Kunnen wilde dieren verbranden in de zon?

Durf te vragen Ook walvissen hebben last van zonnebrand.

Foto iStock

Pas geschoren schapen moet je niet in de zon laten staan. Hun huid kan verbranden. Hetzelfde geldt voor kale kattenrassen, voor witte kortharige honden en voor bleke paarden. Maar hebben wilde dieren er ook last van?

Niet als ze een vacht hebben, zoals de meeste landzoogdieren. Voor muizen, vossen en herten is oververhitting eerder een probleem. In de vrije natuur zoeken zij op tijd de schaduw op. Zelfs kamelen hebben niets te vrezen. Voor olifanten ligt dat anders. Hun huid is dik, maar onbehaard, en dus kwetsbaar voor de zon. Daarom rollen olifanten graag in de modder en besproeien ze zichzelf met zand. Dat helpt ook goed tegen parasieten.

Oranje pigmenten

Ook neushoorns en nijlpaarden houden van modderjasjes. Nijlpaarden hebben nog een ander trucje. Hun zweet bevat rode en oranje pigmenten. Japanse onderzoekers meldden in 2004 in Nature dat die pigmenten schadelijke uv-straling absorberen: hippo’s zweten hun eigen zonnemelk.

Britse en Mexicaanse onderzoekers ontdekten dat ook walvissen last hebben van zonnebrand (Proceedings of the Royal Society B, 2010). Ze fotografeerden zo’n 150 walvissen in de golf van Mexico, en namen met een prikstok stukjes huid bij ze af. Zo’n 95 procent van de weefselstukjes vertoonde celschade die samenhangt met uv-straling, zoals oedeem en beschadigd DNA. Van de blauwe vinvissen – een relatief bleke soort – had bijna 70 procent grote blaren op de huid. Bij de potvissen – een donkere soort – was dat minder dan 10 procent. De onderzoekers leggen een verband met het gat in de ozonlaag.

Uv-straling is niet alleen slecht voor zoogdiercellen. Wetenschappers deden allerlei laboratoriumproeven waaruit blijkt dat uv-straling schimmels en bacteriën kan doden, en zelfs insecten. Of dat in de natuur ook gebeurt, is niet bekend. Ook over vogels zijn geen publicaties te vinden. Waarschijnlijk biedt een verenpak voldoende bescherming. Zelfs gieren en struisvogels, met hun half kale koppen, lijken nergens last van te hebben.

Voortplanting van kikkers

Maar hoe zit het bij reptielen en amfibieën? „Er is veel onderzoek gedaan naar de effecten van uv-straling op de voortplanting van kikkers”, vertelt Frank Pasmans, hoogleraar in Gent. „Dat was naar aanleiding van het gat in de ozonlaag. Daarin werd een deel van de verklaring gezocht voor de huidige achteruitgang van veel amfibieënsoorten. Dat is bij mijn weten nooit echt hard gemaakt.” Een Canadese studie uit 2000 meldt schade aan de ogen en aan de huid bij kikkervisjes, maar ook dat was in het lab en niet in de natuur. „Mogelijk is er beperkte schade aan zich ontwikkelende eieren bij verhoogde hoeveelheden uvb-straling”, merkt Pasmans op.

Reptielen hebben goede beschermingsmechanismen. „Bijvoorbeeld een dikke, verhoornde huid of sterke pigmentatie”, vertelt Pasmans. „In gevangenschap treden er wel vaak problemen op. Reptielen hebben vaak brandwonden door oververhitting, en keratitis: een ontsteking van de ogen door de hoeveelheden uvb-straling van bepaalde lampen.”

Tot slot: vissen. De meeste hebben stevige schubben die geen uv-straling doorlaten. Hun eitjes zijn wel kwetsbaar. Al veertig jaar is bekend dat visseneieren de stof gadusol bevatten, die uv-straling absorbeert en daarmee onschadelijk maakt. Ook eitjes van zee-egels, garnalen en sponzen bevatten gadusol. Lang werd aangenomen dat dieren gadusol via hun voedsel binnenkrijgen, maar Amerikaanse onderzoekers lieten in 2015 zien dat zebravissen – die doorzichtige embryo’s hebben – de stof zelf kunnen produceren.

Wekelijks zoekt de redactie wetenschap het antwoord op een veelgestelde vraag. Ook een vraag? durftevragen@nrc.nl