Foto Sander Koning

Fleur Agema: ‘Ik zit verdorie al twaalf jaar naar afbraak te kijken’

Tweede Kamerlid PVV De ouders van Fleur Agema overleden vorig jaar allebei. Ze waren babyboomers, de generatie die zorg onbetaalbaar zou maken. In dat scenario gelooft de PVV’er niet meer. „Ze kakelen elkaar allemaal na!”

Fleur Agema van de PVV boog zich iets voorover naar haar microfoon. Op welke planeet, wilde ze weten, heeft de minister bedacht dat hij dit kan máken? Het was begin deze maand tijdens een debat over ziekenhuizen en ambulances. Het beleid van VVD-minister Bruno Bruins (Medische Zorg) was, vond ze, „totale gekte, op geen enkele redelijkheid of logica gestoeld.”

Fleur Agema was, vertelt ze, niet zomaar boos. Ze wilde een motie van wantrouwen indienen tegen Bruins, die ze „stuurloos” beleid rond ziekenhuizen verwijt. Haar partij zegt vaak het vertrouwen op in bewindspersonen, maar Agema niet – het was haar eerste. Maar dat werd haar zó moeilijk gemaakt door collega’s van andere partijen dat ze feller en feller werd, vertelt ze. „Ze blokkeren me gewoon allemaal. Er is geen ander Kamerlid dat dit ooit heeft meegemaakt, dat kan ik je verzekeren.”

Dit gaat weer heel slecht aflopen

Altijd is ze er, al twaalf jaar, in debatten over gezondheidszorg in de Tweede Kamer. Waar andere partijen het dossier gezondheidszorg verdelen onder verschillende Tweede Kamerleden omdat het zoveel werk is, doet Agema alles in haar eentje. Bij debatten komt ze meestal binnen met stapels documenten en mappen. Ze citeert uit dezelfde onderzoeken, rapporten en cijfers als andere Tweede Kamerleden. Toch is de werkelijkheid die zij daaruit haalt volkomen anders dan die van ministers en collega-Kamerleden.

Het gesprek met Fleur Agema, de nummer twee van de PVV en vertrouweling van Geert Wilders, gaat over ziekenhuizen. Agema is bang dat er steeds meer verdwijnen en dat ambulances te ver moeten rijden naar de dichtstbijzijnde spoedpost. Dat zwangere vrouwen op Urk niet op tijd in het ziekenhuis zijn voor hun bevalling. Dat er meer gevallen komen zoals dat van de 71-jarige man waarover zij haar beklag deed in de Tweede Kamer. Hij moest acht dagen wachten op een operatie aan zijn meervoudige beenbreuk – alle ziekenhuizen lagen vol.

Dat er in vijf jaar al meer dan vijftien spoedposten verdwenen, vindt Agema minstens zo erg als de veelbesproken faillissementen van het Slotervaart en de IJsselmeerziekenhuizen. Ze verwacht nog veel meer sluitingen doordat het kabinet Rutte III heeft besloten dat er meer zorg in de wijk moet komen en minder in het ziekenhuis.

„Afbraak van de ziekenhuiszorg”, noemt Fleur Agema dat. Haar voorspelling: dat het straks allemaal weer teruggedraaid moet worden, omdat het aantal 75-plussers de komende tien jaar naar verwachting toeneemt van 1,3 miljoen tot meer dan twee miljoen. Ze vergelijkt het met het sluiten van bejaardenhuizen. Die verdwenen gaandeweg nadat het vorige kabinet de financiering ervan stopte. Veel ouderen bleken daarna te goed voor het verpleeghuis maar te slecht om thuis te blijven wonen. Nu zoeken veel politieke partijen weer naar woonvormen voor die mensen.

„Dit gaat weer heel slecht aflopen. Ik zit verdorie al twaalf jaar naar afbraak te kijken”, zegt Fleur Agema.

Sander Koning

Waarom vindt u het zo erg als er minder ziekenhuizen komen?

„We breken een systeem af dat eigenlijk heel mooi is. Er is een goede wisselwerking tussen kleinere streekziekenhuizen en meer gespecialiseerde ziekenhuizen. Ik heb het gezien bij mijn vader. Hij kwam met een pijnlijk aneurysma – een uitstulping van een slagader – op de spoedeisende hulp, lag binnen drie kwartier op de operatietafel in een gespecialiseerd ziekenhuis. Na een paar dagen mocht hij terug naar het ziekenhuis in de buurt. Mijn moeder was toen te ziek om naar het gespecialiseerde ziekenhuis vervoerd te worden. Maar we konden haar wel naar het buurtziekenhuis brengen om bij hem op bezoek te gaan. Ik vind het heel dom om dat allemaal af te breken terwijl er veel meer ouderen komen.”

Het idee is dat medisch specialisten de wijk in gaan, om mensen dichter bij huis te behandelen.

„Dat is goed gelukt voor bijvoorbeeld de diabeteszorg, maar gaat niet voor alle behandelingen werken. Mijn oude vak is architectuur en ik kan je zeggen: het duurt járen voordat je een ziekenhuis opnieuw hebt gebouwd.”

