Hennie van der Most in het restaurant van zijn mobiele UFO-toren. „Dit is toch prachtig.”

Foto Folkert Koelewijn

Hennie van der Most gaat haast over de kop voor zijn nieuwe pretpark

Attractiepark Rotterdam Ondernemer Hennie van der Most bouwt stug door aan zijn nieuwe pretpark, in Rotterdam. Ook al moet hij de rest van zijn imperium ervoor verkopen.

Hennie van der Most heeft geen tijd voor koffie. Hij heeft ook niet zoveel tijd voor dit gesprek. Maar goed, nu de verslaggevers hem toch hebben gevonden na een dwaaltocht door de leegstaande afvalverbrander, langs de vervallen schoorstenen, onder het druipende parkeerdek, over het bouwpuin, wil hij zijn pretparkplannen wel toelichten. Hoe het met hem gaat? Luid: „Met Most gaat het super!”

En met zijn pretpark?

Nou ja, tja.

In het enige stuk functionerend kantoor op het terrein gaat Van der Most de kleurige posters aan de wand langs. Op poster één een tekening van de hoge fabriekshal met een enorme glijbaan er dwars doorheen. „De grootste glijbaan van Nederland! 850 meter lang!” Op poster twee een reusachtig reuzenrad, 45 meter hoog. Het is een stukje groter dan eerder bedacht, wat de nodige complicaties geeft, maar het uitzicht over de Maas wordt er alleen maar beter op. En hier een achtbaan, en daar een zweefmolen, en hierzo een dansvloer. Alleen de nieuwe ijsbaan hangt er nog niet tussen en de posters met de twee geschrapte reuzenattracties moeten nog even weg. Maar al met al wordt het nieuwe familiepretpark een aanwinst voor Rotterdam en een feest voor de bezoeker.

Het gaat nog wel even duren voordat Attractiepark Rotterdam af is. De Overijsselse pretparkondernemer zakt weg in zijn stoel achter een enorme bouwtekening en wijst naar de roze post-its die erop zitten geplakt. ‘8-baan’, staat er op, ‘botsauto’s’, ‘feestzaal’. Er zijn wat tegenslagen, zegt hij. Maar, weer monter opverend: „Dit is toch super hier?”

Draaimolens en discobollen

Hennie van der Most, 68 jaar, binnengelopen met all-inclusive vermaak voor het middensegment, ging het nog één keer doen. Als zijn formule dertig jaar lang kon aanslaan in Almelo, Zwolle en krimpregio’s langs de Duitse grens, waarom dan niet nog eens, in de Randstad?

De gemeente Rotterdam lokte hem in 2012 naar de stad, dolblij dat íémand heil zag in het in het terrein op Zuid waar de oude AVR-centrale voorheen afval verwerkte. Waar anderen vijf hectare bodemvervuiling en betonrot zagen, zag Van der Most draaimolens en discobollen. Attractiepark Rotterdam zou dan na de opening in 2015 – maar bij nader inzien toch 2018 – 200.000 bezoekers per jaar trekken.

Zeven jaar en een onverzekerde brand verder is enkel de UFO-toren af, waar je boven in de ronddraaiende cabine zelf het vlees grilt. Op de bouwplaats is een tiental bouwvakkers aan het werk. In de Rotterdamse pers wordt openlijk getwijfeld aan de voltooiing van het geheel en Van der Most heeft inmiddels vier pretparken te koop gezet om aan contanten te komen. Toch is de gemeente nog steeds erg enthousiast, bezweert hij, al hebben de ambtenaren wel wat moeite met zijn improvisatietalent.

Want improviseren kan de amusementspionier. Al improviserend bouwde Van der Most zijn hele fun-imperium. Oude containers van de Duitse spoorwegen? Van der Most maakt er pipowagens van, voor de verhuur op zijn recreatiepark aan zijn gasten of, als het zo uitkomt, zonder korting, aan asielzoekersopvang COA. Grote stalen bakken? Van der Most versiert ze met een houten schot en voilà: bloembakken.

