Michele Borzoni

‘Ik ben razend op Ilja’s verleden’

Dubbelinterview „Zonder Stella was Grand Hotel Europa er niet geweest”, zegt Ilja Leonard Pfeijffer. De roman is genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs.

Genua, Piazza delle Erbe, zondagochtend 11 uur. De ramen van Ilja Leonard Pfeijffers appartement op de eerste verdieping staan open. De bel is niet te vinden. „Geef ons nog een uurtje”, zegt hij aan de telefoon. „We zijn net wakker.”

Uurtje later, een appje. „We komen zo.” En een appje met emoticons. Lippenstift, douche, jurk, overhemd, hakken, hoge hoed. Kwartier later: „Stella is al aan het föhnen. Vanaf dat moment duurt het normaal gesproken nog tien minuten.”

Aha. Ze bestaat. Dat was voor ons nog maar de vraag na het lezen van zijn autobiografische Brieven uit Genua. Op pagina 659 is het 1 maart 2015, anderhalf jaar na zijn roman La Superba. Het regent. Hij zit op zijn vaste plek op een van de zes terrassen op Piazza delle Erbe te treuren onder een lekkende parasol. Hij rookt. Hij drinkt, de ene cocktail na de andere. Hij is eenzaam. Hij bedenkt dat zijn boek om literaire redenen een wending nodig heeft, een catharsis. Maar welke?

Dan ziet hij haar lopen. Ze woont in hetzelfde palazzo als hij. Ze is ‘afschrikwekkend mooi’ en ‘volkomen onbereikbaar’, en toch zegt ze ja op zijn uitnodiging om bij hem aan zijn tafeltje te komen zitten. Nog voor ze heeft gezegd hoe ze heet, is hij hopeloos verliefd op haar. De volgende ochtend zien ze ‘de zon opkomen in elkaars ogen’. Sindsdien zijn ze onafscheidelijk. En de schrijver heeft een schitterend slot voor zijn brievenboek.

Om half 1 appt hij: „Ze is haar gezicht nu op haar gezicht aan het tekenen.” En dan duurt het nog een halfuur voor de buitendeur opengaat. Trompetgeschal hadden we nu echt niet raar gevonden. Ze lopen niet, ze schrijden, en de piazza is hun toneel. Een langharige reus met een cape om zijn schouders en een katje aan zijn arm. Stella. Ze lijkt op alle meisjes uit zijn boeken. Rank lijfje, hoog op de benen, stoer en schattig, precies waar de schrijver van houdt. Geraffineerd en geil. Allemaal zijn woorden.

Michele Borzoni
Michele Borzoni
Michele Borzoni

We gaan zitten. We bestellen koffie. Ilja opent zijn tabaksdoos en rolt een sigaret. We praten Italiaans en Nederlands en Engels. Binnen vijf minuten begint Stella over de fistel in Ilja’s kont (sorry) toen ze elkaar net een maand kenden. Ilja schrijft erover in zijn Brieven uit Genua. Hij moest antibiotica slikken, veel antibiotica. Hij mocht niet drinken. Zonder haar zou hij desondanks zijn doorgegaan met zijn vijftien cocktails gemiddeld per dag, zijn bier en zijn prosecco, maar nu stopte hij. En toen de fistel verslagen was, begon hij niet opnieuw. Wat vele vrouwen voor Stella niet gelukt was, lukte Stella wel. Hij stopte met drinken, helemaal, radicaal. „Ik hoefde hem niet te dwingen”, zegt ze. „Ik zei: drinken is niet het echte leven, het is gevaarlijk, ik ben bang. En de dokter…”

„Dokter Borro”, zegt Ilja.

„…zei ook dat je nooit meer één druppel mocht.”

„En ik was bang,” zegt Ilja, „dat ik haar kwijt zou raken.”

Maar Stella was toch verliefd geworden op de bohemien, de artiest, de grote drinkende dichter uit het Noorden? Nee. Dat was een façade. Ze was niet verliefd op die façade. Ze was verliefd op de man erachter. Die leed intussen gruwelijk, want drinken was wel zijn identiteit, ja, en nu moest hij een nieuwe uitvinden. In het begin, zegt hij, scháámde hij zich ervoor dat hij niet meer dronk. Hij was belédigd dat dokter Borro hem geen erkenning gaf voor het grandioze offer dat hij bracht.

Goed. We recapituleren. De schrijver die in al zijn boeken schrijft dat hij op papier leeft en nauwelijks een lichaam heeft, verzint een meisje – of nou ja, een jonge vrouw, Stella was 36 in 2015 – dat vervolgens werkelijkheid wordt en hem tot zijn schoenzolen begint af te breken. Was dat de bedoeling? „Achteraf,” zegt hij, „was mijn literaire oordeel dat mijn boek een wending nodig had een oordeel over mijn leven. Ik zat in een doodlopende straat.” Hij had dan wel La Superba geschreven, en Brieven uit Genua, en hij was een beroemde en met prijzen overladen schrijver geworden voor wie Nederlanders naar Genua reizen om hem ‘in het echt’ op dat pleintje te zien zitten, maar toch, zegt hij: een doodlopende straat. Stella, enthousiast knikkend: „Un vicolo cieco.”

