Europese verkiezingen Werkgeversorganisaties: ‘Nederland moet Europeser gaan denken en doen’

Europese verkiezingen De werkgevers willen een radicaal andere Europa-koers dan de Tweede Kamer. Ze bepleiten een European way of life.

Foto Robin Utrecht

Nederland moet meer Europees gaan denken en gaan doen. Met die boodschap gaan werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB Nederland proberen om de komende weken kiezers te overtuigen op 23 mei te stemmen voor de Europese verkiezingen. De werkgevers kiezen een radicaal andere benadering dan de Tweede Kamer, waar zich vorige week een meerderheid uitsprak voor het schrappen van het Europese streven naar een almaar hechtere Europese samenwerking. „Wij ondernemers geloven in het belang, de kracht én de toekomst van een verenigd Europa”, melden de werkgeversorganisaties in een brochure van 52 pagina’s, die een opsomming van „Europese verworvenheden” bevat.

Opmerkelijk aan het initiatief van de organisaties is dat zij onderstrepen dat het in de EU „om de open samenleving en de European way of life” gaat. „Die European way of life is niet langer vanzelfsprekend, met buren als Poetin en Erdogan en zorgwekkende ontwikkelingen binnen een aantal EU-landen”, schrijven voorzitters Hans de Boer (VNO-NCW) en Jacco Vonhof (MKB Nederland) in een open brief die zij deze vrijdag publiceren. Onder meer in Polen en Hongarije staat de rechtsstaat onder druk en in Italië keert de regering van Lega en de Vijfsterrenbeweging zich geregeld tegen de EU. Ook in Italië zijn werkgevers op campagne vóór de EU.

VNO-NCW en MKB Nederland hebben ook klachten over de nationale politiek. „De discussie in Den Haag moet vaker gaan over hoe we iets Europees geregeld krijgen”, schrijven De Boer en Vonhof. „Nederland moet zich slimmer bewegen in het Europese speelveld.” Als goed voorbeeld noemen ze minister Hoekstra (Financiën, CDA) die in discussies over de economische en monetaire unie met andere Noord-Europese landen in optrekt in een informele coalitie, ook wel bekend als de Hanzegroep.

Machtig EU-parlement p. 12-13