OM wil zwaardere straffen voor drugsdelicten

Openbaar Ministerie Sinds deze maand is een nieuwe richtlijn van kracht. De strafeis houdt meer rekening met de rol van de verdachte. Zo wil het OM drugshandel harder aanpakken.

Het OM heeft niet de illussie dat hardere straffen de handel in harddrugs stoppen.
Het OM heeft niet de illussie dat hardere straffen de handel in harddrugs stoppen. Foto Daniel Naupold/EPA

Het Openbaar Ministerie wil dat rechters voor de handel in harddrugs zwaardere straffen gaan opleggen. Een nieuwe justitiële richtlijn die sinds deze maand van kracht is, beoogt een bestraffing van drugsdelicten die meer rekening houdt met de persoon van de verdachte, en sancties die in het hele land in vergelijkbare gevallen zo veel mogelijk uniform zijn.

Officier van justitie van het landelijk parket van het OM, Jirko Patist, zegt dat de nieuwe Richtlijn voor strafvordering Opiumwet „meer maatwerk” beoogt bij het bestraffen van het smokkelen van partijen van honderd of meer kilo drugs. „Bij het bepalen van de strafeis baseert het OM zich op verscheidene factoren waarbij de hoeveelheid verdovende middelen en de rol van de verdachte de belangrijkste rol spelen. De hoeveelheid drugs is bij een uitpakker van minder gewicht dan bijvoorbeeld bij een organisator waarbij zijn verdienste ook een directe relatie heeft met de hoeveelheid”, aldus Patist.

In de richtlijn worden sancties exact beschreven: tegen ‘een simpele uitvoerder of koerier’ die tussen de 250 à 500 kilo cocaïne smokkelt, zal een straf worden gevorderd van maximaal 5,5 jaar. Voor een leider of organisator is de strafeis in dit geval 9,5 jaar. Bij recidivisten komt daar een derde bij.

Grote verschillen in straf

Het OM vindt het onwenselijk dat er nu nog per arrondissement soms grote verschillen bestaan in straftoemeting. „Op Schiphol is vrij veel jurisprudentie over hoe koeriers, bolletjesslikkers, met een bepaalde hoeveelheid worden bestraft. In een arrondissement als Rotterdam is veel minder duidelijkheid over de sancties die een drugshandelaar krijgt opgelegd.” Justitie verbaast zich soms ook over lage straffen. In de rechtbank in Rotterdam is vorige maand een Colombiaan die betrokken was bij de smokkel van 5.091 kilo cocaïne veroordeeld tot een straf van 4,5 jaar. Tegen de verdachte had het OM een straf van 7 jaar geëist.

Officier van justitie Patist zegt dat het OM niet de illusie heeft dat met hogere straffen de handel in harddrugs kan worden gestopt. „Het gaat ons vooral om het dempen van de kwalijke neveneffecten van de drugshandel zoals het excessieve geweld, de corruptie en het witwassen van crimineel geld. Bijna alle liquidaties in Nederland hangen bijvoorbeeld samen met de handel in cocaïne.”

Het OM wil ook bevorderen dat drugszaken sneller door rechtbanken worden afgehandeld. „De officier van justitie kan slimmer dagvaarden door bijvoorbeeld minder zaken op de tenlastelegging te zetten, waardoor hij minder hoeft te bewijzen”, zegt Patist. „De inhoudelijke behandeling van drugszaken laat nu te vaak te lang op zich wachten. Dan moeten er weer getuigen worden gehoord in een ver buitenland en dat betekent in de praktijk dat een verdachte uit voorlopige hechtenis wordt ontslagen en de zaak minder vlot wordt afgehandeld. Dat heeft weer matigende invloed op de straf die uiteindelijk wordt opgelegd.”