En kijk nu eens. De schrijver paradeert over brede boulevards en schrijft een monumentale roman over massatoerisme en een tot museum verworden werelddeel. Grand Hotel Europa. Schitterende recensies. Honderdduizend verkochte exemplaren in vier maanden tijd. Vertalingen in tien talen in de maak. Een nominatie voor de Libris Literatuur Prijs. Wending geslaagd, kunnen we wel vaststellen.

Michele Borzoni

Klopt het dat het hem pas lukt om het meer over de wereld te hebben en minder over zichzelf sinds hij geen alcoholist meer is? Ilja zegt van niet. Volgens hem schrijft hij al over de wereld sinds hij in Genua woont en dat is nu ruim tien jaar. Maar Stella zegt van wel. Ze begint weer enthousiast te knikken, en zegt, in het Italiaans, dat grote kunstenaars hun beste werk maken als het niet meer autoriferimento is en ze zich grote vragen beginnen te stellen. Ilja luistert aandachtig en vertaalt meticuleus elk woord van haar. Ze heeft het over Giambologna, de Vlaamse beeldhouwer van de Sabijnse Maagdenroof, te zien in de Loggia dei Lanzi in Florence. Ze is kunsthistorica, gespecialiseerd in de zestiende en zeventiende eeuw. Giambologna bestudeerde het werk van Michelangelo en leerde het ambacht te beheersen tot in de finesses. Toen er voor hem geen enkele technische belemmering meer was, kon hij iets waarlijk nieuws creëren dat uitdrukking gaf aan zijn tijd.

Het klinkt precies, zeggen wij, naar de voorschriften die het personage Ilja Leonard Pfeijffer zichzelf in de roman Grand Hotel Europa oplegt. „Klopt”, zegt de echte Ilja Leonard Pfeijffer, op het echte Piazza delle Erbe, met inmiddels een echt bord pasta con quattro formaggi voor zich. „Dat is wat ik wil. Op een ambachtelijke manier schrijven, gebruikmakend van de rijkdom van de traditie, en daarmee iets zeggen over deze tijd.” Hij is classicus, gepromoveerd op het werk van de Griekse dichter Pindarus, die leefde van 522 tot 433 voor Christus.

En haalt Stella dit allemaal in hem naar boven? „Zonder Stella,” zegt hij. „was Grand Hotel Europa er niet geweest. Heel veel van de ideeën en de zorgen komen voort uit mijn gesprekken met haar. Tijdens het schrijven bracht ik haar elke ochtend naar haar werk en daarna ging ik ook fulltime aan het werk.” Niks meer diep in de middag uit zijn bed rollen en meteen door naar het plein beneden om op tijd voor het aperitief te zijn. „Elke avond bij het eten vertelde ik haar wat ik had meegemaakt. Of niet ik, maar mijn alter ego. Ik heb haar heel Grand Hotel Europa verteld als feuilleton.” Hij lacht naar haar en pakt haar hand. Zijn aansteker ligt eronder. „Dan eindigde ik met ‘Clio maakte de knopen van mijn broek open’…” Clio is Ilja’s muze in de roman. Ze lijkt sprekend op Stella.

Stella: „En dan zei ik: en toen, en toen, en toen?”

Ilja: „En ik: dat weet ik niet, want ik heb nog niet verder geschreven.”

Stella: „Toen Clio brak met Ilja was Ilja helemaal kapot.”

Ilja: „Ik was heel verdrietig, ja, en jij troostte me. We gingen bij je moeder eten en je zei tegen haar dat ze maar aardig tegen me moest zijn, want Clio had het uitgemaakt. En weet je nog” – hij grinnikt – „hoe boos je op Ilja was bij die scène met Memphis?”

„Oi, oi, oi”, zegt Stella. „Ik dacht: wat doet hij nou weer voor stoms.”

„Alsof Ilja echt bestond”, zegt Ilja. „Ik vond het een groot compliment.”

Memphis is een minderjarig Amerikaans meisje en de protagonist heeft een nachtlang seks met haar, waarna hij volgens de wetten van de Griekse tragedie in het donkerste dal belandt. „Als het misgaat,” zegt Ilja, „moet het goed misgaan.”

Maar waarom zo? Waarom porno met een meisje van vijftien, zestien misschien? „Om de zaak op de spits te drijven. De ik-figuur is een ouderwetse Europese man die zo’n beetje als Sean Connery in het leven staat. Hij denkt dat hij galant is en dat levert allerlei misverstanden op. Zijn opvattingen botsen met die van de moderne tijd en die moderne tijd wordt dan binnengebracht door Memphis.

