Opinie

    • Michel Krielaars

Doodgeschoten in Auschwitz, maar zijn dagboek blijft als een wonder bewaard

De sterverslaggever van Handelsblad – de voorganger van NRC– werd doodgeschoten in Auschwitz. Zijn als bij een wonder bewaard dagboek is een van de aangrijpendste kampverslagen die ik ken.

Elf namen telt de bronzen plaquette aan een vergeten muurtje in het gebouw van de NRC-redactie. Elf namen van medewerkers van het Algemeen Handelsblad die in de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen. Op een enkeling na zijn het Joden. Een van hen is sterverslaggever Philip Mechanicus. Afkomstig uit het Joodse proletariaat begon hij op zijn twaalfde als loopjongen bij het socialistische dagblad Het Volk. Binnen een paar jaar was hij er redacteur. Om vroegtijdig uit militaire dienst te worden ontslagen, ging hij in 1910 als journalist naar Nederlands-Indië. Daar behoorde hij ineens tot de koloniale elite. Terug in Nederland kwam hij in 1920 in dienst bij het Algemeen Handelsblad als buitenlandverslaggever en maakte hij naam met reportages in Rusland en Palestina. Vanaf 1936 schreef hij, inmiddels chef buitenland, scherpzinnige analyses van de woelige gebeurtenissen in Europa. Mechanicus was een begrip in de journalistiek.

In juli 1941 werden hij en zijn Joodse collega’s op last van de Duitse bezetter ontslagen. Een jaar later zat hij in Westerbork. Hij was gearresteerd, omdat hij zonder ster op zijn jas op straat liep. In het kamp hield hij een dagboek bij, dat als door een wonder bewaard is gebleven.

Mechanicus werd op 15 oktober 1944 in Auschwitz doodgeschoten. Twintig jaar later verscheen zijn dagboek met de titel In depot. Het is een van de aangrijpendste kampverslagen die ik ken, juist omdat het zulke goede journalistiek is. Mechanicus was ook in zijn gevangenis geen deelnemer, maar een objectief en scherp waarnemer, die niemand spaarde.

Over zijn bevlogen leven las ik de biografie Buigen onder de storm. Philip Mechanicus, verslaggever tot in de dood 1889-1944 van Koert Broersma. Het boek uit 1993 verscheen onlangs in een herziene en uitgebreide editie, waarin de juiste toedracht van Mechanicus’ arrestatie door een Nederlandse politieagent uit de doeken wordt gedaan, en dagboekaantekeningen over een nieuwe geliefde in Westerbork zijn opgenomen, die uit In depot waren weggelaten.

Die biografie kun je lezen als een waarschuwing voor de nivellering van de Tweede Wereldoorlog. Dat proces kwam in 1983 op gang toen de hooggeleerde historicus Hans Blom in zijn oratie wees op het grote grijze middenveld tussen goed en fout. Het zorgde voor een – terechte – nuancering van de overheersende zwart-witbenadering van de geschiedschrijving over de oorlog. Maar die nuancering is de afgelopen jaren doorgeslagen en neigt steeds vaker naar een vergoelijking van het handelen van de daders, die na afloop van hun werkzaamheden vaak brave huisvaders waren. Als je niet oppast wordt de Holocaust straks als een noodzakelijk kwaad beschouwd en is Hitler net zo’n charmante avonturier als Napoleon.

Bloms collega M.C. Brands schreef in 2003 in het artikel Beslagen buitenspiegels dat in de geschiedschrijving van die grijze schemerzone, waarin menigeen zijn snor drukte of een beetje collaboreerde, morele kwesties toch de plaats moeten krijgen die ze verdienen. De weinige mensen die met gevaar voor eigen leven de vervolgde Joden hielpen, waren tenslotte echte helden, de verraders en kampbeulen echte schoften. Alleen door zo’n definiëring van goed en kwaad kun je verklaren wat historicus Jacques Presser in zijn studie Ondergang schreef over Auschwitz: ‘Het leek waanzinnig en onmogelijk. Het bleek waanzinnig en mogelijk.’