de drie nieuwe centrales voor 1,3 miljard in de boeken staan.

Centrale verkocht

Is het waar? De sector is erg nieuwsgierig naar de deal die vorige week is gesloten door het Franse Engie. Het verkocht zijn centrale op de Maasvlakte, samen met drie Duitse kolencentrales, aan de Amerikaanse investeerder Riverstone. Het Franse dagblad Les Échos en persbureau Bloomberg meldden op basis van anonieme bronnen dat voor de vier centrales slechts 250 miljoen euro betaald zou zijn. Ook Wynn bevestigt dat bedrag. Riverstone wil niet ingaan op vragen van NRC.

2 ‘Sluiting van kolencentrales levert genoeg CO2-reductie op om Urgenda-doelen te halen’

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) schat dat Nederland in 2020 rond de 9 miljoen ton CO2 te veel zal uitstoten om aan de eis in de Urgenda-zaak te voldoen. Volgens GroenLinks komt dat doel „dichtbij” als vier van de vijf kolencentrales, die samen vorig jaar bijna 20 miljoen ton CO2 uitstootten, te sluiten. De oudere Amercentrale in Geertruidenberg, die al flink op houtsnippers draait, zou volgens dat plan in bedrijf blijven. Als kolencentrales dichtgaan, neemt de CO2-uitstoot in Nederland ongetwijfeld sterk af. Want deels wordt de stroomproductie overgenomen door (schonere) gascentrales, en deels verplaatst die zich naar het buitenland.

Conclusies onveranderd

Rond 2015, toen de toekomst van de kolencentrales ter discussie kwam door de eerste rechterlijke Urgenda-uitspraak, hebben verschillende onderzoekbureaus (ECN en Frontier Economics) berekend wat sluiting van álle kolencentrales in 2020 en de jaren daarna zou opleveren. Ze kwamen op een CO2-besparing van 12 tot 16 miljoen ton per jaar. „De cijfers zijn wat verouderd, maar onze belangrijkste conclusies blijven onveranderd”, zegt onderzoeker Patrick Peichert van Frontier Economics nu. De opbrengst van sluiting zou tegenwoordig wat kleiner zijn. Het gaat maximaal om vier centrales, die bovendien niet alleen kolen stoken maar ook een beetje hout. Ook is de markt voor kolencentrales nu ongunstiger, en dan levert sluiting minder op. Maar dat het ‘Urgenda-gat’ (door PBL met een ruime onzekerheid geraamd op 2 à 17 miljoen ton CO2) ermee te dichten valt, is goed mogelijk.

Er is één voorbehoud: met verplaatsing van de uitstoot naar het buitenland schiet het klimaat niets op. Frontier concludeerde in 2016 dat sluiting van Nederlandse centrales door de ‘weglek’ een bescheiden effect zou hebben, omdat buitenlandse kolencentrales de productie deels overnemen. Maar in de afgelopen drie jaar is ook de druk op ‘vuile’ stroom in het buitenland groter geworden.

3 ‘De prijs voor elektriciteit gaat omhoog op het moment dat de kolencentrales sluiten’

In 2017 al waarschuwde toenmalig minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) dat de energierekening stijgt als de kolencentrales sluiten. Dat betwist niemand. Want dan wordt stroom in West-Europa op momenten schaarser, en stijgen de prijzen. De geschatte prijsstijgingen door sluiting van alle Nederlandse kolencentrales liggen rond 10 procent. Of dat veel is, daarover lopen de meningen uiteen. Economisch bureau Spring, dat in 2016 voor milieuorganisatie Greenpeace een analyse maakte, noemde de stijging „relatief beperkt”. Een gemiddeld huishouden scheelt het zo’n 15 euro per jaar. Al kan de prijs verder toenemen als, zeg, Belgische kerncentrales weer met storingen kampen, of als centrales in een droge zomer onvoldoende koelwater hebben.

Licht uit

We hoeven in ieder geval niet bang te zijn dat het licht uitgaat, zoals De Telegraaf in januari suggereerde onder de kop ‘Kolenplan Klaver kul’. Dat gebeurt „zeker niet”, verzekert de Groningse hoogleraar Machiel Mulder, mits energiebedrijven twee tot drie jaar voorbereidingstijd krijgen om zich aan te passen. Sommige Nederlandse gascentrales staan nu (deels) uit, en kunnen dan worden opgestart. Mulder, specialist in regulering van energiemarkten, noemt snellere, gelijktijdige sluiting van meerdere kolencentrales „hoogst onverstandig”. Bij zo’n abrupte verandering kunnen tijdelijke tekorten ontstaan, die leiden tot sterkere prijsstijgingen. „Dat levert economische schade op. Op die momenten zullen sommige bedrijven die veel stroom verbruiken, ervoor kiezen zichzelf uit te schakelen”, aldus Mulder.

