Annemarie Tiebosch met haar dochters Dija (links) en Amaria (rechts).

‘Het is ook wel mooi dat wij als drie vrouwen samen doorgaan’

AnneMarie Tiebosch (50) runt een muziekstudio die haar man had willen opzetten, voor hij overleed. Middenin de Amsterdamse Bijlmer is ze betrokken bij meer initiatieven voor de buurt. „Ik stroop graag mijn mouwen op.”

Het was zo’n veelbelovende stranddag, die 22ste juni 2003. AnneMarie Tiebosch herinnert zich nog elk detail. Haar man, Amara Kabba, speelde gitaar, hun vierjarige dochtertje, Dija, schommelde in een hangmat, vrienden waren met hen meegekomen naar het strand. „Het was paradijselijk.”

Voor het eerst in negen jaar was Amara Kabba terug in zijn geboorteland Sierra Leone. Met zijn vrouw en dochtertje, een tweede kind op komst. En met een nieuwe reggaeplaat, die goed werd ontvangen: zijn geboorteland was hem niet vergeten. Vroeger hadden Amara en zijn broer Nfagie veel samen opgetreden in Sierra Leone, ze waren veelbelovende muzikanten. Tot ze, begin jaren negentig, hun land en de oorlog waren ontvlucht.

Die dag aan het strand legde hij zijn gitaar neer, hij wilde even gaan zwemmen. Voordat hij het water inging, rekte hij zich helemaal uit. AnneMarie Tiebosch: „Dat beeld heb ik nog op mijn netvlies: hoe hij daar stond, zo vrolijk en vol levenslust. We hadden zoveel plannen. En de wereld lag aan onze voeten.”

Een paar minuten later was alles anders. „Ik zag hoe hij een paar keer onderging en weer bovenkwam. Ik gilde en begon te rennen.” Strandgangers trokken Amara de zee uit, het strand op. Maar mond-op-mondbeademing haalde niets uit, er kwam schuim uit zijn mond. Iemand regelde een busje en een paniekerige rit naar een militair veldhospitaal volgde. „Ik zat met Dija voorin, terwijl achterin twee vrienden probeerden Amara een hartmassage te geven.”

Amara Kabba overleed nog dezelfde dag, waarschijnlijk had hij tijdens het zwemmen een hartstilstand gekregen. Bij zijn begrafenis stonden de mensen drie rijen dik langs de weg, zijn muziek was op alle zenders in Sierra Leone te horen.

Dat is zestien jaar geleden. In de Amsterdamse Bijlmer wordt AnneMarie Tiebosch (50) nu ‘mevrouw Anne’ genoemd, door de jonge muzikanten die komen repeteren in wat ooit de muziekstudio van haar man zou worden. Ze woont in een appartement-met-werkruimte op de benedenverdieping van Florijn, één van de hoge flats die de vernieuwing van de Bijlmer hebben overleefd. Daar waren Amara, AnneMarie en Dija net ingetrokken in 2003. Bedoeling was dat hij er zou repeteren met zijn band, dat je er muziek op zou kunnen nemen en dat de ruimte zou worden verhuurd aan andere muzikanten.

De werkruimte op de begane grond is inderdaad een muziekstudio geworden. Want dat was AnneMaries besluit na Amara’s dood: hun gezamenlijke plannen doorzetten.

AnneMarie Tiebosch, geboren in het Brabantse Uden, voelt zich thuis in de Bijlmer. Soepel beweegt ze zich tussen de veelheid aan culturen

Veel bewoners kennen ‘mevrouw Anne’ van de muziekstudio, die een broedplaats is geworden voor muzikanten uit de Bijlmer. Vooral Surinaamse bands komen er repeteren, sommige al jarenlang. Maar ze kennen haar ook van de vele andere initiatieven waarbij ze betrokken is: een moestuin, activiteiten voor de jeugd. Als opbouwwerker – dat was ze toen ze hier eind jaren negentig begon, en er haar latere man ontmoette – weet ze hoe ze dingen moet regelen. „Ik stroop graag mijn mouwen op, dat waarderen mensen.” Maar, wimpelt ze af: „Ik ben geen moeder Theresa, hoor.”

Met haar projecten probeert ze de buurt socialer en veiliger te maken en bewoners met elkaar te verbinden. „Dat vind ik het mooiste wat er is: de laatste jaren is er zoveel polarisatie. We moeten niet bang zijn voor elkaar, maar de ander als mens gaan zien. Dat begint bij elkaar ontmoeten.”

Aan de muur in de woonkamer hangt een portret van een glunderende Amara Kabba. De flat was akelig leeg na de reis naar Sierra Leone: nog niet ingericht en zonder de vrolijkheid van haar man. Tiebosch: „Amara had zoveel doorstaan – hij werd jong wees, maakte een burgeroorlog mee – nu was het mijn beurt om sterk te zijn. Ik was zwanger en had een dochter om voor te zorgen. Dija mocht geen last hebben van mijn verdriet, ze had al genoeg te verwerken: papa was dood, we waren verhuisd, ze moest naar een nieuwe school. Huilen deed ik ’s avonds, wanneer zij in bed lag.”

Na een half jaar werd hun tweede dochter geboren, Amaria. „Even vond ik het jammer dat het geen jongen was. Later dacht ik: het is ook wel mooi dat wij als drie vrouwen samen doorgaan.”

Dankzij de muziekstudio kwam ze terecht in de muzikale scene van de Bijlmer. Ook ging ze buurtfeesten organiseren. „Door mijn activiteiten bleef ik op de weg die we hadden uitgestippeld. Ik zette onze gezamenlijke droom voort.”

Ze richtte een stichting op, Shain Foundation, waarmee ze sociale en culturele projecten in Sierra Leone realiseerde. „Er kwam daar van alles op mijn pad: van hulp voor blinden en slechtzienden tot een antigeweldscampagne. Dat was mooi om te doen, ook in de geest van Amara: hij wilde graag helpen in zijn land.”

Later kwamen er ook projecten dichterbij huis. Op een stuk braakliggend land legde ze met buurtbewoners een moestuin aan, waar ze nu samen groenten verbouwen. „Het is echt een kleine oase geworden, groen en vol bloemen. Een mooi tegenwicht tegen de verstening van de wijk. We hebben banken gebouwd van pallets, een pipowagen beschilderd die dienst doet als keet. Mensen werken in de tuin, soms koken en eten ze er. Dat verbindt.”

Enkele jaren geleden zette ze Groove on the Roof op: een muziekfestival op het gezamenlijke dakterras van haar flatgebouw. Toen vorig jaar de Bijlmer vijftig jaar bestond, dook ze in de lokale muziekgeschiedenis en maakte een boekje met portretten van artiesten. „Daarmee is hun betekenis voor de geschiedenis van de Bijlmer vastgelegd.”

Een geoliede machine is het niet, grinnikt ze. „Mensen vinden mij altijd zo krachtig, ze denken dat ik alles durf. Nou, niet alles lukt hoor. Maar als er iets moois ontstaat, dan ben ik blij. Of als ik iemand een duwtje kan geven. Dat doe ik nog steeds het liefst: anderen in het licht zetten. Zelf hoef ik niet op de voorgrond, liever sta ik met mijn voeten in de modder.”

En de muziek van haar man? Zijn vroegere band heeft een paar keer gespeeld op het dakterras van de flat. Inmiddels is Dija 20, Amaria 15. Ze lijken op hun vader, vindt AnneMarie. Allebei houden ze van de microfoon: Amaria als zangeres – ze erfde haar vaders talent – Dija als presentator en gespreksleider, ze liep vorig jaar stage bij een radiostation in Sierra Leone. „Pas belde Amara’s broer Nfagie me op en zei: ‘Jij hebt me laten zien hoeveel je kunt houden van iemand die er niet meer is.’ Eigenlijk heb ik Amara’s leven voortgezet.”