Tbs-kliniek met onveilig werkklimaat

Oostvaarderskliniek Volgens behandelaars van de Oostvaarderskliniek heerst daar een angstcultuur. Gevolg is groot verloop onder personeel wat een negatief effect heeft op de behandeling van de soms gevaarlijke patiënten.

Een ei spatte uiteen op het hoofd van een medewerker, een ander werd voortdurend aangesproken met „moslim” en collega’s voelden zich buitengesloten, gepest, verlieten huilend het gebouw.

In een tbs-kliniek maak je als behandelaar wel eens wat mee. Je werkt met patiënten met persoonlijkheidsstoornissen, hoogfunctionerende psychopaten. Maar in de Oostvaarderskliniek in Almere waren het niet de patiënten die verantwoordelijk waren voor dit gedrag. Bovenstaande voorbeelden zijn volgens meerdere bronnen toe te schrijven aan leidinggevenden.

Huidige en oud-behandelaren van de Oostvaarders zeggen dat in de kliniek sprake is van een onveilig werkklimaat vanwege een „slecht functionerend middenkader”. Dat brengt volgens hen de veiligheid van medewerkers en patiënten in gevaar, en uiteindelijk die van de samenleving.

Drie afdelingshoofden in het bijzonder zouden een sfeer hebben gecreëerd waarin ondergeschikten zich niet durven uiten en zich niet gewaardeerd en gerespecteerd voelen. Als gevolg hebben volgens bronnen „tientallen” medewerkers de afgelopen jaren de kliniek al verlaten.

Vier behandelaars, onder wie twee nog werkzaam in de kliniek, onderschrijven onafhankelijk van elkaar de inhoud van een brief die begin dit jaar veel stof deed opwaaien. Een „brandbrief” van „een oud-medewerker”. De brief, in bezit van NRC, was rondgestuurd onder personeel en kwam ook bij de directie terecht.

Volgens de anonieme briefschrijver worden collega’s „buitengesloten, geïntimideerd, ondermijnd, gepest, bedreigd en gediscrimineerd”. De drie bevriende afdelingshoofden, allen vrouw, zitten er al jaren en hebben op de werkvloer een „angstcultuur” gecreëerd: je hoort erbij of je hoort er niet bij. In het laatste geval heb je het zwaar te verduren.

Zo zijn volgens de briefschrijver „meerdere collega-afdelingshoofden” van het middenkader vertrokken omdat ze niet meer konden werken „in deze slangenkuil”. Ze werden „niet ingewerkt, niet begeleid, voorgelogen”. De afdelingshoofden hebben een kring om hen heen gecreëerd van bevriende medewerkers met „privileges”. Die krijgen bijvoorbeeld de gewenste plek op een afdeling terwijl anderen daar niet op hoeven rekenen.

Ons kent ons

De vier (oud-)medewerkers die de brief is voorgelegd, bevestigen de gang van zaken. Volgens hen heerst er een sfeertje van „ons kent ons”. Wie er niet bij hoort kan weinig goeds doen. „Dan word je genegeerd, uitgelachen, beledigd, belachelijk gemaakt”, zegt een oud-medewerker. Allen willen anoniem blijven uit angst voor baanverlies.

De directie van de kliniek zegt in een reactie dat het managementteam „naar aanleiding van de brief met alle medewerkers heeft gesproken over het bestaan van mogelijke onvrede” en dat ze daarbij het belang heeft benadrukt dat medewerkers „zich veilig en gehoord voelen”. Ook zijn „de verschillende mogelijkheden” benadrukt die er zijn om intern onvrede te uiten.

Volgens de (oud-)medewerkers zijn klachten de afgelopen jaren door verschillende mensen meermaals bij de directie neergelegd, maar zitten de drie afdelingshoofden er nog steeds – één „gepromoveerd” naar een functie als coach. Ze zeggen dat, ondanks de mogelijkheden van klachtprocedures en tevredenheidsonderzoeken, personeel angstig is. „Collega’s houden liever hun mond.” Alleen een onafhankelijk onderzoek van de Inspectie kan volgens hen een oplossing bieden.