Ook hier in Rotterdam zijn veel van zijn attracties een assemblage van tweedehands-kansen. Neem de glijbaan. In 2005 kocht Van der Most in Gorinchem een grote opslagloods, nu evenementenhal. „Die stond vol met rollenbanen. Die heb ik nog steeds, ze liggen in mijn opslag in Duitsland. Daar kan straks de bobslee in de glijbaan overheen.” De sleetjes moeten met liften omhoog. Die tikte Van der Most op de kop op een oude scheepswerf die failliet ging terwijl ze aan een cruiseschip bouwde. „Vier liften. En badkamers. Die ga ik ook gebruiken.”

Impressie van Attractiepark Rotterdam, op Zuid, nog goeddeels in wording.

Foto Folkert Koelewijn

Tegenvallers

Met dezelfde goede moed benadert Van der Most de tegenvallers bij de bouw van zijn park. Al beginnen die, in hun opeenstapeling, zijn flexibiliteit wel op de proef te stellen.

Om het reuzenrad, de eyecatcher uit Walibi, kan hij nog lachen. Die komt straks dáár, tussen twee gebouwen. Maar het rad bleek na een opknapbeurt – „twee ton verder” – te breed. De kuipjes zouden bij het ronddraaien tegen de zijkanten van de gebouwen schampen. Van der Most: „Dan ben ik creatief.” Dus nu wordt het dek verhoogd en is er straks ónder het dek een ijsbaan. „Stalletjes erbij, gezellig in de winter.” ’t Kost wel geld, ja.

Het schrappen van de Evolution en de Shuttleloop deed meer pijn. Twee tópattracties, aldus Van der Most, drie miljoen per stuk. Hij had ze nog liggen, zonder die attracties was hij nooit aan dit hele park begonnen. Maar het zou hem zo drie tot vier ton per stuk kosten om ze alleen nog maar te toetsen op de aangescherpte veiligheidseisen. Veel te veel risico. „Dat had zo een miljoen uit de hand kunnen lopen.”

Gelukkig had hij nog een glazen dome van een tropische Center Parcs-uitspanning liggen. Dus hop, attracties van de bouwtekening af, roze post-it met glazen koepel erop. Hij wil er dinnershows in organiseren, „een beetje zoals Soldaat van Oranje”, maar dan met eten.

En dan was er nog dat dek. Hennie van der Most zakt nog iets verder weg achter de bouwtekening. Prachtig vonden de Rotterdamse ambtenaren zijn bouwplannen, maar waar kunnen de gasten parkeren? Hier in de Randstad ineens een relevante vraag. Hij zet nu het hele terrein op palen, zodat de auto’s eronder kunnen. Alleen jammer van dat stuk gebouw dat ze in de grond aantroffen bij het leggen van de fundering, daar kun je niks leuks van maken. Net zomin als van de asbest in de muren en de betonrot in de schoorstenen waar bewegende pompoenen aan moeten komen. Of de schakelkasten die hij toch niet kon gebruiken. „Most denkt: stekker erin en je hebt stroom. Maar de wet zegt: installeer maar nieuwe.”

Had hij zoveel tegenslagen ingecalculeerd? „Nee. Daarom duurt het ook wat langer.”

Hoeveel dacht hij dat de verbouwing zou kosten? In verschillende media noemde Van der Most eerder verschillende bedragen. Nu zegt hij: „Ik dacht: met acht miljoen ben ik wel klaar.” Onwillig: „Ik schat dat er nog een miljoen of zeven bij moet. Acht. Tien. We zien wel.”

Hij vermant zich. „Dit is ondernemen!”

Na de gouden tijden waarin zijn concept – eten, drinken en spelen voor één prijs – als innovatief gold, gaat het ondernemen Van der Most de laatste jaren minder goed af. „De miljoenen komen niet binnen zoals vroeger”, zegt hij er zelf over.