Lees ook: het Haagse Bronovo gaat sluiten. Specialisten gaan de wijk in. Waarom is dat nodig?

Dat idee is bedacht door een grote groep artsen en deskundigen van naam, samen met patiëntenorganisaties en het ministerie. Iedereen is het eens, behalve u. Hoe kan dat?

„Ze kakelen elkaar allemaal na! Bij het afbouwen van de verzorgingshuizen kakelde ook iedereen elkaar na, maar nu heeft iedereen spijt.”

Fleur Agema had altijd haar ouders, vroeger caféhouders, voor ogen tijdens debatten over ziekenhuizen. Steeds praat ze in politiek Den Haag over hun generatie, die van vlak na de oorlog. De zorg zou volgens het ministerie van Volksgezondheid onbetaalbaar worden door de vergrijzing. Agema: „Wat mijn ouders is overkomen heeft me nog eens duidelijk gemaakt dat je niets kunt voorspellen. Helemaal niets.”

In anderhalf jaar tijd kregen haar vader en haar moeder zeven operaties en elf spoedopnames in het ziekenhuis en allebei hebben ze het niet gered. Haar vader was 69 jaar, haar moeder 66. Ze stierven vorig jaar vlak na elkaar – haar vader aan een bacterie in zijn knie, haar moeder aan een ziekenhuisbacterie. „Alles wat we hier in de Tweede Kamer doen is tot leven gekomen. Ik was in shock. Hun toekomst bleek helemaal niet te bestaan.”

Het bevestigde Fleur Agema’s overtuiging dat ze niet moet geloven in scenario’s van het kabinet over zorgkosten.

Ziet u de stijgende zorgkosten als een probleem?

„Zieke mensen betalen het meeste. Dus ik ben zeker niet voor oplopende zorgkosten. Maar het idee van explodérende zorgkosten is helemaal niet meer actueel.”

De zorgbegroting stijgt ieder jaar flink.

„Het Centraal Planbureau stelde eerst dat de zorgkosten tussen 2012 en 2040 met 4,4 procent per jaar zouden groeien. Tot 2017 was de werkelijke groei maar 0,5 procent per jaar – ruim binnen de groei van het bbp. Terwijl iedereen moord en brand schreeuwde dat de zorg te duur zou worden. ”

Dat is toch juist een succes van het overheidsbeleid?

„In 2012 zagen de zorgkosten er heel slecht uit, leken ze uit de hand te lopen. De overheid reageerde door akkoorden te sluiten met de zorgsector – dat was in het begin niet zo erg. Ziekenhuizen werden gedwongen efficiënter te werken, ICT kon beter, het kon goedkoper. Maar de situatie is nu anders: het gaat economisch veel beter. Daarom snap ik het besluit niet om de groei van ziekenhuizen in 2022 te beperken tot 0,0 procent. Waarom zou je dat doen?”

Om te voorkomen dat de zorg in de toekomst onbetaalbaar wordt.

„Maar er zijn zoveel onzekerheden. Als die bacteriën waaraan mijn vader is overleden een grote rol gaan spelen, zoals sommigen denken, dan gaan heel veel babyboomers 2030 of 2040 helemaal niet redden. Aan de andere kant: als we een middel vinden tegen Alzheimer dan worden er heel veel babyboomers oud maar dan zijn ze geen dure patiënten meer.”

Dat zijn toch net zo goed aannames waarvan je niet weet of ze uitkomen?

„Daar gaat het me juist om. Je weet het gewoon niet! Je moet geen beleid voeren waardoor ziekenhuizen verdwijnen als je niet kunt voorspellen hoe de zorg zich ontwikkelt.”

Hoe moeten ministers regeren als ze zeggen: we weten het niet?

„Stop met de zwartgalligheid. Laatst kwam de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid, een belangrijke adviseur van de overheid, bij me langs. Dat ze bij mij langskomen, dat had ik nooit verwacht, echt wauw! Ik heb tegen ze gezegd dat we geen paniekbeleid moeten maken voor over twintig jaar.”

Wat voor beleid zou u maken in de zorg?

„In ieder geval zou ik op veel kortere termijn beslissingen nemen. Jaarlijks kijken welke innovaties er zijn, hoe het er economisch voor staat, en dan kijken welke kant we op moeten.”

De PVV krijgt nu concurrentie van Forum voor Democratie. Denkt u dan niet: we moeten als PVV met een duidelijke visie op de zorg komen?

„Ik heb die concurrentie nog nooit in een debat over zorg gezien, ik heb geen idee hoe ze denken.

„Mijn visie op de zorg is heel duidelijk: matigen van doemscenario’s. Doordat ik dit al zo lang doe zie ik dat we vaak de put dempen als het kalf al verdronken is. Dat mag met de ziekenhuizen niet gebeuren.”

Een politicus die alleen maar tegen is, blijft roepende in de woestijn.

„Als ik afbraak in de zorg kan voorkomen, blijf ik hoe dan ook gemotiveerd. Als er maar mensen zijn die naar me luisteren.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.