Vorig jaar maart trok ook de patiëntenraad van de Oostvaarderskliniek al eens aan de bel. In een brief aan directie en Inspectie uitten patiënten toen hun zorgen over het gebrek aan „grip” dat het personeel op hen zou hebben. Het hoge ziekteverzuim en verloop van behandelaars had geleid tot onrust onder patiënten – er waren meerdere vechtpartijen en een steekpartij onder patiënten. Personeelstekort werd opgevuld door uitzendkrachten die geen kennis hadden van individuele patiënten en hen niet durfden aan te spreken op gedrag, laat staan behandelen. De Inspectie ging daarop met de directie en patiëntenraad in gesprek, maar zag geen reden tot nader onderzoek.

Lucratieve vertrekregeling

De hele forensische zorg loopt „al geruime tijd tegen hoge mobiliteit en een krappe arbeidsmarkt aan”, zegt de directie in een reactie. Dat leidde in 2018 „tot knelpunten in de personele bezetting” en uiteindelijk in de kliniek tot een „opnamestop” van nieuwe patiënten gedurende drie maanden. „Medewerkers hebben hierover hun zorgen geuit.”

Volgens (oud-)medewerkers is „de leegloop” nog verder toegenomen omdat personeel tot eind vorig jaar gebruik kon maken van een lucratieve vertrekregeling. Zo’n 20 van de circa 140 behandelaren, onder wie goede, ervaren krachten, hebben hiervan gebruik gemaakt. De regeling zou voor sommigen slechts „een zetje” zijn geweest; belangrijker was de slechte werksfeer.

Inmiddels zijn meerdere vacatures opgevuld, niet door uitzendkrachten maar door nieuwe, deels onervaren krachten onder contract. „Het werven van nieuwe medewerkers is geïntensiveerd”, aldus de directie. En er vinden „op dit moment binnen de kliniek gesprekken plaats met alle teams over thema’s als leef- en werkklimaat, werksfeer, forensische scherpte en veiligheid”.

Maar zolang het huidige middenkader er zit, zeggen twee huidige medewerkers, verandert er niets. De Oostvaarderskliniek is een relatief kleine tbs-kliniek. Iedereen kent elkaar, de lijnen zijn kort.

Wat een angstcultuur doet? „Die beïnvloedt je stemming”, zegt een oud-medewerker die zich „weggepest” voelt. „Dat kan beginnen met iets kleins: dat je met een leidinggevende in discussie raakt over een patiënt en zij in het bijzijn van de hele afdeling gehakt van je maakt. Dat maakt je onzeker in je werk. En de volgende keer houd je je mond.”

Patiënten zullen dat niet direct door hebben, zeggen (oud-)medewerkers. Maar uiteindelijk merken ze het wél: wie ontevreden is, meldt zich ziek of vertrekt. Tijdelijke krachten vullen de gaten op en na de zoveelste invaller hebben ervaren werknemers nog weinig zin en tijd om hen in te werken. Zo’n team zal uiteindelijk destabiliseren.

In de Oostvaarderskliniek gebeurde dat twee jaar geleden op een van de afdelingen, Kogge. De regie was daar mede door personeelsverloop in handen gekomen van patiënten, zeggen de (oud-)medewerkers. „De patiënten bepaalden er het reilen en zeilen” en „het was er een ghetto” – inmiddels is de rust er teruggekeerd.

Repressie is in zulke situaties vaak het antwoord. Patiënten direct „achter de deur zetten” als ze iets zeggen dat medewerkers niet bevalt. En juist dáár zijn de (oud-)werknemers geen voorstander van. Behandelen, zeggen ze, kan alleen op basis van gelijkwaardigheid. Door in gesprek te gaan, vertrouwen te winnen. Is de balans zoek, dan zullen patiënten flippen „en barst een keer de bom”.