Die miljoenen heeft hij wel nodig om de vrijwel stilgevallen bouw van Attractiepark Rotterdam weer op gang te brengen, zeker nu de bouwkosten zo zijn gestegen. Maar waar haalt hij die vandaan? De laatste gedeponeerde jaarverslagen van de holding melden over 2015 1,4 miljoen euro verlies, en over 2016 ruim 3 miljoen – plus de notitie dat de verschillende leningen van de dochterondernemingen „een risico” vormen. Waar de verslagen van de twee jaar daarna zijn, weet Van der Most ook niet. Hij is gewisseld van boekhouder, daar zal het aan liggen.

Speelstad Oranje in Drenthe is gesloten, het bezoekersaantal van het Duitse stoeredingenpretpark Funpark Meppen „kon beter”, zijn beddenfabriek is in de problemen gekomen door een manager die veel te veel verkocht bleek te hebben voor een veel te lage prijs. De aanbetalingen stonden leuk op de rekening, maar de fabriek bleek verlies te maken. Klanten naar de parken trekken wordt steeds moeilijker, want op internet wordt gestunt met kortingen, gék wordt hij ervan. Moeten we wel het gras blijven maaien op Speelstad Oranje, vroeg zijn boekhouder laatst. Van der Most vond van wel, want anders wil helemaal niemand het park meer kopen.

Foto Folkert Koelewijn

Bezit verkopen

En daar moet nu juist het geld voor zijn park vandaan komen: uit de verkoop van zijn bezittingen. Bij zijn vroegere huisbank ABN Amro kan hij niet meer terecht, die heeft in de crisis de kredieten opgezegd toen er een conflict kwam over betalingen aan de Duitse bedrijfsonderdelen en hij zonder commissarissen verder wilde. Voor Kalkar, het Duitse pretpark in een oude kerncentrale, wil Van der Most 18 miljoen euro. Voor Funpark Meppen 4 tot 6 miljoen. Voor het Duitse attractiepark Wangerland 7 of 8 miljoen en voor Speelstad Oranje, nou ja, iets.

Nee, dat vindt hij niet erg, zijn hele imperium in de verkoop. Hij heeft geen opvolger en achteraf gezien had hij toch wat meer moeten focussen, dat adviseert hij jonge ondernemers ook altijd. „Ik ben een bouwer, geen oppasser. En geld is een middel, geen doel.” Vindt zijn vrouw dat ook? „Zolang ze nog boodschappen kan doen en af en toe d’r schoentjes kan kopen.”

Nu moet hij weer door, hij heeft overleg. Maar als de verslaggevers het graag willen: een kort bezoekje aan de UFO-toren dan. Snel stapt Van der Most over zijn terrein, hup-hup, zo via een kruip-door-sluip-door onder het dek naar de toren toe. Die is weliswaar af, maar storm loopt het nog niet. Vanmiddag ging de UFO nog omhoog met gasten, maar voor vanavond zijn er geen reserveringen. Van der Most: „Maak maar wat reclame voor me.”

De twee gastvrouwen, die al aan het afsluiten waren, willen voor meneer Van der Most en zijn gasten nog wel een ritje maken. Binnen hangt de geur van op gourmetstel gebakken pannenkoek. Druk op de knop en omhoog gaat het, boven het dek van zijn attractiepark wordt de skyline van Rotterdam zichtbaar. „Dit is toch prachtig.”

Van der Most heeft nog grootse plannen met deze toren. Die is namelijk mobiel – in een paar dagen heb je alles gedemonteerd en kun je ’m zo ergens anders neerzetten. Nee, bij de Keukenhof, daar duurt het seizoen te kort om rendabel te zijn. Maar de Floriade, dat lijkt Van der Most nou wel een goed idee. En hij wil zijn torenconcept ook op pretparkbeurzen slijten. „Dit is toch super.”