Opinie

Massatoerisme

Marcel van Roosmalen

Het huis tegenover ons huis in het dorp werd eerst bewoond door een zangduo dat in een Amerikaanse auto van braderie naar dorpsfeest reed. Ze hadden diverse conflicten met buurtbewoners, de man zei me in ons enige gesprek dat het kwam „omdat wij nou eenmaal rock-’n-roll” zijn.

Toen ze hun huis verkochten waren er mensen opgelucht, erger dan ‘rock-’n-roll’ kon het tenslotte niet worden. Het huis is sindsdien van twee Britse broers die gezien het bestelbusje eerder in de gevelreiniging zaten. Ze creëerden met gipswanden extra ruimtes, schilderden alles wit, gooiden in alle vertrekken schuimrubbermatrassen en rijden sindsdien met de busjes op en neer naar Schiphol om gasten op te halen. Woonden we opeens tegenover een budgethotel in ‘The Amsterdam Wetlands’.

Bij mooi weer kijken we nu naar plukjes toeristen die achter een formicatafeltje op een grindveldje aan de croissantjes van bakkerij Brakenhoff zitten, waar ze voor de zekerheid trouwens maar meteen in het Engels zijn gaan adverteren.

Stop! Here, milky bread!

Omwonenden informeerden voorzichtig bij ons, we hadden tenslotte jaren in Amsterdam gewoond, hoe ze om moesten gaan met de toeristen, want die leken totaal niet geïnteresseerd in het maken van praatjes. De meesten wilden zo snel mogelijk met de metro – zo noemen ze de trein – naar het centrum van Amsterdam en bleven daar dan hangen tot ze niet meer konden.

„Cultuurliefhebbers zijn het in ieder geval niet”, zei de uitbater van het Wapen van Wormer, die zelf ook niet bekend staat als cultuurliefhebber.

Anderen hadden inmiddels uitgerekend hoeveel geld er met die woning eigenlijk verdiend wordt en analyseerden in hun vrije tijd de foto’s van ‘de hotelkamers’ die ze van het internet hadden geplukt. De angstaanjagende conclusies – ‘geen rookmelders, geen nooduitgang’ – worden op fluistertoon gedeeld, inclusief het gegeven hoe snel vuur over kan slaan als het waait.

„En het waait hier altijd, dat weet jij inmiddels ook.”

Los van elkaar begon iedereen ‘het hotel’ in de gaten te houden, zelf kijk ik er ook altijd even naar binnen als ik er voorbijloop en dat is ongeveer vijf keer per dag.

Gisteren trof ik een overbuurvrouw voor de ramen die zogenaamd de hond aan het uitlaten was. Ze had toeristen binnen zien roken, een handeling die je hier in vrijwel alle woningen nog ziet.

Ze kon niet wachten op de Brexit, maar tot het zover was moesten we maar zien te dealen met de gevolgen van het massatoerisme. We hadden dan weliswaar nog nergens last van, maar we wisten allemaal hoe het met Amsterdam was afgelopen.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.