Dat zou betekenen dat grootschalige sluiting in 2020 te snel komt voor een soepele overgang. Netbeheerder Tennet heeft hier het beste zicht op. Niet voor niets heeft het ministerie Economische Zaken en Klimaat Tennet onlangs gevraagd naar de gevolgen voor de leveringszekerheid te kijken.

4 ‘Kolencentrales zijn nuttig om niet helemaal afhankelijk van gas te worden’

Kolencentrales gingen volgens toenmalig minister Laurens-Jan Brinkhorst (Economische Zaken, D66), een wegbereider van de centrales, een belangrijke strategische rol spelen.

Een „eenzijdig gasgestookt productiepark” is niet goed, schreef de minister in 2004. Kolencentrales vond hij economisch efficiënt. Destijds kon de D66-bewindsman op brede politieke steun rekenen.

Daar horen kolen in

Ook Maxime Verhagen (CDA) streefde als EZ-minister nog naar „een evenwichtige mix van energie en daar horen ook kolen in”. De gasprijs was vroeger aan die van olie gekoppeld. Een hoge olieprijs zou stroom in Nederland duurder maken. Dat zou nadelig zijn, want Duitsland (kolen) en Frankrijk (kernenergie) kenden die afhankelijkheid niet.

De koppeling tussen olie- en gasprijs bestaat niet meer en door de opkomst van duurzame energie vermindert de dominantie van gas. Als het klimaatakkoord wordt uitgevoerd, komt in 2030 driekwart van de stroom van windmolens en zonnepanelen.

In de visie van Brinkhorst was ook voor steenkool een grote rol in de energietransitie weggelegd. Met de voorziene opkomst van wind en zon zouden juist kolencentrales voor „voorzieningszekerheid” kunnen zorgen.

Mogelijk heeft investeerder Riverstone nog aan een dergelijke rol gedacht toen het Engies Rotterdamse en Duitse kolencentrales kocht, speculeert energie-econoom Hans van Cleef van ABN Amro. „Maar eigenlijk liggen gascentrales daarvoor meer voor de hand.” Die centrales kunnen het gemakkelijkst ‘op- en afgeregeld’ worden.

Overigens was de CO2-uitstoot door kolen in 2005 al wel een thema voor Brinkhorst. „Mogelijk moet al binnen tien jaar na de inbedrijfstelling van de centrale een beslissing worden genomen over de CO2-afvang en -opslag”, schreef de bewindsman. Van die afvang en opslag kwam niets terecht.

Hoe ‘Urgenda’ een levensgroot probleem werd

5 ‘Nederland haalt EU-doelen voor duurzame energie niet zonder de kolencentrales’

In mei 2018 legde minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) aan de Tweede Kamer uit waarom het kabinet de nieuwste kolencentrales wil openhouden tot 2030. Één argument dat hij noemde, was de eis die de Europese Unie aan Nederland heeft opgelegd om in 2020 14 procent van zijn energie uit ‘hernieuwbare’ bronnen te halen.

Het stoken van hout in kolencentrales telt daarbij mee, en daarom zegde het vorige kabinet de kolencentrales miljarden aan subsidies toe om houtkorrels bij te stoken.

Hout stoken veroorzaakt officieel geen CO2-uitstoot, al is daar veel kritiek op. De Amercentrale is vorig najaar op grote schaal met het bijstoken van houtkorrels begonnen. De drie nieuwe centrales in Eemshaven en op de Maasvlakte willen vanaf dit jaar beperkter (voor 10 à 20 procent) op hout gaan draaien.

Het schiet desondanks niet op met de duurzame energieproductie in Nederland. Wiebes kreeg vorige maand een reprimande van eurocommissaris Miguel Arias Cañete (Klimaatactie) omdat geen enkele andere land zo ver achterloopt. Volgens het PBL komt Nederland in 2020 uit op 12,2 procent duurzame energie, terwijl 14 procent het doel is. Over dat doel valt niet te onderhandelen, liet Cañete in NRC weten.

Lees het interview met Cañete: Den Haag moet een nieuw plan voor duurzame energie maken

1,9 miljard subsidie

De drie moderne kolencentrales, die relatief weinig hout bijstoken, zijn goed voor 0,6 procentpunt van de 12,2 procent. Daarvoor zullen die centrales tot omstreeks 2028 in totaal circa 1,9 miljard euro subsidie ontvangen. Dus ja, zonder de kolencentrales haalt Nederland zijn doelen voor duurzame energie niet, maar mét de kolencentrales evenmin. De Kamer heeft Wiebes gevraagd in andere EU-lidstaten in wind of zon te investeren om nog aan de eis te voldoen. Daar doet de minister onderzoek naar. Hij presenteert voor de zomer zijn conclusies.