NRC checkt: ‘Iedere dag sterven er diersoorten uit’

Dat stelde D66-fractievoorzitter in de Tweede Kamer, Rob Jetten, onlangs in een persbericht.

De aanleiding

D66 riep op 25 april op tot een internationaal natuurakkoord. Volgend jaar is daarover in China een belangrijke VN-top. Klimaatverandering staat volgens de partij al op de agenda, maar de verwoesting van natuur nog niet. Volgens fractieleider Rob Jetten, moet er een ‘Parijs voor natuur’ komen, want er „sterven iedere dag diersoorten uit”. Deze uitspraak checken we.

Waar is het op gebaseerd?

Een woordvoerder zegt dat de bewering gedaan is in overleg met Tjeerd de Groot, het D66-Kamerlid dat over natuur gaat. Hij baseert zich op gesprekken met deskundigen van de Wageningen University en Naturalis.

En, klopt het?

Het berekenen van de mate van uitsterven van diersoorten is voor het overgrote deel modellenwerk. Praktisch gezien zijn er te veel diersoorten en te veel onherbergzame gebieden om alles te tellen en te beschrijven. Bovendien is het vaststellen van uitsterven een lang en onzeker proces. Wanneer weet je zeker dat er écht geen exemplaren meer over zijn?

Op basis van data worden er daarom aannames gedaan over de snelheid van uitsterven, gemeten per 1 miljoen soorten per jaar. Met deze methode kan de kans dat soorten uitsterven door natuurlijke processen vergeleken worden met de kans dat soorten daadwerkelijk uitsterven. Het verschil is dan te wijten aan de mens. Hoewel er veel onzekerheden zijn in die berekeningen, wordt er op dit moment uitgegaan van een natuurlijke extinction rate van gemiddeld 0,1 soorten per miljoen soorten per jaar. Dat is dus de basis-uitsterfsnelheid, zonder invloed van de mens.

Voor slechts weinig soorten is bekend wat hun werkelijke kans op uitsterven was. Vogels zijn wel 167 jaar zeer nauwkeurig gevolgd. Als we daar naar uitsterven kijken, zien we dat er 73 soorten per miljoen soorten per jaar uitsterven: 730 keer hoger dan de natuurlijke extinction rate van 0,1. Voor andere diersoorten ligt het mogelijk nog hoger. Als je die 73 vertaalt naar de circa 8,7 miljoen bestaande soorten dan komt dat neer op 8,7 maal 73 = 635 soorten die gemiddeld jaarlijks verdwijnen.

Met alle slagen om de arm is Jettens bewering dus meer dan waar, zegt ook Jurriaan de Vos, bioloog aan de Universiteit van Basel. Hij benadrukt dat het vooral belangrijk is om te kijken hoe de snelheid van nu zich verhoudt tot de snelheid miljoenen jaren terug. Dan kun je ook vaststellen of alarmisme daarover terecht is.

De Vos publiceerde in 2014 een onderzoek waarin de natuurlijke uitsterfsnelheid per miljoen soorten per jaar flink naar beneden werd bijgesteld. „In de jaren negentig ging men uit van 1, wij kwamen uit op ongeveer 0,1.”

Mede door die de bijstelling naar beneden, kun je zeker spreken van een hoge uitsterfsnelheid in vergelijking met eerdere periodes op aarde. Nadat het leven op aarde 66 miljoen jaar geleden door een meteorietinslag voor het laatst een flinke opdoffer kreeg, wordt de huidige periode vaak aangeduid als ‘de zesde golf van massa-extinctie’. En die wordt veroorzaakt door de mens.

„Maar in tegenstelling tot wat misschien gedacht wordt, komt dit niet door klimaatverandering”, zegt De Vos. „De hoofdoorzaak is landgebruik, zoals het oprukken van steden en landbouwgrond. Daardoor komen ecosystemen in de verdrukking. Onderzoek naar de invloed van opwarming staat wetenschappelijk gezien nog in de kinderschoenen.”

Conclusie

Het inschatten van de uitsterfsnelheid hangt aan elkaar van aannames. De wetenschap is op dit moment echter vrij unaniem over een natuurlijke extinction rate van 0,1 en een huidige extinction rate die 100 tot 1000 keer hoger ligt, wat neerkomt op het jaarlijks verdwijnen van circa 635 diersoorten. De bewering dat er „iedere dag diersoorten uitsterven” beoordelen wij daarom als waar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt