‘Eigenlijk zijn we altijd bezig met het huis’

Spitsuur Ingrid Cornelisse (63) en Anton van der Veer (64) wonen in het Friese Appelscha. Zij is tuinontwerper, hij timmerman, en samen runnen ze een B&B. „We moeten het wel hebben van de zomer.”

Foto David Galjaard

Anton: „Het ontbijt is het drukste moment van de dag. Als we zakelijke gasten hebben in de bed & breakfast staan we soms al om 6 uur in de keuken om het ontbijt klaar te maken.”

Ingrid: „Maar als we een high tea hebben of een diner, dan is dát het drukste moment van de dag.”

Anton: „Ach, het lijkt allemaal heel druk, maar dat valt wel mee, hoor, omdat het energie geeft.”

Ingrid: „Naast de B&B hebben we allebei nog onze eigen baan. Anton is timmerman en ik ontwerp tuinen. Beide bedrijven gaan als een speer, het wordt steeds drukker. Ik heb geen idee hoeveel uur we per week maken. We werken eigenlijk van opstaan tot bedtijd, net als de boeren vroeger.”

Anton: „We moeten het wel hebben van de zomer.”

Ingrid: „In de winter komen er weinig gasten en is er ook weinig vraag naar tuinontwerpen, en hebben we dus weinig inkomsten. Dan gaan we weer eens wat verbouwen, wat dus geld kost en dan slinkt onze buffer.”

Anton: „De eisen aan een B&B zijn in de afgelopen decennia flink veranderd, dus heb ik bijvoorbeeld inloopdouches gemaakt. Maar laatst hebben we tegen elkaar gezegd dat we klaar zijn met verbouwen. Al blijft er nog genoeg te doen aan onderhoud, hoor. Maar dat is geen straf, want van stilzitten zou ik een heel vervelende man worden.”

Anton: „We wonen hier nu veertig jaar.”

Ingrid: „We kennen elkaar al sinds 1972. Mijn ouders hadden bij wijze van vakantiehuisje een oude tramwagon staan in Boijl, hier vlakbij. Daar gingen we elk weekend met het gezin heen en dan ging Anton mee.”

Corsowagens in Aalsmeer

Anton: „Na de middelbare school belandde ik bij een kleine uitgeverij. Maar ik had het niet naar mijn zin op een kantoor, wilde niet opgesloten zitten. Toen heb ik me laten omscholen tot timmerman.”

Ingrid: „Ik heb de opleiding tot tuinvrouw gevolgd, op Huis te Lande in Rijswijk, een particuliere school voor meisjes die in de land- en tuinbouw wilden werken. Daarna heb ik een poosje bij een hovenier gewerkt en een blauwe maandag corsowagens opgemaakt in Aalsmeer.”

Anton: „Maar we wilden al snel weg uit het westen, naar buiten.”

Ingrid: „We hebben in het Westland gekeken, maar dat was te duur en er waren veel te veel kassen. Toen hebben we zes weken rondgereisd in Canada om te kijken of dat iets voor ons was. Een prachtig land...”

Anton: „...maar alles draaide er om geld en hoe groot je auto was.”

Ingrid: „Toen is Anton in die tramwagon van mijn ouders gaan wonen om te kijken of hij in deze buurt een geschikt huis kon vinden. Hij vond dit landarbeidershuisje in Appelscha. Het was een krot: het dak was lek, er was geen stromend water.”

Anton: „In het begin haalden we jerrycans water uit het huisje van mijn schoonouders. Pas na vier jaar kregen we warm water.”

Ingrid: „Anton is bij de dorpsaannemer gaan werken en intussen verbouwden we het huis.”

Anton: „Het is een bijzondere regio. Aan de ene kant van het huis zie je door het raam het Friese weidegebied, aan de andere kant de Drentse bossen.”

Ingrid: „Ik kreeg een baan in een tuincentrum in Assen. In 1986 werd onze oudste zoon geboren en toen ben ik wat minder gaan werken.”

Anton: „We hebben altijd wisselende inkomsten gehad en we zorgden allebei voor de kinderen.”

Ingrid: „In 1988 konden we 1.500 vierkante meter grond kopen, naast de 1.000 vierkante meter die we al hadden. Daar heb ik een tuin voor ontworpen. Zo ben ik een tuinontwerpbureau aan huis begonnen.”

Anton: „De verbouwing van het huis heeft altijd veel geld gekost, maar dat kon doordat we sober leven.”

Ingrid: „Eigenlijk zijn we altijd bezig geweest met het huis: uitbouwen, verbeteren, oude delen afbreken en weer opbouwen. In de loop der jaren is er veel grond bijgekomen, hebben we twee B&B- kamers gebouwd en een openluchttheatertje en een vijver aangelegd.”

Ingrid: „We organiseren in de zomer concerten in de tuin. Mijn zus komt hier regelmatig zingen, ze is operazangeres. Verder heb ik een culinaire fietsroute opgezet langs diverse adressen. Ik kook graag voor mensen, ook als ze hier niet slapen.”

Gezellige babbels

Anton: „We hebben een duidelijke taakverdeling. Ik ontvang de gasten en ben van de gezellige babbels. Ingrid is van het koken en samen doen we de ontbijtjes. Ik ben gespecialiseerd in eiergerechten. We zetten onze gasten geen broodje kaas voor.”

Ingrid: „En ik doe de tuin. Al ruimt Anton tegenwoordig het snoeiafval op en hebben we nu een robotmaaier. Voor het huis hebben we een schoonmaakster. De was en het strijkwerk doe ik.”

Anton: „Maar de was ophangen doe ik.”

Ingrid: „En ik doe de boodschappen.”

Anton: „Naast goed eten en drinken gaat het meeste geld zitten in het huis en in tuingereedschap.”

Ingrid: „Kleding kopen we haast nooit.”

Anton: „En elk jaar proberen we naar Engeland te gaan. Kamperen, tuinen bezoeken. En verder hebben we een zeilboot waar we de Friese meren mee op kunnen.”

Ingrid: „Later hebben we alleen een hovenier nodig om de hagen te knippen, want ik heb de tuin zo ontworpen dat-ie onderhoudsarm is.”

Anton: „Na ons pensioen gaan we leven van de B&B en de AOW.”

Ingrid: „Ja, we gaan hier echt niet weg. Misschien wordt de B&B dan wel een woning voor een stel dat hier de boel runt.”