Opinie

    • Hugo Camps

De marsmannetjes van Ajax

Als de logica gerespecteerd wordt, staat Ajax straks in de finale van de Champions League tegen Barcelona. In Nederland wordt dat gezien als een coup de théâtre, maar dat is bedrijfsblindheid. De cultuur van Ajax is een tijd onder de radar gebleven, maar wie de club van dichtbij volgde, wist dat er een leger van marsmannetjes aan zat te komen. In de eredivisie werd dat nog verduisterd door Amsterdamse nonchalance, maar de openbaring was onomkeerbaar.

In vergelijking met het Ajax van de jaren negentig in de vorige eeuw is er naast talent nu meer systeem ingesijpeld, het professionele karakter is consistenter. In de persoonlijke sfeer blijft er nog iets van professionele schroom, maar dat is verholpen door geduld. Het geduld ook om PSV te laten leegbloeden aan voorbarige euforie. In de internationale beeldvorming is er in Nederland maar één club: Ajax. Niet alleen totaalvoetbal, ook totale controle, blokletterde een overzeese tabloid. Een ander schreef: Spurs joeg op schaduwen. De mooiste: alsof je naar de Harlem Globetrotters kijkt.

Dan is twijfel niet langer toegestaan.

Een substantieel verschil met het Ajax van Louis van Gaal is dat de grootspraak is weggevallen. De jonkies klappen een beetje dicht na de wedstrijd, ze mijmeren meer dan dat ze spreken. Met de De Boertjes, Kluivert en Blind sr. was dat destijds anders. Zij waren uitlopers van schreeuwerig Amsterdam. Hooggeplaatsten van de stad.

De nieuwe Ajaxkolonie heeft die oude gewaden afgelegd. Het elitarisme is nog volop aanwezig, maar nu dan aan de bal. Niet in het gesproken woord of in stekelige grimassen van superioriteit. Frenkie de Jong en Matthijs de Ligt kun je zo nog uit bloembollenschuren en visafslagen zien komen, eerder dan uit trendy cafés, Ze passen nog niet in het exclusieve plaatje van hippe kleding en sushi. Aardappeleters.

Het Ajax van nu is veel sympathieker dan dat van de jaren negentig. Kwetsbaarder ook. Vedetten die met een transfer naar Barcelona gehonoreerd zijn, zoeken nog steeds hun weg. Ze zijn niet af, zeggen ze zelf. En het voetbal van Ajax is ook niet af. De tweede helft van de Spurs was een terechtwijzing voor gemakzucht en hoogmoed. Daar zag je een Ajax in vertwijfeling, eerder voetballend op de tast dan op ingestudeerde looplijnen. Zo gaat dat met jonkies – ze jubelen zichzelf iets te vroeg na. Gelukkig zijn er nog Dusan Tadic en Lasse Schöne die zich manmoedig in de strijd werpen voor conceptuele continuïteit.

Nee, Ajax is niet kansloos tegen Barcelona. Het team heeft meer snelheid van uitvoering en kan in kort gehouden tiktakvoetbal perfect anticiperen op het motorische slingervoetbal van de Catalanen. Niet alleen De Jong en De Ligt zijn inruilbaar voor Piqué en Busquets. Zie maar hoe Daley Blind zijn tweede adem heeft gevonden. Of Tadic. Ajax is opgetuigd tot een gevaarte met de wendbaarheid van een kat.

De Machers Overmars en Van der Sar staan er altijd een beetje bedremmeld bij, alsof een barre noordenwind door hun lijf giert. Zij zijn de bijna aseksuele zo niet toch koele minnaars van het succes. Ze hebben wel Ajax behoed voor het eindeloze conflictmodel tussen Cruijffianen en Van Gaalisten. Ook de kapitaalhouders hebben ze op afstand weten te houden. Het hart van Ajax is de Toekomst, zonder gouden kranen in de badkuip. Met een droog handdoekje is iedereen al blij.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.