We vragen aan Stella of ze Brieven uit Genua heeft gelezen. „Met Google Translate”, zegt ze. Wat vindt ze ervan dat Ilja daarin met naam en toenaam de talloze vrouwen beschrijft met wie hij seks heeft gehad? Clio, zeggen we, is razend over Ilja’s verleden. „Ik ook”, zegt Stella. „Ik ben boos op dat deel van zijn verleden.” Ze praat tegen Ilja door in het Italiaans. We vangen het woord ‘mamma’ op. Hebben ze het over haar mamma? „Ja”, zegt Ilja. Wat zegt Stella over haar mamma? „Dat zij erg bezorgd was toen ik met Ilja begon”, zegt Stella. „Ze was niet de man die ze voor mij in gedachten had, met zijn reputatie. Mijn vader, mijn biologische vader, had haar verteld over La Superba en dat de hoofdpersoon naar de hoeren ging en zo.”

Michele Borzoni

Ilja: „Haar vader is neuroloog, maar hij is ook hacker. Hij had alles wat er over mij op internet staat opgezocht en vertaald met Google Translate. Dus haar moeder wilde mij eerst helemaal niet zien. Dat heeft best lang geduurd, wel een jaar of zo.”

En toen?

Ilja: „Toen had ik het er een keer met mijn moeder over.”

Stella: „Aan de telefoon.”

Ilja: „Mijn moeder zei: dat snap ik wel. Als jouw zus met een man zoals jij zou thuiskomen zou ik me ook zorgen maken.”

En toen?

Stella: „Heeft Ilja mijn moeder een brief geschreven.”

Ilja: „Twee pagina’s, met opzet heel elegant en licht van toon.”

Stella: „In prachtig Italiaans.”

Ilja: „Ik vertelde haar hoe blij ik met Stella was en hoe leuk ze altijd over haar moeder sprak. Ik zei dat ik het zo jammer vond dat ik de persoon die zo belangrijk voor Stella was nog nooit had ontmoet. Helemaal zonder verwijten. Gewoon een leuke brief.”

En toen?

Ilja: „Werd ik uitgenodigd voor een etentje in een restaurant, met andere mensen erbij, zodat het niet te zwaar werd. Tijdens dat etentje heeft ze met mij gepraat en kennelijk nam dat veel zorgen weg, want niet lang daarna mocht ik bij haar thuis komen. Nu zijn we dikke vrienden. Ik zie haar meer dan mijn eigen moeder.” Hij wijst naar rechts. „Ze woont bij de San Lorenzo. Drie minuten lopen.”

Is zij ook arts?

Ilja: „Ze is hoogleraar Patristiek. Ze bestudeert de literatuur van de vroegchristelijke oudheid. Ze laat me haar artikelen lezen. We praten over Grieks en Latijn.”

Hij laat een foto van Stella’s moeder zien op zijn telefoon. Ze is net zo rank en slank als haar dochter. Stella laat een foto van haar zusje zien, haar eeneiige tweelingzusje, Sara. Ze is radioloog. „Zij heeft Ilja in het ziekenhuis in de MRI gestopt en alles gecontroleerd, vooral zijn lever.”

Ilja: „Zij vertaalde de zorgen van de familie over mij en mijn reputatie en mijn toestand nadat ik was gestopt met drinken in een scan en een bloedonderzoek. Ze heeft me echt helemaal doorgelicht.”

En?

„Alles was goed.”

Nu gaat hij als een gesoigneerde heer door het leven, de kleren flamboyant, de wangen besprenkeld met Rosso d’Ischia, de teennagels geknipt en gevijld door de pedicure. Ilja: „Om naast iemand als Stella te mogen lopen moest ik wel wat aan mezelf doen. Ik ben helemaal doorgeschoten.”

Stella: „Hij wilde het zelf. Als hij maar schoon is. Dat is voor mij genoeg.”

Nu nog een kind, zeggen wij. Ilja slaat zijn ogen neer, Stella schatert. „Misschien, misschien”, zegt ze. „Ik denk dat Ilja een heel leuke vader zal zijn. Maar ik zal hem wel eerst dronken moeten voeren.”

Nu lacht Ilja ook.

En trouwen? Ilja kijkt naar Stella en Stella kijkt naar hem. „Als jij me uitnodigt voor je huwelijk,” zegt ze, „dan kom ik zeker.”

’s Avonds vragen we nog via Whatsapp aan Ilja van welke veren Stella’s jasje was gemaakt. Kwartel? Fazant?

Maar het zijn geen veren. „Het is bont van zilverdas (synthetisch).” Haar schoenen van vandaag, appt hij daarna nog ongevraagd, zijn van het merk Dolls Kill. „De paarse ring is een gestileerde zee-egel. Haar oorbellen zijn vergulde krabbetjes.”

Michele Borzoni