Op en top een krantenman

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Journalist Jan Sampiemon (1933-2019) las de krant niet, hij controleerde die.

Jan Sampiemon in 1979.
Jan Sampiemon in 1979. Vincent Mentzel

Wat een land! Het was een gevleugelde uitdrukking van Jan Sampiemon waarmee hij een geharnast betoog over één of andere actuele kwestie beëindigde. Het kon over van alles gaan, want Sampiemon had met zijn enorme parate kennis en jaloersmakende geheugen van alles verstand. Of het nu ging over de details in de jongste ontwapeningsverdragen tussen Oost en West of de verschillende soorten statushouders die de Nederlandse asielprocedure inclusief uitzonderingsbepalingen kende, Sampiemon wist het.

Afgelopen zaterdag overleed de oud-redacteur van NRC Handelsblad op 85-jarige leeftijd thuis in zijn woonplaats Alphen aan den Rijn. Hij werd al enige tijd geplaagd door ouderdomsziektes.

Sampiemon had zo weggelopen kunnen zijn uit een klassieke Amerikaanse journalistenfilm. In hemdsmouwen, das losjes geknoopt, ietwat barse stem, kranten en tijdschriften om zich heen en natuurlijk een robuuste schrijfmachine die later vervangen werd door een beeldscherm.

Een kordate man die in zo’n Amerikaanse film vanuit een glazen hok midden op de redactie ‘zijn’ verslaggevers erop uitstuurt en ze pas terug wil zien als hun verhaal ‘rond’ is. Dat was ook wel een beetje de stijl van Sampiemon. Erachteraan! Zoek het uit! Geen genoegen nemen met „nee” als antwoord. ‘Sergeant’ werd hij gekscherend genoemd. „Ik ben ook sergeant geweest”, antwoordde hij dan droogjes.

Feiten wilde Sampiemon lezen. Feiten, feiten en nog eens feiten. Geen impressionistisch literaire stukken waar, zoals hij dan na lezing hoofdschuddend concludeerde, „niets van op de zeef” was blijven liggen. En hij hoefde al helemaal geen artikelen te lezen waarin de verslaggever zo nodig een eigen mening meende te moeten geven. Daar waren de commentaren voor.

Jan Sampiemon kwam in 1962 bij de redactie buitenland van het Algemeen Handelsblad in Amsterdam werken. In 2002 – de officiële pensioengerechtigde leeftijd was toen al ruim vier jaar gepasseerd – verliet hij als buitenlandcommentator de in 1970 tot NRC Handelsblad gefuseerde krant.

Maar de lezers verliet hij niet. Sampiemon zette zijn wekelijkse column ‘De Toestand’ op de opiniepagina nog zes jaar voort. Totdat de ‘jongens en meisjes van de leiding’ zoals hij de hoofdredactie noemde, het in 2008 genoeg vonden. Zelf was hij nog lang niet klaar.

Vanzelfsprekend ging ook zijn laatste column over geopolitiek en de rol die de grote internationale machtsblokken daarin speelden. „Collectieve veiligheid gaat niet gepaard met wapengekletter”, waren zijn laatste maar tevens herkenbare woorden als columnist.

Het buitenland had gedurende zijn hele loopbaan Sampiemons interesse. Hoofdredacteur Chris Steketee haalde de gymnasiast, die koos voor de journalistiek boven het afmaken van een studie economie, op 29-jarige leeftijd weg van het Haarlems Dagblad. Bij het Algemeen Handelsblad kwam Sampiemon als buitenlandredacteur te werken onder Hans Gruijters. Verderop zat Hans van Mierlo. Hun drie namen zouden vier jaar later, op 15 september 1966, staan onder het „Appèl aan iedere Nederlander die ongerust is over de ernstige devaluatie van onze democratie”. Het was de geboorteacte van D’66. Van Mierlo en Gruijters gingen verder de politiek in, Sampiemon, eerder kortstondig actief in de Diemense VVD, trok zich al snel terug als actieve D66’er en koos voor ‘de krant’.

En daarmee voor de stukken die het buitenland duidden. Wel veelal vanuit Nederland geschreven. Hij voelde er niets voor om alleen op reis te gaan. Dan miste hij zijn gezin of zijn collega’s van de krant te veel.

Sampiemon, zoon van een Haagse typograaf uit de Schilderswijk, had grote bewondering voor de journalistiek zoals deze door Amerikaanse kranten als The New York Times en de Washington Post werd bedreven. Het was dan ook eigenlijk niet meer dan logisch dat hij in 1974 de Nederlandse vertaling van het journalistieke heldenepos All the President’s Men van de Washington Post-verslaggevers Carl Bernstein en Bob Woodward over het Watergate-schandaal voor zijn rekening nam. „We hoorden hem avonden en weekenden lang boven op zijn kamer tikken”, herinnert zijn zoon Dirk zich nog.

Als adjunct-hoofdredacteur hield hij zich ook met de organisatie van de krant bezig. Op dat vlak had hij zich al eerder bewezen. In haar proefschrift over de ontstaansgeschiedenis van NRC Handelsblad noemt Pien van der Hoeven Sampiemon als één van de „capabele journalisten met feeling voor het vak en steady managers in de tweede en derde lijn” die daarmee een van de „sleutelfiguren” werd in de geslaagde fusie tussen de Rotterdamse en Amsterdamse krant.

Op en top krantenman. Heeft zo iemand ook nog tijd voor zijn gezin? Wel degelijk, zegt zijn zoon Dirk. Maar op zijn manier. Terwijl vrouw en twee kinderen naar de televisie keken, las hij in de stoel die naast het scherm stond de krant. Beter gezegd: „controleerde” de krant, zoals hij zelf zei. Om soms met een vloek op te staan, naar zijn werkkamer te lopen en te bellen met de verantwoordelijke voor de door hem ontdekte fout. De feiten moesten kloppen.